Economie

Meedoen

Als een VVV-folder wil Londen zich tijdens de komende Olympische Spelen aan de wereld presenteren. De stad heeft onder meer Hide Park en Earl’s Court als het decor voor sportwedstrijden gekozen, zodat televisiekijkers een goede en gastvrije indruk van Engeland en zijn hoofdstad overhouden. Regen met bakken uit de hemel en raketten op flatdaken ­kunnen die indruk nog verstoren.

De Olympische Spelen lijken een dure manier om Londen onder de aandacht te brengen. Dat is het ook. Sinds de toewijzing van de Spelen in 2005 zijn de kosten grofweg verdrievoudigd; ze worden nu geschat op ruim negen miljard Engelse pond, bijna twaalf miljard euro, en lijken nog op te lopen. Deze kosten komen voor rekening van de overheid, te meer omdat private partijen door de recessie niet willen participeren in investeringen.

Wat krijgt Londen voor dat geld? Behalve een nieuwe wielerbaan en een ‘BMX track’ en behalve natuurlijk de mogelijkheid om een goede en gastvrije indruk achter te laten? Het argument is steevast dat de Olympische Spelen een economische impuls geven. Het is bij de kandidatuur in 2005 niet te voorzien geweest, maar het evenement kan in geen beter jaar dan 2012 plaatsvinden: de Engelse economie verkeert in een recessie en heeft in het eerste kwartaal van dit jaar een krimp laten zien. Een recente becijfering door Goldman Sachs toont aan dat de impuls net voldoende is om die krimp goed te maken. Dat is op zich mooi. Dezelfde becijfering laat echter ook zien dat de impuls maar kortstondig is en niet langer dan een kwartaal duurt.

De hoop is vooral dat de Olympische Spelen een meer langdurige impuls geven, door meer toeristische bezoeken en grotere buitenlandse investeringen. Die hoop lijkt op voorhand ijdel. Londen is al een stad die een grote aantrekkingskracht op burgers en bedrijven uit de hele wereld uitoefent. Zij weten de weg naar Londen al te vinden, met of zonder de komende Olympische Spelen. De Amerikaanse economen Andrew Rose en Mark Spiegel hebben de effecten van grote evenementen preciezer bestudeerd. Ze vinden een positief effect op handelsrelaties: export en import zijn groter na dan voor de kandidatuur bij een groot evenement. Maar het maakt geen werkelijk verschil of de kandidatuur slaagt of mislukt. Er is een ‘Olympisch’ effect: kandideren is belangrijker dan winnen. De economen proberen dit te verklaren uit de bereidheid van landen om de grenzen open te gooien en ­buitenlandse handel meer dan voorheen toe te staan; de kandidatuur is vooral een teken van die bereidheid. Een nieuw voorbeeld zou Brazilië kunnen zijn dat de markten gestaag openstelt voor buitenlandse concurrentie en dat in 2014 het WK voetbal en in 2016 de Olympische Spelen zal organiseren. Zo bekeken kunnen grote mondiale evenementen beter in opkomende dan in rijke landen plaatsvinden.

De omzichtige poging om de Olympische Spelen naar Nederland te halen, geeft nog weinig blijk van getrokken lessen uit eerdere ervaringen. De poging blinkt vooral uit in ­doublespeak. Zo zijn volgens minister Edith ­Schippers de ­kosten niet hoog maar nog niet accuraat. Dat is voor haar de reden geweest het getal achter te houden. De kosten worden op het moment geschat op zo’n acht miljard, en het tekort op zo’n anderhalf miljard. Dat de praktijk leert dat Londen geen uitzondering is en de kosten en tekorten in de loop van de tijd alleen maar toenemen, blijft hierbij nog buiten beschouwing.

Hiermee komen tevens de fraai klinkende doelstellingen van ‘economische impact’ en ‘vitale samen­leving’ in een ander licht te staan. De economische impact is niet positief maar negatief als Nederland voor een oplopend tekort moet opdraaien. Dat tegenover een tekort een beter imago van Nederland in het buitenland staat, is misschien een schrale troost maar niet meer dan dat. De vitale samenleving, waarin jong en oud meer bewegen, lijkt meer gediend met uitgaven aan accommodaties voor sportverenigingen en aan gymlessen en -leraren op school dan met uitgaven aan grotere stadions. Een euro is maar één keer uit te geven. Maar in doublespeak gaan breedtesport en topsport hand in hand.

Te veel Nederlanders hangen deze zomer met een overdaad aan vette snacks en zoete troep voor de buis om het EK voetbal en de Olympische Spelen te volgen. Overgewicht is een groeiend probleem voor de ­gezondheid, van suikerziekte tot slijtage. Het is ook een probleem voor meedoen in de samenleving, van arbeidsmarkt tot huwelijksmarkt. Het is dan ook een cynische omkering door te redeneren dat juist zo’n groot evenement in eigen land eraan zou bijdragen dat die Nederlanders in beweging komen. Als de samenleving vitaler kan en moet, dan is zo’n evenement zo ongeveer de laatste manier om dat te bereiken.

Hoe vitaal zou Saar Boerlage nog zijn?