Mediacratie

Politici moeten blijven zoeken naar goede beeldspraak en heldere quotes om ook ingewikkelde onderwerpen scherp neer te zetten.

WANNEER U DIT leest, hebt u al kennis kunnen nemen van de uitslag van de grote vraag die deze week boven het Haagse Binnenhof hangt: wie heeft zich tijdens het debat over de regeringsverklaring ontpopt als de leider van de oppositie tegen het minderheidskabinet-Rutte/Verhagen?
Alles is tegenwoordig immers een wedstrijd, of het nou om voetbal gaat, een rechtszaak of een politiek debat, dus ook dit debat zal er wel mee eindigen dat een opiniepeiler meldt dat een x procent van de kiezers/kijkers bijvoorbeeld Femke Halsema van GroenLinks of Alexander Pechtold van D66 ziet als ‘winnaar’.
PVV-leider Geert Wilders dingt officieel niet mee naar de titel van oppositieleider. Na zijn stilzwijgen in de rechtszaal is het vooral interessant of hij deze week in het parlement wel echt in debat is gegaan over zijn opvattingen over de islam. En met wie? Hebben de nieuwe fractieleiders van VVD en CDA, Stef Blok en Sybrand van Haersma Buma, zich volop in dat debat gemengd?
PVDA-leider Job Cohen stond in het begin van de week niet zo hoog genoteerd bij de bookmakers. Zijn weinig zeggende uitlatingen in de Volkskrant van afgelopen maandag versterkten nog eens het gevoel dat hij de 'wedstrijd’ niet zou gaan winnen. Cohen heeft ook nog nooit oppositie hoeven voeren, terwijl op hem wel de zware last rust de leider te zijn van de grootste oppositiefractie in de Tweede Kamer. Dat laatste gaat met hoge verwachtingen gepaard, waardoor de PVDA-leider alleen al daarom bij voorbaat gedoemd leek te mislukken. Cohen moet bovendien een verdeelde partij vertegenwoordigen die ook nog eens niet goed weet welke houding aan te nemen ten opzichte van de andere oppositiepartijen, met name niet ten opzichte van de SP.
Waar zal het van afhangen wie wordt gekozen tot leider van de oppositie? Dat is van die ene goede beeldspraak of die ene scherpe uitval die telkens zal worden herhaald op radio of televisie. Iedereen weet nog hoe Pechtold de show stal toen hij met een stapel rapporten naar de interruptiemicrofoon liep om aan te tonen dat nieuw onderzoek naar ingrijpende hervormingen om de economische crisis te pareren niet nodig was: het was allemaal al gedaan. Pechtold wist het kabinet er niet mee te overtuigen. Maar hij had wel een urenlang debat weten terug te brengen tot één quote, de stand van het land weten te reduceren tot één beeld.
Als ik dit schrijf, moet het debat over de regeringsverklaring nog beginnen, maar er zal geheid veel aandacht zijn uitgegaan naar het dubbele paspoort van CDA-staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid, die naast Nederlandse ook Zweedse is. Niet weer het dubbele paspoort, werd vooraf verzucht. Maar in haar dubbele nationaliteit balt zich het Nederlandse debat over immigratie en integratie samen.
Dat debat gaat niet over twee identiteitsbewijzen in je binnenzak of handtas, maar over de achterliggende vraag of 'buitenlanders’ wel even loyaal zijn aan Nederland en zijn wetten en regels als 'andere’ Nederlanders, over de vraag hoe de vrijheid van godsdienst zich verhoudt tot die wetten en regels nu de islam zijn plek in dit land opeist, over de vraag wie er bij hoort in Nederland en wie niet, over wie er mee mogen delen in onze onder druk staande welvaart en wie niet.
De kans is groot dat het deze week niet over die achterliggende vragen en de daarbij horende zorgen, angsten en onzekerheden is gegaan. Dat het in de Tweede Kamer alleen een welles-nietesspel is geworden over dubbele paspoorten. Dat het debat is blijven steken in de vraag of minister-president Mark Rutte wel of niet zijn excuses aanbiedt aan voormalig PVDA-staatssecretaris Nebahat Albayrak, tegen wie hij drie jaar geleden zei dat het haar zou sieren als ze afstand zou doen van haar tweede paspoort. Terwijl Rutte natuurlijk wel een probleem had, want zijn uitspraken over het Turkse paspoort van Albayrak verschilden van zijn opmerkingen nu over het Zweedse paspoort van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten. Daardoor hing daar de geur van discriminatie omheen.
De kans is ook niet groot dat een ander onderwerp dan het dubbele paspoort er aan het eind van het debat uit zal zijn gesprongen doordat een oppositiepartij er op een rake manier de aandacht op heeft weten te vestigen. Onderwerpen genoeg, daar niet van, maar in een wereld waarin het beeld en de snedige opmerking belangrijk zijn, bekken ze niet lekker. Of roepen ze niet voldoende emotie op dan wel de emotie waar je als oppositiepartij zelf niet op zit te wachten. Ook zijn veel onderwerpen te technisch en daarmee te ingewikkeld. Of ze hebben minder scherp verdeelde scheidslijnen tussen kabinet enerzijds en oppositie anderzijds.
Een ecologische verbindingszone kun je niet uit je binnenzak trekken zoals een paspoort. Het pleiten voor het invoeren van een AOW-leeftijd van 67 jaar op kortere termijn dan het kabinet voor ogen heeft, lokt je in een moeizaam debat over het belang van overleg met werkgevers en werknemers en het primaat van de politiek. Bij een discussie over strengere en beter afdwingbare straffen in de EU voor lidstaten die hun tekorten maar laten oplopen, haken kijkers en kiezers af. Een motie die het kabinet oproept zijn doelen zo te formuleren dat ze later afrekenbaar zijn en niet vaag zoals nu, is niet bepaald televisiegeniek. En het ter discussie stellen van de noodzaak van vijfhonderd animal cops zal de journaals hoogstens in de categorie 'leuk’ nieuws kunnen halen.
Nieuw is dit gegeven niet. Maar de mediacratie is wel dwingender geworden. Dat vraagt van politici dat ze blijven zoeken naar goede beeldspraak en heldere quotes om ook ingewikkelde onderwerpen scherp neer te zetten. Dat is in het belang van de geloofwaardigheid van de politiek zelf.