DE RUSSISCH-TSJETSJEENSE LIQUIDATIETANDEM

Medvedevs mislukte rechtsstaat

De recente moord op de Russische advocaat Stanislav Markelov en journaliste Anastasia Baboerova in Moskou was geen incident. ‘Onder Medvedev is er niks veranderd.’ De Tsjetsjeense kwestie vormt een rode draad in veel politieke liquidaties.

OP 19 JANUARI viert de Russisch-orthodoxe kerk jaarlijks het feest van de Doop van onze Heer Jezus Christus. Het is een van de belangrijkste religieuze vieringen van het land. In Moskou halen gelovigen in groten getale heilig water in de herbouwde Christus-de-Verlosser-kathedraal. Ruslands belangrijkste kerk ligt op nog geen kilometer afstand van het Kremlin, dat met het oog zichtbaar is. Uitgerekend op deze Russisch-orthodoxe feestdag schoot een huurmoordenaar de 34-jarige advocaat Stanislav Markelov dood, praktisch om de hoek van de imposante kathedraal. De 25-jarige journaliste Anastasia Baboerova rende achter de dader aan, waarop de moordenaar ook haar neerschoot. De dood van Baboerova was wat Amerikanen in oorlogstijd collateral damage noemen. Baboerova stierf in het ziekenhuis aan haar verwondingen. Op de dag van de dubbele moord en de dagen erna zweeg zowel de president als de premier. Een politieke discussie bleef uit.

Markelov was geen toevallig doelwit. Vooral critici die zoeken naar gerechtigheid voor de martelingen, ontvoeringen en buitengerechtelijke executies in de Noord-Kaukasus – van activisten, journalisten en getuigen tot advocaten – lopen grote risico’s in en buiten Rusland. Op 13 januari werd de 27-jarige Tsjetsjeen Oemar Israilov in Wenen doodgeschoten. De voormalige bodyguard van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov had voor zijn dood bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een klacht ingediend tegen zijn ex-baas wegens marteling.
Maanden eerder, op 31 augustus 2008, stierf Magomed Jevlojev in een politiewagen aan een schotwond in zijn hoofd nadat hij voor verhoor was opgepakt op het vliegveld van Magas in Ingoesjetië, een Russische deelrepubliek die grenst aan Tsjetsjenië. Jevlojev was de eigenaar van Ingushetiya.ru. De website berichtte over de schending van mensenrechten bij de omstreden Russische antiterreuroperaties in Ingoesjetië. En dan speelde nog de zaak rond Mochmadsalach Masajev. De 42-jarige Tsjetsjeen beweerde dat hij in de periode 2006-2007 vier maanden in een geheime gevangenis in het dorp Tsentoroj zat. Dit is de geboorteplaats van Kadyrov. Op 3 augustus ontvoerden onbekenden in camouflagepakken hem in het centrum van Grozny. Enkele weken daarvoor publiceerde de oppositiekrant Novaja Gazeta een artikel waarin Masajev zijn beschuldigingen uitte over de door Kadyrov gerunde illegale gevangenissen in Tsjetsjenië. Zijn advocaat was Stanislav Markelov.
‘De moord op Markelov roept nog de meeste herinneringen op aan de moord op Anna Politkovskaja’, stelt Tatjana Loksjina van Human Rights Watch in Moskou. ‘De boodschap die de moordenaars sturen is duidelijk: als je probeert de mensenrechtenschenders ter verantwoording te roepen, dan zet je je leven op het spel.’

Bijna een jaar nadat Dmitri Medvedev werd gekozen als president van Rusland is er op het gebied van de mensenrechten weinig veranderd. In zijn door het Kremlin georkestreerde verkiezingscampagne legde Medvedev destijds de prioriteit bij de rule of law en sprak zijn openlijke steun uit aan de civil society. In het buitenland groeide aanvankelijk het optimisme over een nieuwe politieke koers. Ten onrechte.
‘Er is absoluut niks veranderd en er hoefde volgens het Kremlin ook niks te veranderen’, zegt Oleg Panfilov, directeur van het Centrum voor Journalistiek in Extreme Situaties. ‘Medvedev is namelijk geen onafhankelijk politicus die zijn positie als president in een strijd verwierf. Poetin wees hem aan als opvolger. Poetin en Medvedev hebben identieke ideeën over de rechten en vrijheden van mensen. Ze realiseren zich dat een liberalisering van Rusland het einde betekent van hun heerschappij.’
Dat er weinig van de verkiezingsbeloftes van Medvedev terechtkomt, is niet vreemd, vindt Dmitri Fonarjov: ‘Geloof geen woord van politici, wereldwijd, als ze het hebben over de strijd tegen het terrorisme, geweld, huurmoorden, drugs of corruptie. Dit soort beloftes is een veelgebruikte methode om politieke doelen te bereiken.’
Fonarjov is de president van de Nationale Associatie van Lijfwachten in Rusland (NAST), een overkoepelende organisatie die hij samen met oud-collega’s van het negende directoraat van de KGB in 1995 oprichtte. In de jaren tachtig was Fonarjov commandant van een KGB-antiterreureenheid die toezicht hield op de veiligheid van hoge staatsfunctionarissen. De recente huurmoorden zijn volgens hem slechts een sociale reactie: ‘Dit is de conditie waarin de samenleving verkeert. De plaats delict maakt daarbij niets uit, ook al is het in het centrum van de stad of in het Kremlin. De moordenaars doen hun werk op die plaats waar ze een kans krijgen.’
De ex-KGB’er deelt met veel Russen het wantrouwen in mensenrechtenorganisaties. Wie geld ontvangt uit het buitenland moet bijna wel als tegenprestatie gevoelige informatie aan de donateurs leveren, zo luidt de Russische logica. Fonarjov zet vraagtekens bij de activiteiten van mensenrechtenorganisaties in Rusland. ‘Mensenrechtenactivisten zijn veelal naïeve en domme mensen. De meeste mensenrechtenfondsen zijn opgericht voor doelen die niks te maken hebben met hetgeen ze in werkelijkheid doen’, vindt de voormalige KGB’er. Het is een breed gedragen standpunt in de Russische politiek: ‘Mensenrechten blijven wat ze zijn, namelijk een verzameling van woorden. Domme mensen sterven en helaas niet alleen.’

In dit politieke klimaat van onbegrip en wantrouwen werken Russische mensenrechtenactivisten dagelijks onder grote druk. Dat geldt ook voor leden van de oppositie. ‘Elke burger- of oppositieactivist behoort in het huidige Rusland per definitie tot de “risicogroep”. De autoriteiten gebruiken zowel administratieve druk als illegale en criminele methodes’, stelt de jonge oppositieleider Ilja Jasjin. De 25-jarige activist werd zelf diverse keren bij demonstraties opgepakt en recentelijk uit de gematigde oppositiepartij Jabloko gezet. Volgens de partijleiding was de leider van de jongerentak te radicaal in zijn politieke koers. Jasjin weigert zijn kritiek op de autoriteiten af te zwakken: ‘De politie valt de hoofdkwartieren van oppositiepartijen en -groepen binnen die het aandurven om de autoriteiten te bekritiseren. Mensen die betrokken zijn bij oppositie- of burgeractiviteiten verliezen hun baan en sommigen moeten tegen alle regels in het leger in. Uiteindelijk kunnen ze zelfs worden vermoord. De dag dat Markelov en Baboerova stierven, sloegen onbekenden in Moskou oppositieactivist Anton Stardymov (van de Nationaal-Bolsjewistische Partij – ip) dood. Dit is voor niemand in Rusland een verrassing meer. Russen raken stap voor stap gewend aan liquidaties. Ze weten dat je voor deelname aan bepaalde politieke activiteiten midden op de dag in Moskou kunt worden vermoord.’
Zelden lossen de Russische autoriteiten politieke moorden naar tevredenheid op. ‘Soms eindigen huurmoordenaars in de gevangenis, maar dat gebeurt slechts eens in de zoveel jaar. Geloof me, het is moeilijk om een huurmoordenaar te vinden, maar nog moeilijker om hem op te sluiten’, stelt Dmitri Fonarjov. De moordenaar van Markelov en Baboerova is volgens de ex-KGB’er geen professional. ‘De dader was een normale jongen die kon schieten. Een professionele liquidatie is een actie zonder sporen. Remember Litvinenko…’ Het traceren van opdrachtgevers is eveneens een lastige zaak, vooral door het gebrek aan politieke wil. Direct na de moord op advocaat Markelov verwezen media naar de vervroegde vrijlating uit de gevangenis van ex-kolonel Joeri Boedanov. In 2003 werd de oud-militair tot tien jaar cel veroordeeld voor de moord op de Tsjetsjeense Elza Koengajeva, in maart 2000. Dat hij de jonge vrouw ook had verkracht, nam de rechter niet in de veroordeling mee. Op 15 januari van dit jaar, vier dagen voor de moord op Markelov, kwam Boedanov vervroegd vrij. Op de dag van zijn dood kondigde Markelov tijdens een persconferentie in Moskou aan dat hij namens de familie van de achttienjarige vrouw tegen de vervroegde vrijlating in beroep zou gaan.
De link tussen deze zaak en de moord op de advocaat ligt voor de hand, maar Markelov verdedigde ook Tsjetsjenen die juist de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov van martelingen beschuldigden, won een zaak tegen de Russische politieman Sergej Lapin wegens het martelen en doen verdwijnen van de Tsjetsjeense student Zelimchan Moerdalov in Grozny (Lapin bedreigde eerder ook Politkovskaja) en verdedigde de slachtoffers van massaal politiegeweld in de Russische stad Blagovesjtsjensk. Dit is slechts een greep uit de ‘gevoelige dossiers’ waar Markelov aan werkte. De onderzoekscommissie van de procureur-generaal sloot niet uit dat niet Markelov maar journaliste Baboerova het mogelijke doelwit was. Dat laatste is hoogst onwaarschijnlijk. Mensenrechtenactiviste Loksjina: ‘Baboerova werkte niet aan dit soort onderzoeksreportages, maar schreef een aantal stukken over ultranationalisme in Rusland. Wel kende ze Markelov persoonlijk; ze waren beiden behoorlijk actief in de linkse beweging. Ze kon het doelwit zijn geweest, maar het ligt niet voor de hand. Markelov werd eerst doodgeschoten, daarna pas Baboerova, die achter de dader aan ging.’
De Tsjetsjeense kwestie vormt niettemin een rode draad in veel van de politieke liquidaties die de afgelopen jaren in Rusland plaatsvonden. Ook in de zaak rond de in oktober 2006 in Moskou vermoorde journaliste Anna Politkovskaja, net als Baboerova werkzaam voor oppositiekrant Novaja Gazeta, leidt het spoor naar Tsjetsjenië. De vermeende schutter, de Tsjetsjeen Roestam Machmoedov, zou zich volgens de Russische justitie ergens in West-Europa verschuilen. Afrekeningen zijn geen uitzondering in Tsjetsjenië. Mensenrechtenorganisaties wijzen al jaren op de aanhoudende schendingen van mensenrechten in Tsjetsjenië, waar Ramzan Kadyrov na de dood van zijn vader Achmat de macht overnam. Sinds 2007 mag de nu pas 32-jarige Kadyrov zich de president van de deelrepubliek noemen.
Kadyrov, bekend om zijn controversiële uitspraken, bizarre leefstijl en zijn gewelddadige optredens tegen opponenten, dankt zijn macht aan een schimmige deal met het Kremlin. Moskou knijpt een oogje dicht bij wantoestanden binnen de deelrepubliek; Kadyrov zorgt als tegenprestatie ervoor dat de roep om onafhankelijkheid uitblijft en drijft zaken waarbij Russen mensenrechten in Tsjetsjenië schenden niet op de spits. Om dit te realiseren krijgt Kadyrov van Moskou de maximale vrijheid om binnen de grenzen van Tsjetsjenië te heersen. Saillant detail is dat Kadyrov en veel van zijn aanhangers in het verleden als rebel tegen het Russische leger vochten. Intussen worden alleen die zaken ‘opgelost’ die niet de directe belangen schaden van het Kremlin, de Federale Veiligheidsdienst (FSB) of de Kadyrov-clan.

De grote verliezers zijn mensenrechtenactivisten en kritische journalisten, die vaak de woede wekken van zowel de Russische als de Tsjetsjeense autoriteiten. ‘Sinds het aantreden van Medvedev zijn de problemen er niet minder op geworden’, zegt Oleg Panfilov van het Centrum voor Journalistiek in Extreme Situaties. ‘Het aantal keren dat er druk op de pers en journalisten wordt uitgeoefend neemt toe en er zijn meer fysieke aanvallen op journalisten. Het Kremlin is zenuwachtig nu het niet weet om te gaan met zijn politieke en economische falen. De wereldcrisis maakt de relatie tussen de machthebbers en de media nog lastiger. Het wordt allemaal nog veel erger.’ Ook mensenrechtenactiviste Loksjina is weinig hoopvol gestemd. Ze ziet de situatie van de civil society onder Medvedev alleen maar verslechteren: ‘De brute moord op Markelov is hier het sterkste bewijs van.’