Meedogenloos abstract

Mooi als een impressie van Monet zijn de kleurstudies van Jan Dibbets niet. Maar een schilder moet soms streng zijn.

Medium 2

Eigenlijk is het hard gegaan met de wendbaarheid van kleuren. Bijna 150 jaar pas is het geleden, 1872, dat het schilderij Impression: soleil levant van Claude Monet in Parijs werd tentoongesteld en de meeste mensen zich er geen raad mee wisten – terwijl daarin niets anders gebeurde dan dat de schilder in zijn waarneming van kleuren het daglicht toeliet en ook het bewegen daarvan. Een opgaande zon, dat duurt even. Het eerste licht dat boven de horizon verschijnt is koud en te bleek nog om in de natuur kleuren te doen ontwaken. Overigens: zoals alles wat visueel geheimzinnig is ooit onderwerp van schilderkunst wordt, zijn ook zulke omstandigheden (het licht dat ’s ochtends uit het donker kleur wordt, of ook zoiets als de maanverlichte nacht) in prachtige schilderijen terechtgekomen, van Caspar David Friedrich bijvoorbeeld of Philipp Otto Runge. Maar in hun werk werden zulke waarnemingen in de natuur in beeld roerloos bevroren en vastgelegd. In zijn meesterlijke schilderij benaderde Monet het geleidelijke opbloeien van het prille licht in die langzame beweging – totdat in het eerst atmosferische blauw (de hoofdkleur van het schilderij) de eerste spiegelingen van zonlicht optreden terwijl tegelijkertijd een dun roze zich uitspreidt. Om die effecten van kleur in veranderend licht te kunnen schilderen, moest hij een andere vorm van peinture uitvinden. Dat was de beweeglijke, impressionistische toets die vormen nergens in een strakke contour omlijnt. De kleuren bleven wonderlijk vloeibaar. Ze werden bevrijd.

Wat we in beeld zien is, hoewel eerst raadselachtig, uiteindelijk glashelder
Medium 5

Op welke vrijmoedige manieren ze zich nadien in de moderne kunst hebben gemanifesteerd, laat ik nu in het midden. Maar toen Jan Dibbets na eerst in zwart-wit te hebben gewerkt rond 1970 ook kleurenfotografie is gaan gebruiken waren er, herinner ik me, nogal wat die dat toen overdreven luxe vonden. Zijn werk werd toen ingedeeld bij de zogeheten conceptuele kunst en deels ook minimal genoemd, in de grote traditie van de abstractie. In zijn befaamde perspectiefcorrecties zien we in een foto een strak vierkant verschijnen uit een zorgvuldig geconstrueerde optische vertekening van een andere geometrische figuur (trapezium). Een effect van fotografie was dat. Als heldere vorm viel dat merkwaardig verstrakte vierkant samen met het oppervlak van de foto. Het onttrok zich aan het normale perspectief. Zo’n correctie werd beschouwd als een intelligente oefening in radicale geometrische abstractie waar toen meer tijdgenoten mee bezig waren. Ze zijn moeilijk precies te beschrijven, maar wat we in beeld zien is, hoewel eerst raadselachtig, uiteindelijk glashelder. In de gevoelens van toen, begin jaren zeventig, moesten zulke precieze geometrische werken zwart-wit zijn. Dat hoorde bij hun stijl – dan waren ze ook het zuiverst, heb ik mensen toen horen zeggen. De effecten van kleur waren daarbij te verwarrend.

Medium 3

In die werken ging het echter helemaal niet om de constructie ervan (dat was maar een anekdote), maar om dat onnavolgbare effect van wat ik verstrakking noem. Daarmee had Dibbets een bijzondere beeldkwaliteit ontdekt die in zijn kunst een eigenzinnige rol ging spelen, met name ook in zijn unieke, abstracte vormgevingen van kleur. Laatstelijk is hij onvermijdelijk in aanraking gekomen met digitale mogelijkheden om kleuren te genereren die in zekere zin niet in de natuur bestaan of hooguit bij toeval. De drie studies hierbij afgebeeld zijn uit een serie van zeven. Elke is een collage van twee foto’s. De in totaal veertien foto’s zijn manipulaties van dezelfde foto uit 1976, een klassieke kleurenfoto (Kodak) van een stuk carrosserie van een auto. Maar eigenlijk komen de nieuwe kleuren uit het niets. In de colorstudies van toen, met zulke foto’s gemaakt, werd de verstrakking tot stand gebracht door hun precieze vierkante omtrek. Voor velen waren die toen onverdraaglijk strak en ook onverdraaglijk abstract. Nu heeft Dibbets, op dezelfde weg nog steeds, verder in de ondoorgrondelijkheid van kleur kunnen doordringen. Bij twee egale kleuren naast elkaar is het onvermijdelijk dat de ene kleur optisch sterker werkt dan de andere. Maar in deze chromatische tweeklanken zijn de kleuren zo gevonden dat ze elkaar in volstrekt evenwicht houden en samen een onvergelijkelijk strak vierkant vormen. Mooi als een impressie van Monet zijn deze constructies niet. Daarvoor zijn ze te meedogenloos abstract. Ze moeten streng zijn om het onbeschrijflijke te kunnen uitdrukken dat ze laten zien.


PS In Museo d’Arte Contemporanea Castello di Rivoli bij Turijn is tot 29 juni een compacte retrospectieve te zien van Jan Dibbets, waaronder ook deze nieuwe kleurstudies.

Beeld: Jan Dibbets, Untitled (uit serie van zeven kleurstudies). 2013/14. 50 x 50 cm (Foto’s Tom Haartsen/Barbara Gladstone Gallery, New York).