Meegriezelen met een lustmoord

Jasper S. en Robert M. confronteren de samenleving met misdaden die behoren tot de zwaarste binnen het strafrecht. Zwaar in de zin van emotie versus ratio. Bij een zedendelict moeten rechters zich verdiepen in gruwelijke details om tot een overwogen oordeel te komen. Familieleden van slachtoffers horen die urenlang aan en ervaren een vonnis soms als een opluchting, maar het leed blijft altijd. En dan is er nog de pers die erbovenop zit. Vanwege het maatschappelijk belang, uiteraard. Maar er ligt een wankele grens tussen dat belang en sensatie.

Medium commentaar 14 2013 meegriezelen

Op Goede Vrijdag publiceerde de Volkskrant de letterlijke weergave van een deel van de vijf uur durende ondervraging van Jasper S. tijdens de eerste inhoudelijke behandeling van het proces. De rechter, zo staat er, waarschuwt de propvolle zaal: ‘U krijgt feiten te horen die buitengewoon onaangenaam zijn. Laat ik het maar gewoon zeggen: schokkend.’ Wat dan volgt is bloedstollend. Nee, je hóeft het niet te lezen. Maar je begint eraan en wordt door een fascinatie voor het kwaad meegevoerd naar de plaats delict. Vanuit het perspectief van de lustmoordenaar word je ongewild deelgenoot gemaakt van het ultieme perverse. En dat kleeft aan je.

Er is een verschil met het publiek in de rechtszaal: zij trokken naar de zitting vanwege een directe relatie met de zaak – familie en omwonenden die dertien jaar lang in het café de zaak bespraken en de onrust in hun gemeenschap voelden. Ze wilden de dader die velen van hen kenden in het bankje zien zitten. Van journalisten van kwaliteitsmedia die de rechtsgang vertalen naar het brede publiek verwacht je een gebalanceerde afweging tussen feiten en details met een goed oog voor het maatschappelijk belang van de zaak. En ook met prudentie voor de nabestaanden én voor het slachtoffer. Marianne Vaatstra’s eenzame doodsstrijd kun je niet kennen, maar door het lezen van details gaat de verbeelding werken.

En wat weet je eigenlijk? Dat Jasper S. volgens een psychisch onderzoek geen stoornis heeft, maar dat bij hem ‘een knop om gaat en het geweten is uitgeschakeld’. Heel onbevredigend, want dat die knop bij hem omgaat, maakt hem in de ogen van de leek juist tot een psychopaat. Die reflectie staat niet in het verslag in de Volkskrant. Ook wil je de reactie van vader Bauke Vaatstra lezen. Hij zegt ’s avonds bij Pauw en Witteman bijvoorbeeld dat ‘de dader het achterste van zijn tong niet laat zien’.

Bauke Vaatstra kreeg van alle kanten lof voor zijn (jarenlange) voorbeeldige optreden, maar de Volkskrant heeft zich laten meeslepen. Terwijl het ook anders kan. In de zaak-Robert M. is bij de behandeling van 67 dossiers wél rekening gehouden met de emotionele impact van zijn monsterlijke daden. Een deel van de verhoren vond achter gesloten deuren plaats en het publieke verhoor is in de pers niet letterlijk verwoord, uit piëteit met de familie van de slachtoffers, maar ook omdat het ethisch verwerpelijk is.

Strafrecht geniet ontegenzeggelijk steeds meer belangstelling in de samenleving, en daarbij hoort het oprekken van grenzen van wat publiek toegankelijk is, zoals camera’s toelaten in de rechtszaal. Maar dat mag nooit gebeuren onder druk van sensatiezucht.