Meeleven met de verlatenen

Ergens vanuit het noorden van Noorwegen begint een oude man met zijn hond een reis naar Jeruzalem. Hij heeft een taak te vervullen maar wat precies blijft onduidelijk. Het leven van anderen aangenamer maken? Zoiets, maar schrijver Richard de Nooy wilde van zijn roman geen zoete ‘gutmensch’-fantasie maken, zo’n boek met veel goeie daden erin en op het einde een feelgood-apotheose. Het gaat om de reis en de ontmoetingen onderweg. Steeds maken we kennis met bewoners van de landen waar de oude man doorheen trekt of waar hij even verblijft. Zweden, Denemarken, Duitsland, Tsjechië, Slovenië, Kroatië, Servië, Bulgarije, Turkije, Syrië, Libanon en ten slotte Israël. Altijd ontmoetingen met arme mensen, ‘gewone’ mensen, zeggen we dan braaf. Ze hebben gefnuikte dromen, ze voelen zich ondergesneeuwd, of zijn het ook, ze willen breken met hun treurige bestaan en dan komt die oude man langs. Even verlichting, even troost, of alleen een helpende hand, hij beschikt over onvermoede geneeskundige krachten, hij duikt op en dan is hij al weer weg. Tegen het einde van de roman reist hij samen met een paar slachtoffers van de oorlog in Syrië en Irak die grote verwachtingen van hem hebben. Is het Jezus die terug is op aarde? Is het de Twaalfde Imam, de Mehdi, waar men smartelijk op wacht? De Nooy laat het gelukkig in het midden, je moet er als lezer zelf maar het jouwe van denken, al zijn er scènes waarin de oude man het over zaadjes heeft die hij plant.

De roman bestaat uit de levensverhalen van, inderdaad, ‘kleine helden’. In ieder hoofdstuk laat de schrijver zijn oude held tijdelijk raken aan de levens van een paar ‘anderen’. Levens waar we meestal aan voorbij gaan. Bijvoorbeeld dat van de Thaise vrouw die ernstig door haar Zweedse man wordt mishandeld, de vriend van die man die het aanziet, maar niet weet in te grijpen. Pijnlijke verschrikkingen. Of het fraaie verhaal over de autistische Tsjechische jongen Pavel die verwilderde uitvindingen doet en die de stervende Iveta wil redden door haar de ruimte in te schieten en in zijn huis alvast een schietstoel ontwerpt. Of het vluchtende meisje dat niet meer voor hoer wil spelen en geholpen wordt door Mehmet en Semra. Het ene verhaal na het andere, levens en gevoelens in een notendop, ingenieus, meevoelend en inlevend verteld, met soms mooie uitschieters. Bijvoorbeeld de gigantische kletsmajoor Sahan, die zijn tragische leven van zich af probeert te praten door een stortvloed van (vaak goeie) grappen. De opsommingen van spreekwoorden die op alle situaties van toepassing zijn is geweldig! Deze roman is een caleidoscoop, zo lees je ze niet vaak. Klik, nieuwe figuren, hun verhaal, klik, weer anderen, ja, daar is die oude kerel weer, hij heeft nu een andere broek aan, klik, we zijn in Slovenië. Op weg. Amerikanen zoeken hem (ja, Amerikanen, altijd fout in Nederlandse romans). Komt hij uit een
ruimteschip?

Small richard de nooy 5428z  keke keukelaar 2017 rv tot 30 5 2019
Richard de Nooy is een prima verhalenverteller © Keke Keukelaar

De Nooy is een prima verhalenverteller, hij heeft een groot hart voor onderdrukten, hij zet in een paar zinnen situaties en levens neer, zonder al te veel uitgeleg en doorgedram. Vaak geestig, altijd oprecht en doortastend. Hij kruipt steeds in de hoofden van zijn personages waardoor we de illusie krijgen ze ‘echt’ te leren kennen. Zo denken die mensen dus. ‘Adnan vervloekt zichzelf. Juist hierom is hij vuilnisman geworden; om dit soort idiote dingen te vermijden. Juist hierom wil hij liever niks met mensen te maken hebben – bekenden of onbekenden.’ Of we zitten in de beklemde denkwereld van de Libanese winkelier Elie: ‘Het was druk geweest in de winkel rond sluitingstijd. De zwarte terreinwagen had zeker een half uur voor de deur gestaan. Pas toen Elie aan het afsluiten was waren de twee mannen uitgestapt.’ De stijl van de potboiler: inzoomen op en inleven in kleine helden, die zonder het te weten een rol spelen in een veel groter verhaal. De schrijver beheerst deze veel beproefde stijl goed, hij wil er empathie bij lezers mee oproepen. Meeleven en mee lijden met anderen. Met vuilnismannen, gestoorden, armen, vertrapten en losers. Empathie met de verlatenen. Trump probeert dit ook, maar hem lachen we natuurlijk uit want hij schrijft geen romans.

Is dit de toekomst van de geëngageerde roman? Inlevende verhalen over mensen met een hopeloos leven? En die keer op keer aan ons voorhouden? Ook al weten we alles al? Zodat wij lezers eindelijk tot inzicht komen hoe de wereld in elkaar zit? Het is het kapitalisme, stupid! Ik kan er maar niet in gaan geloven. Literatuur is in laatste instantie geen meningenmachine. Kun je dit als recensent De Nooy verwijten? Ook Multatuli riep op tot medelijden met de onderdrukten, met de Javaan, en daar hoor je tegenwoordig niemand over klagen. Bij hem kwam het voort uit een overontwikkeld gevoel van zelfmedelijden. Als er één werd onderdrukt was het Multatuli zelf, vond hij in alle oprechtheid. Zijn werk is toch nog steeds onovertroffen en dit zit ’m in de stijl ervan. Echt waar. Hij ontwikkelde al schrijvend een destijds volstrekt afwijkende en ongebruikelijke nieuwe taal, die van het gewone praten: praattaal, straattaal. Of iets wat daarop leek. Die taal was destijds ongehoord. Juist daartegen liep men te hoop. Hij engageerde zich met het schrijven zelf. Dat ‘de Javaan’ werd onderdrukt was al lang bekend, dat stond zelfs toen al in de krant. De Nooy werkt in zijn roman bekwaam en bevlogen met het jargon dat gebruikelijk is in de huidige geëngageerde literatuur. Maar hij zocht niet, nog niet, naar een eigen stijl.

Literatuur is geen meningenmachine. Kun je dit als recensent De Nooy verwijten?