Meedogenloze woekering

Horacio Quiroga, Verhalen van liefde, waanzin en dood. Vertaling Maarten Steenmeijer. Uitgeverij Coppens & Frenks, 116 blz, f39,50.
In zijn nawoord bij Verhalen van liefde, waanzin en dood van de Uruguayaanse schrijver Horacio Quiroga citeert vertaler Maarten Steenmeijer uit een essay van ‘de aartsvader van het Spaans-Amerikaanse korte verhaal’ de tien geboden voor de volmaakte verhalenverteller. De schrijver moet zuinig zijn met woorden: liever een stevig zelfstandig naamwoord dan adjectieven. Emoties dien je al schrijvend op te roepen. Vrienden en lezers doen er niet toe tijdens het schrijfwerk. ‘Vertel alsof je verhaal alleen maar van belang is voor de kleine wereld van je personages, van wie jij er een had kunnen zijn.’

Horacio Quiroga is zeer aanwezig in zijn meesterlijke verhalen. Dat wil zeggen dat het noodlot dat zijn eigen leven heeft geteisterd in elke zin van de tien gebundelde verhalen doorklinkt. De dood is de enige, onherroepelijke waarheid. Zijn verhalen spelen zich vooral in het oerwoud af, in de provincie Misiones in het noord-oosten van Argentinie, dat ingeklemd zit tussen Paraguay en Brazilie. Quiroga heeft daar vele jaren gewoond en geschreven. Daar heeft hij ondervonden dat de natuur in de gedaante van subtropisch oerwoud een meedogenloze woekering is die alles en iedereen verslindt.
Opvallend aan de tien verhalen is dat mensen en dieren in elkaar lijken over te vloeien. Mannen krijgen dierlijke trekjes, honden blijken te kunnen denken. Quiroga’s korte verhalen zijn in alle betekenissen van het woord fantastisch. De lezer moet erop bedacht zijn dat de horror - de dood - in de volgende zin op de loer kan liggen en hard toeslaat. In het openingsverhaal, ‘Het veren kussen’, kwijnt een vrouw weg. Ze blijft in bed liggen en verzwakt per dag. Haar man blijft op afstand. Er verschijnen vreemde vlekken op haar kussen, ze hallucineert. 'In een van haar hardnekkigste hallucinaties zat er op het vloerkleed een mensaap op zijn hurken die zijn blik strak op haar gezicht hield.’ De oorzaak van haar dood is geen ziekte maar een bloedzuigend monster dat zich in haar kussen verborg. De manier waarop Quiroga de ontdekking van dat bloeddorstige dier beschrijft is subtiel, secuur en akelig nuchter, maar daardoor des te adembenemender. Het is daarom aan te raden de tien verhalen niet achter elkaar te lezen.
'De wilde honing’ is het verhaal van een accountant, Benincasa, die het oerwoudleven wil leren kennen. Daar krijgt hij alle kans voor. 'De schemering en de stilte in het oerwoud verveelden hem al snel. Hij had de indruk - terecht, overigens - een toneel bij daglicht te zien.’ Benincasa ontdekt wilde honing en eet ervan. Een merkwaardige verlamming overvalt hem. En dan rukt een vleesetende mierenkolonie op. 'Om hem heen kleurde de allesverslindende strafexpeditie de grond donker, en de accountant voelde de stroom vleesetende mieren onder zijn lange onderbroek omhoogklimmen.’
Een slangebeet, een val in een machete, een geslachte kip waarbij geestelijk gestoorde kinderen toekijken, een kogel uit een jachtgeweer: het ongelukkige toeval slaat onverwacht toe en houdt geen rekening met welke omstandigheden ook. 'De dood. In de loop van ons leven denken we er vaak aan dat wij op onze beurt ooit, na jaren, maanden, weken en dagen van voorbereiding, op de drempel van de dood zullen komen te staan. Dat is de wet van het noodlot, die we accepteren en waarop we ons instellen; zozeer zelfs dat we ons aangenaam door de verbeelding laten meevoeren naar dat moment supreme bij uitstek, waarop we onze laatste zucht slaken.’
Het slotverhaal lijkt een omkering in te luiden. Een vader is op zoek naar zijn zoon in het oerwoud. Gelukkig, de vader ziet hem komen aanlopen. Er ontspint zich een liefdevolle dialoog tussen vader en zoon - denkt de lezer. Maar alles blijkt 'gehallucineerd geluk… Want de vader loopt alleen’.
De schrijver van het korte verhaal mag niet op punten winnen, zei Quiroga-liefhebber Julio Cortazar, maar met een knock-out. Dat lukt Quiroga tien keer in deze schitterende verhalenbundel.