Na film- nu ook internetkeuring

Meekijken gewenst

Het Nicam laat volgende week de codering over Nederland neerdalen. Eerst moeten de films eraan geloven, daarna televisie en computerspelletjes. Dat alles in naam van het onbedorven te houden kind.

Toen de pedofiel Edward Brongersma na zijn dood definitief in ongenade viel, was Hedy d'Ancona één van ’s mans felste verdedigers. De jongetjesseks ten spijt had Brongersma toch maar mooi de «bespreekbaarheid» van «dat soort seksuele voorkeuren» voor elkaar gekregen. Als er onder ouders een enquête gehouden zou worden over de vraag of zij deze zelfde D'Ancona aan het hoofd zouden willen zien van een instituut dat omwille van hun kroost audiovisuele media controleert op schadelijkheid, dan zou de uitkomst even onverbiddelijk als voorspelbaar zijn. Gelukkig voor D'Ancona is zo'n onderzoek er nooit gekomen en kon zij in juli 1999 onverdacht voorzitster worden van het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (Nicam). Wel werd, toen het instituut er al lang en breed was, besloten tot een ander onderzoek, om antwoord te krijgen op de vraag of ouders wel behoefte hadden aan een instituut als het Nicam. Een al te ontkennende uitkomst zou uiteraard een groot probleem zijn geweest. Daarom werden de telefonisch aan 407 ouders voorgelegde vragen breed en veilig geformuleerd: «hoe belangrijk» vindt de ouder het om te weten of er «geweld, racisme, angstaanjagende scènes, seksisme, grof gedrag of seks» in een mediaproduct voorkomen? Geen verwondering wekt het dat meer dan tachtig procent van de ouders dat belangrijk bleek te vinden.

Hans Beentjes, die in zijn hoedanigheid van wetenschapper door het Nicam werd aangetrokken om de classificatiemethode te ontwikkelen, legt uit waarom het antwoord al bij voor baat vast moest staan. «Er was natuurlijk een ernstig probleem gerezen als maar tien procent van de ouders had gezegd dat het Nicam er moest komen. Eerst was er de vraag vanuit politiek en samenleving, vervolgens zijn ze bij de wetenschap gekomen met de vraag wat de wetenschappelijke basis daarvoor is.» Hoewel Beentjes zelf gelooft dat er een verband is tussen het door kinderogen zien van beelden en het ontstaan van angst en agressie in datzelfde kind, gelooft hij niet dat de samenleving allerlei rampen zou overkomen als de classificatie achterwege zou blijven. Beentjes: «Over de effectiviteit van de methode moeten we ons geen illusies maken. Als je ouders vraagt of ze ook gevolg zullen geven aan de codes blijkt het percentage gering te zijn.»

Bedenkingen of niet, volgende week donderdag daalt de codering over Nederland neer. Allereerst zijn de bioscopen aan de beurt. In de filmladder, op promotieartikelen en voorafgaand aan de films zelf zullen vanaf die datum vreemdsoortige tekens waar te nemen zijn. Er zijn leeftijdsaanduidingen: «alle leeftijden», «meekijken gewenst/6», «12» of «16». En er zijn zogenoemde inhoudscategorieën: «geweld», «seks», «angst», «discriminatie», «drugs en alcoholmisbruik» en «grof taalgebruik». Deze laatste zes worden in pictogramvorm afgebeeld. Geweld krijgt een vuistje, seks vier op elkaar liggende voetjes, angst een spinnetje, discriminatie drie witte stippen rond een kleine zwarte stip, drugs en alcohol een spuit, grof taalgebruik een mond met bliksemschichten. «De grootte van ieder pictogram dient minimaal vijf procent van de totale omvang van de reclame-uiting te beslaan», aldus het Nicam-voorschrift.

Vanaf half maart zullen deze vreemdsoortige symbooltjes ook in de televisiegids en voorafgaand aan programma’s in beeld gebracht worden. Ze zullen tevens worden aangebracht op videofilms, DVD’s, cd-roms en computerspellen. Verzet vanuit de branche is er niet. Sterker nog, vrijwel iedereen doet mee, zelfs de vanuit Luxemburg vunzigheid rondstralende commerciëlen. De verklaring voor deze braafheid is dat het classificeren, dat de hoeveelheid pictogrammen en de leeftijdsvermelding bepaalt, door de filmdistributeurs, de omroepen en videodetaillisten zelf gebeurt.

Het systeem is minder vrijblijvend dan het lijkt: het Nicam zet «mystery men» in die «on aan gekondigd bioscopen en videotheken be zoeken om te zien of men de regels in voldoende mate navolgt». Ook het onder zoeks bureau Intomart zal worden ingeschakeld «om de uitvoering binnen de gehele branche kritisch te evalueren en te controleren». Bovendien kan iedere verontruste consument aan de bel trekken: «Iedereen die meent dat één van de aangesloten organisaties ernstig in gebreke blijft en zich niet aan de classificatieregels houdt, kan een klacht indienen.» Goede kans dus dat de slordige aanbieder wordt beboet met een «maximum bedrag van ƒ50.000».

In december is de classificatielijst onder filmdistributeurs verspreid. Er moeten kruisjes worden gezet in hokjes waar «nooit», «1 of enkele keren» of «vaak» boven staat, wat een bepaald aantal punten oplevert. De vragen zijn gerangschikt naar de eerder genoemde inhouds categorieën. Onder «Geweld» vinden we vragen als: «Zitten er geweldsacties in die in principe door mensen nagedaan kunnen worden?» En: «Zitten er geweldsacties in die indringend zijn?» Deze vraag wordt toegelicht: «Onder indringend geweld wordt verstaan: geweldsacties waarbij de kijker de indruk krijgt dat het geweld hard aankomt.» Verderop wordt uitgelegd wat wordt verstaan onder «niet ernstige verwondingen»: «een klein kogelgat met wat bloed in een lichaam, een kapotte neus of lip en een blauw oog». We hebben te maken met «wel ernstige verwondingen» als sprake is van «uitspattend bloed, doorgesneden kelen, afgerukte of afgehakte ledematen en beursgeslagen personen».

Onbedoeld lollig wordt het ook bij vraag 13 tot en met 16, waar onoorbare seksscènes gefilterd worden. Om misverstanden te voorkomen wordt aangetekend dat seksuele handelingen «niet noodzakelijkerwijs door een ongekleed persoon [hoeven] te worden uitgeoefend». «Zijn er tijdens de seksuele handelingen details van genitaliën zichtbaar?» klinkt het bij 14: «Onder het in beeld brengen van genita liën vallen ook: beelden van genitaliën die (gedeeltelijk) ‹gescrambled› zijn, of waarbij via montage de genitaliën (net) buiten beeld zijn gehouden.» Bij 15 moet antwoord worden gegeven op de vraag of seksuele handelingen al dan niet worden opgedrongen: «Voorbeelden van opgedrongen seks zijn: doorgaan als iemand nee zegt, seks zonder toestemming, bijv. met iemand die gedrogeerd is.»

Bij vraag 17 wordt gevraagd of er «fantasiewezens die zich bedreigend gedragen» in de film voorkomen. Daartoe rekent het Nicam «monsters, heksen, spoken, draken». Komen er ook «dieren die zich bedreigend gedragen» voor («Bijvoorbeeld: leeuwen, tijgers of haai en»)? Ook «transformaties of gedaantewisselingen» worden tot de angstwekkende situaties gerekend. En ook «beelden van zeer angstige mensen als gevolg van ongelukken, rampen of oorlogen» worden onverantwoord voor de jeugd geacht: «Onder zeer angstige mensen wordt verstaan: mensen die overduidelijk zichtbaar angstig zijn met fysieke kenmerken als blinde paniek, zweten, trillen, shock, uitpuilende ogen, sprakeloosheid, gillen, schreeuwen en huilen.» Vooral als «griezeleffecten» in de «alledaagse omgeving» plaatsvinden is dat geen goede zaak, oordeelt het Nicam. De distributeurs worden er attent op gemaakt dat sommige films «zowel angstwekkende scènes in een niet-alledaagse, avontuurlijke omgeving als in een wel alledaagse omgeving» bevatten.

Daarna wordt aandacht gevraagd voor discriminatie: «Is degene die discrimineert sympathiek?» De lijst eindigt met vragen over harddrugs en overmatig alcoholgebruik: «Is degene die hard drugs of overmatig alcohol gebruikt sympathiek?» Als de lijst volledig is ingevuld gaat deze retour naar het Nicam. Daar wordt berekend welke greep uit het bonte symbooltjesaanbod gedaan zal worden.

Behalve het bezwaar van het ontbreken van wetenschappelijk bewijs voor een causaal verband tussen kijken en handelen, een op onheuse gronden geïnitieerd draagvlakonderzoek en de lachwekkende praktijksituatie, rijst er — vooral in de artistieke en maatschappijkritische tak van het filmbedrijf — nog een ander, onoverkomelijk bezwaar tegen classificatie. «Is dit een verkrachting of niet», zegt projectleider Leo van Hee van het Amsterdamse Filmmuseum. In een van de torentjes van het gebouw bekijken we de Tunesische film La saison des hommes die deze donderdag in première gaat. Niet echt veel aan voor een op actie beluste jongere. Maar dan! Op de monitor is te zien hoe een van de hoofdrolspeelsters door een wellustige knaap tegen een muurtje wordt gedrukt. Hij tracht haar van haar kledij te ontdoen en scheurt daarbij haar roze kraagje. Na nog geen tien seconden wordt de knaap door een anonieme redder weggeduwd, waarop hij het hazenpad kiest.

Van Hee oordeelde eerder dat dit geen «verkrachting of zichtbare poging tot verkrachting» was en hij vulde bij vraag B «nooit» in. Bij G deed zich echter de vraag voor of er seksuele handelingen zijn «die worden opgedrongen».Van Hee vulde «1 of enkele keren» in. Enige tijd nadat hij het formulier had opgestuurd, hing het Nicam aan de lijn. Van Hee: «Ze vroegen zich af hoe het kon dat ik bij die eerste vraag ‹nooit› invulde en bij twee ‹1 of enkele keren›.» Na lang onderhandelen moest ook bij vraag B «1 of enkele keren» ingevuld worden. Met als gevolg dat de film uiteindelijk zowel een spinnetje voor angst als een vuistje voor geweld opgeplakt kreeg. Als leeftijdsindicatie werd daar «meekijken gewenst/6» aan toegevoegd. Van Hee: «De redenering was dat door die leeftijd van 6 mensen wel snappen dat het geweld en de angst die erin voorkomen alleen schadelijk kunnen zijn voor heel jonge kinderen.»

Volgens Van Hee zal echter niemand in de praktijk die afzwakking kunnen maken. «In de filmladder zien mensen datzelfde geweldsvuistje bij deze film staan als bij een echte actiefilm als Gladiator.» Dat mag een minor issue lijken, het Filmmuseum moet van diezelfde overheid als die het Nicam financiert wél een speciaal doelgroepenbeleid voeren. Van Hee: «Omdat La saison des hommes vooral ook gaat over het lot van de Tunesische vrouw, hebben wij met deze film op vrouwen tussen de dertig en vijftig willen mikken. Als die zo'n vuistje zien, bestaat de kans dat ze niet op deze film afkomen.» Omdat het Nicam erop staat het vuistje te handhaven, overweegt Van Hee zijn classificatie in te trekken. Als hij dat doet zou de film automatisch op «16» gezet worden. Van Hee: «In ieder geval komen dan die pictogrammen er niet bij te staan.» Nadeel is echter dat de film, zoals dat met Filmmuseumproducties weleens het geval is, dan niet langer in aanmerking komt om na roulatie op zondagmiddag door de NPS te worden uitgezonden. Want op «16» geclassificeerde films mogen in de nieuwe regeling pas na tien uur ’s avonds. Een andere reden om vrede te hebben met het opgelegde vuistje en het spinnetje is dat een van de «mystery men», een nijvere Intromart-inspecteur of een verontruste ouder het Filmmuseum op de vingers zou kunnen tikken, met de bekende financiële represailles.

Er valt nog een reden te bedenken. Van Hee: «Als iedereen de lijst onzorgvuldig in gaat vullen, wordt de geloofwaardigheid inzake zelfregulering van de branche ernstig aangetast. De politiek kan dan besluiten om het hele Nicam mislukt te verklaren, waardoor er een wellicht nog strengere keuring voor in de plaats komt.»

Behalve La saison des hommes komt ook de binnenkort uit te brengen film Samia niet zonder kleerscheuren door de keuring. In die film, die zich afspeelt in een immigrantenmilieu te Marseille, is permanent sprake van discriminatie. Discriminatie die zelfs wordt vergoelijkt. Van Hee: «Toch is de boodschap de zelfontplooiing van een jong meisje. Door de classificatie krijgt de film allerhande pictogrammen waardoor ouders besluiten de film niet te laten zien aan hun kinderen, terwijl dat toch zonde zou kunnen zijn.» Wat te denken van oorlogsdocumentaires die juist door hun gruwelijkheid een wijze boodschap overbrengen? Van Hee: «Als er stapels lijken in voorkomen wordt het automatisch ‹16›. Dit soort lesmateriaal kan dan niet meer. Scholen hebben wel wat uit te leggen als ouders gaan klagen.»

Volgens Van Hee komt het ook voor dat de classificatie machteloos staat tegenover werkelijk griezelige films. «In de lijst gaat het erom wat in beeld zichtbaar is. Dat is geen graadmeter voor hoe eng de film is. Henry, Portrait of a Serial Killer straalt een vreselijk naargeestige nihilistische sfeer uit, zonder dat er iets te zien is.» En waarom, vraagt Van Hee zich af, worden tekenfilms eigenlijk ontzien? «Getekende sprookjes zouden al snel ‹16› scoren. In Hans en Grietje wordt fysiek gemarteld, en diegene die martelt komt er goed vanaf.»

Wim Bekkers, directeur van het Nicam, geeft toe dat zijn meetinstrument wellicht niet toegesneden is op alle uithoeken van het audiovisuele perspectief. De classificatie is voor «de bulk» bedoeld en als er sprake is van ongewenste effecten kan daar altijd over vergaderd worden. Bekkers sluit niet uit dat het geweldsvuistje bij La saison des hommes uiteindelijk verwijderd zal worden. Op de vraag waarom zijn instituut niet ook boeken classificeert, zegt hij: «Pas op, u brengt mij nog op ideeën.»