Meer dan een Indiër in Londen

Met zijn rauwe debuutroman Toerisme werd de Brits-Indiase schrijver Nirpal Singh Dhaliwal meteen uitgeroepen tot enfant terrible van de Britse literaire scene. Met dank aan Michel Houellebecq. ‘Het is makkelijk een liberaal te zijn als je alleen omgaat met mensen van je eigen omgeving.’

Nirpal Singh Dhaliwal
Toerisme
(Tourism, vertaald door Adriaan Krabbendam) Mouria, 287 blz., € 10,-

Hij deinst er niet voor terug zijn neus in zijn sokken te snuiten, bekent erg winderig te zijn, onthult publiekelijk zijn vrouw bedrogen te hebben en heeft schijt aan zowel blanke republikeinen als etnisch georiënteerde literaire prijzen en zij-die-ze-willen-winnen. De van Punjabi-ouders afkomstige, in Londen geboren en getogen Nirpal Dhaliwal Singh doet flink van zich spreken sinds zijn debuutroman Toerisme is verschenen. Hierin vertelt hij het verhaal van een zekere Bhupinder ‘Puppy’ Singh Johal, een jonge antiheld die zijn ouders en hun immigrantenwijk verruilt om zich een plaats te veroveren in de Londense elite. Op weg naar de top ventileert hij zijn mening over vrouwen, kunst, blanke bierbuiken, armen, het kapitalisme en homoseksualiteit. De zwarte mannen in het boek zien blanke vrouwen als hoeren en Puppy zelf poneert zijn stelling dat niemand stommer kan zijn dan blanken, of ze nu arm of rijk zijn.

Gefeliciteerd. De critici zijn het bijna allemaal met elkaar eens: ‘Toerisme’ is een opvallend maar onaangenaam boek, schrijven ze. Tezelfdertijd wordt u door hen het enfant terrible van de Britse literaire scene genoemd. Ik ken debutanten die meer moeite moeten doen voor aandacht.

Nirpal Singh Dhaliwal: ‘De Britse literaire scene bestaat uit kleinburgerlijke lui, de zogenaamde gevestigde orde. Als er zich plots iemand in hun midden bevindt die afwijkt van hun eigen leven vinden ze dat uitdagend. De stem en sfeer in mijn boek zijn vrij alledaags. Ze zijn geplukt uit mijn eigen leefwereld en ervaring. De wereld zit vol met Puppy’s. Mij een enfant terrible noemen getuigt toch van enige onnozelheid. Kijk, literatuur is wellicht de grootste bourgeois kunstvorm die er is. Niet veel mensen met mijn achtergrond bewegen zich in dat milieu. Mijn ouders waren straatarm. Het waren immigranten. Mijn moeder was bordenwasser, for God’s sake. Ik schreef een boek dat omgaat met de stad Londen op dezelfde manier als waarop Spike Lee in zijn films omgaat met New York. That’s it.’

U liet zich voor uw hoofdpersonage inspireren door Houellebecq?

‘Ik bewonder Houellebecq om zijn moed. Hij wist te beschrijven wat het is om een blanke te zijn in deze wereld. Hij schreef over onzekerheden en angst. De meeste schrijvers hebben moeite zulke onaantrekkelijke vooroordelen op papier te zetten, hij durfde dat wel. Hoe extreem ook, het was op z’n minst geloofwaardig, want zulke extremen bestaan natuurlijk wel. Idioten genoeg op deze wereld. Ik dacht: als Houellebecq zijn personages de vrijheid geeft te schrijven wat ze denken, waarom zou ik dan niet hetzelfde doen?’

Uw hoofdpersonage is een nihilist, mag ik hem zo omschrijven?

‘Hij is een ultrarealist en een cynicus, maar een nihilist? Hij is een man die het leven neemt zoals het is, zonder al te veel verwachtingen, laat staan verantwoordelijkheden. Goed, daardoor gedraagt hij zich egocentrisch, verward en onverantwoordelijk, maar dat maakt van hem nog geen nihilist. Ik weet het, de Britten omschrijven hem ook zo, maar volgens mij beseffen ze tot op zekere hoogte wel dat hun eigen orthodoxe maniertjes door dit boek op de proef worden gesteld.’

In hoeverre valt u samen met uw hoofdpersoon?

‘Voor alle duidelijkheid: mijn boek is geen autobiografie. Het zit wel tjokvol dialogen en ervaringen uit mijn eigen leven. Ik heb de moed gevonden om mijn eigen waarheden te romantiseren. Ik was, net als Puppy, erg onsuccesvol als freelance journalist. Ik wilde gewoon graag schrijven, creatief blijven. Maar dat werd niets. Als je kunt schrijven, waarom zou je dan geen verhalen schrijven? Ik zie het als met eten. Je kunt snel een maaltijd klaarmaken, en dan heb je daadwerkelijk gegeten. Maar als je vijftien minuten langer in de keuken staat, heb je een superbe maaltijd. Zo is het ook met schrijven. Ik wilde vooral de thema’s uit mijn eigen leven aanhalen die te maken hadden met opgroeien in een wereldstad: seks, multiculturaliteit, ras, klasse… Op zeker moment zegt Puppy: ik ben slechts een toerist in deze stad. Dat zegt alles over zijn identiteit en de verwardheid daaromheen. Wanneer je je associeert met een stad, zoals ik heb gedaan, daag je in feite je eigen identiteit uit. Je laat je in met alles waar die stad op drijft, en dat heeft gevolgen voor wie je bent en wordt. De stad verandert zo snel dat je je niet anders dan een toerist kunt voelen. Ik zie Puppy als iemand in wie het kleine jongetje op zeker ogenblik afsterft, maar hij is dan nog geen man. Hij beweegt zich in een tussenfase. Hij is beter uitgerust dan de eerste generatie Punjabi, maar hij blijft een alien met de nodige onzekerheden en angsten.’

Uw hoofdpersoon vlucht in seks en drugs, denkt u d–

‘Wait a minute. Vlucht hij echt in seks en drugs? Dat maakt toch gewoon deel uit van het leven? De manier waarop hij seks en drugs benadert is niet extreem. Hij neemt niet deel aan orgieën, is geen junkie. Hij neemt enkel wiet en xtc tot zich, geen cocaïne. Hij is een vrij gewone drugsgebruiker. Mensen van zijn leeftijd doen dat.’

De British Book Awards hebben kort geleden een nieuwe prijs in het leven geroepen: de Decibel Prize for Ethnic Minority Writing. U heeft zich daar in een column erg druk over gemaakt, het zelfs uitgespuugd. Waarom?

‘Het is verdomd neerbuigend. Mensen moeten vertrouwen hebben in zichzelf. Ze moeten verder groeien dan de hokjes waarin ze gezet worden. Hoe kun je de gettomentaliteit doorbreken als dat gepaard gaat met het creëren van andere getto’s? De wereld verandert door mensen die verder gaan dan hun omgeving. Zij zijn de evolutie. Ik mag dan van een andere etnische minoriteit zijn, dat wil niet zeggen dat dat feit me het meest moet definiëren. Goed, ik ben trots op mijn etniciteit, het is iets waarmee ik geboren ben. Maar stel je voor dat ik daaraan zou vasthouden en de rest zou wegwuiven. Ik hou ook van andere culturen en Puppy is meer dan een Indiër in Londen. Ik denk dat het belangrijk is dat mensen zien dat ze meer vertegenwoordigen dan enkel hun seksuele oriëntatie, hun geslacht, hun religie of hun culturele en/of politieke achtergrond. Er wonen meer Indiërs op de wereld dan blanken, waarom zou ik dan zonodig in een getto zitten?’