Meer bureaucratie maar geen banen

Anderhalve dag per week breng ik mijn twee dochters naar een bijstandsmoeder. Daar treffen zij twee lotgenootjes plus de kinderen van de oppas zelf. Haar oppaskinderen werft zij deels direct, deels via een gastouderbureau. Al jaren vult zij zo haar uitkering aan. Tot volle tevredenheid, behalve dan dat zij officieel verstoppertje moet spelen omdat wat zij armoedebestrijding noemt, officieel uitkeringsfraude heet.

In Belgie lost men het probleem van mijn oppas als volgt op: Ik ga naar het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap en schaf mij enige dienstencheques aan. Met die cheques betaal ik mijn oppas. Zij wisselt die cheques vervolgens in et voila: zij heeft een legale bijverdienste en hoeft zich geen zorgen te maken over overheidsinmenging in haar prive-besognes en ik heb niet langer het gevoel dat ik gebruik maak van het zwarte circuit. En de staat heeft geen last meer van uitkeringsfraude. Daar staat tegenover dat uitkeringsgerechtigden zich moeten melden voor kluswerk op straffe van een sanctie en dat ze op die manier maximaal 370 gulden mogen bijverdienen. De rest blijft zwart.
In Nederland is het systeem van de dienstencheque geintroduceerd door ex- ING-directeur Van Maanen en vervolgens gepushed door de werkgeversorganisaties VNO en NCW. De winkel hoeft van hen niet. Leg gewoon op ieder postkantoor een stapel cheques neer en laat iedere particulier er zoveel aanschaffen als hij wil. Volgens Van Maanen kunnen als de zaak eenmaal loopt ‘wellicht enige honderden guldens’ op de uitkeringen worden bespaard. Op die manier vervangt de dwang van de markt de bureaucratische dwang met meldingsplicht en sanctie. Immers, als de uitkering maar laag genoeg is, wordt de dwang om bij te verdienen vanzelf groter. Waarna de markt openligt voor de tallozen die dan om hun minimumuitkering aan te vullen massaal huis, tuin en keuken van de beter bedeelde landgenoten zullen gaan onderhouden. Op die manier wordt een niet geringe besparing op de collectieve uitgaven mogelijk.
Dat deze oplossing mijn bijklussende oppas volledig rechteloos zou maken - wat gebeurt er in geval van een conflict of als iemand gewoon niet of minder betaalt dan afgesproken? - deert de werkgevers niet. Dat probleem wordt in de constructie van onze zuiderburen vermeden: daar zorgt het agentschap voor rugdekking in de vorm van een contract, verzekeringen en dergelijke.
Minister Melkert ziet er niets in. Hij wenst de cheques alleen aan gecertificeerde werkgevers uit te delen die daarmee langdurig werklozen goedkoper kunnen inhuren. Dan krijgen ze tenminste een echte baan. Daarmee deelt hij de kritiek van de bonden. De cheque wordt op die manier de zoveelste loonkostensubsidie, die in plaats van meer werk alleen meer bureaucratie, pallets ongebruikte cheques en kamervragen zal opleveren.
Is het iets nieuws? Nee dus. De werkgevers zien het als een mooi middel om de uitkeringen te verlagen. De politiek ziet het als de zoveelste vorm van loonkostensubsidie. De vakbeweging als de zoveelste vorm van valse concurrentie. En mijn oppas? Die winkel lijkt haar wel wat. Maar dan zonder sancties graag. Die bonnen lijken haar overbodig. Waarom zeggen ze niet dat je vierhonderd gulden naast je uitkering mag bijverdienen? En zo is het.