Medya Osman Murad - 1987 – 30 januari 2015

Vrouwelijke Koerdische strijders maakten grote indruk tijdens het beleg van Kobani. Onvoorwaardelijk vocht commandante Medya Osman Murad tegen de IS-hordes, en tegen de vooroordelen uit eigen gelederen.

Sterf als jihadist op het slagveld en je komt gegarandeerd in de hemel terecht. Dat is althans de consensus in de jihadistische ideeënwereld. De precieze doodsoorzaak doet er niet erg toe. Een Belgische jihadist die in 2014 in Syrië met dodelijk gevolg een lantaarnpaal op zijn hoofd kreeg is evengoed een martelaar, met alle nawereldse beloningen die erbij horen. Ook de jihadist die gedood wordt door een vrouw heeft recht op een hiernamaals in de hemel.

Toch ging afgelopen najaar het bericht rond dat jihadisten van Islamitische Staat verlamd werden door de gedachte een vrouwelijke tegenstrijder op het slagveld tegen te komen.

Het kalifaat in zijn oude luister herstellen, niet stoppen voordat de zwarte vlag van de jihad op het Witte Huis is geplant – dat was het ambitieuze project van IS. Maar voor ze zo ver kwam stuitte IS op de gevreesde troepenmachten van Iraakse, Syrische en Turkse Koerden. Die beschikken over kleine bataljons van vrouwelijke strijders. Vooral tijdens het beleg van het Syrische grensstadje Kobani kregen deze bataljons wereldwijde belangstelling. In een kranteninterview zei zo’n Koerdische soldate terloops dat jihadisten het massaal op een rennen zetten als ze haar tegenover zich hebben, omdat een dodelijke kogel van een vrouwelijke strijder een streep is door hun wens om in de hemel te komen.

Feitelijke onderbouwing voor die bewering: nul. Toch werd de uitspraak driftig gerecycled door andere media en politici. Scepsis werd even achterwege gelaten, want de behoefte aan een tegenverhaal was enorm. Er moest iets tegenover de moordende, plunderende en verkrachtende jihadisten van IS gesteld worden. Enter de stoere vrouwen van de Koerdische troepenmachten. Met hun gewapend verzet waren ze het levende – feministische – bewijs dat nog niet alles in het Midden-Oosten hopeloos ten prooi is gevallen aan de vrouwenonderdrukkende middeleeuwers van Islamitische Staat.

‘De onwetendheid en vooroordelen over vrouwen zijn niet langer mogelijk’

Postergirl van dat tegenverhaal is de op 30 januari overleden Medya Osman Murad (27), wier nom de guerre Hebûn Sînya luidde. Murad werd in 1987 geboren in Dêrik, in het noordelijke, Koerdische gedeelte van Syrië. Na een korte periode in Damascus gewoond te hebben keerde de familie Murad terug naar Koerdisch gebied en vestigde zich in de stad Qamishli. Murad maakte daar mee hoe in 2011 een burgeropstand tegen het bewind van president Bashar al-Assad uitbrak. Voor de onderdrukte Syrische Koerden was dit de mogelijkheid om hun ideaal van een autonoom Koerdisch gebied te verwezenlijken. Ze richtten een eigen troepenmacht op, de ypg (De Volksbeschermingseenheden). Stad na stad in Syrisch-Koerdisch gebied viel vervolgens in handen van de ypg. Murad sloot zich aan bij de vrouwelijke tak van ypg, de ypj (De Vrouwenbeschermingseenheden), en klom snel op tot de rang van commandant.

Afgelopen september kwam de nieuw verworven Koerdische autonomie onder druk te staan toen Islamitische Staat het Syrisch-Koerdische grensstadje Kobani belegerde. Het werd een ultieme testcase in Koerdische weerbaarheid. De Syrisch-Koerdische troepen werden te hulp geschoten door hun Koerdische broeders uit Turkije en Irak. Nieuwszenders plaatsten hun camera’s op de heuvels van buurland Turkije en deden 24/7 verslag van het beleg. De continue media-aandacht maakte de propaganda-oorlog bijna net zo belangrijk als de strijd op grond.

Medium einde3

Om de jihadisten te verslaan op mediagebied schoven de Koerdische troepenmachten nadrukkelijk hun vrouwelijke strijders naar voren. Zij waren de buffer van beschaving tegen de barbarij van IS. Een ironisch effect van deze strategie was de plotselinge en massale sympathie voor de strijders van de pkk, de Turks-Koerdische partij die verschillende westerse landen als een terroristische organisatie beschouwen.

Maar het zou een miskenning van hun bijdrage zijn om de vrouwelijke Koerdische strijders slechts als pion in een propagandaoorlog te zien. Vrouwen spelen al langer een rol binnen de Koerdische strijdmachten. Een plek aan de frontlinie is ze echter minder vaak gegund omdat ook de Koerdische cultuur een erg conservatieve is. Maar tijdens het beleg van Kobani kwam er nadrukkelijk verandering in die ondergeschikte positie. Een derde van de Koerdische strijdmachten die meevochten in Kobani was vrouw. Commandante Murad leidde een legeronderdeel dat volledig uit vrouwen bestond. Hun deelname was onvoorwaardelijk, ze stonden vooraan, zij aan zij met hun mannelijke collega’s in de strijd tegen jihadisten die geen enkele achting voor vrouwen hebben.

Uiteindelijk duurde het beleg van Kobani vijf maanden. De guerrillastrijd legde de stad in puin en as. Er kwamen 979 IS-strijders om. Aan Koerdische zijde vielen 324 doden, waarvan een aanzienlijk deel uit vrouwelijke strijders bestond. Het zegt veel over de felheid waarmee deze vrouwen zich in de strijd wierpen. Dat deden ze overigens niet alleen om de IS-hordes tot staan te brengen. Hun inzet was evengoed een feministische strijd voor gelijkwaardigheid. Murad verwoordde die breed gedeelde overtuiging in een interview met een Koerdische tv-zender: ‘Wij vrouwen zijn herboren. De onwetendheid en vooroordelen over vrouwen zijn niet langer mogelijk. Wij hebben onze vastberadenheid getoond in de strijd voor onze natie. Vrouwen leiden de strijd.’

Wat deze leidende rol van de vrouwelijke Koerdische strijders uiteindelijk zal betekenen voor hun verdere emancipatie zal Murad niet meer meemaken. Tijdens de laatste schermutselingen in Kobani eind januari werd Murad gedood door een overgebleven restje IS-strijders. Begin februari werd ze begraven in Qamishli. Van de vier kistdragers was slechts eentje van het mannelijke geslacht.


Beeld: Twitter