Meer dan een poel van ellende

PAUL THEROUX
DE POORT NAAR INDIA
Vertaald door Tineke Funhoff en Jan Donkers
Atlas, 319 blz., € 19,90

Als hij op zijn best is, combineert de beroemde Amerikaanse (reis)schrijver Paul Theroux scherpe observaties en geloofwaardige personages met verrassende plotwendingen en een constant aanwezige suspense. Zijn nieuwe verhalenbundel De poort naar India bestaat uit drie novellen die zich afspelen in India. In elk verhaal is India meer dan een decor. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de hoofdpersonen een middel zijn om het land, in al zijn ellende en smerigheid, zo krachtig mogelijk af te beelden. Audie en Beth Blunden, de hoofdpersonen in het openingsverhaal Monkey Hill, zijn dertig jaar getrouwd. Met een vakantie in een luxueus Indiaas kuuroord proberen ze hun uitgebluste huwelijk nieuw leven in te blazen. Na een paar pagina’s amusant gefoeter op de Indiërs, het lokale eten en zelfs het Indiase schrift – dat eruitziet als ‘wasgoed dat aan een waslijn hangt’ – probeert Theroux langzaam de tragiek te beschrijven van een huwelijk dat zichzelf vredig in slaap heeft gesust. Daar slaagt hij maar half in. De beschrijvingen van de omgang tussen de echtelieden zijn te obligaat om echt pijnlijk te kunnen worden: ‘Mr. en Mrs. Blunden, Audie en Beth, lagen in bed, naast elkaar maar apart. Ze zonken tuimelend en buitelend in slaap in de zich vernauwende spelonk van het bewustzijn, op de kabbelende stroom van hun afdwalende gedachten. (…) Ze hadden elkaar welterusten gewenst en “Hou van je” gezegd, hun slaapritueel opgevoerd, en elkaar gekust met droge lippen zoals broer en zus.’ Kabbelende gedachtestromen, zich vernauwende spelonken van het bewustzijn, kussen zoals broer en zus: met zulke ongeïnspireerde omschrijvingen worden de personages, en hun relaties tot elkaar, nooit écht interessant. In de hoogtepunten uit Theroux’ omvangrijke oeuvre, zoals Hotel Honolulu, of de perfecte novelle Doctor DeMarr, heeft hij aan twee zinnen genoeg om zijn personages tot leven te laten komen. In De poort naar India draait hij in twee zinnen zijn personages de nek om.

Ook de hoofdpersoon in het verhaal De olifantgod komt niet helemaal uit de verf. Alice, een intelligente, niet bijster aantrekkelijke jonge vrouw, reist met een beeldschone vriendin door India. De mooie vriendin laat Alice al gauw in de steek voor een man, en ze moet alleen verder reizen. Al vanaf de eerste pagina voorvoel je dat dit nooit goed kan gaan, en Theroux werkt vakkundig naar een gruwelijke climax toe. Maar nergens is het onmogelijk om het boek opzij te leggen, omdat het je niet veel kan schelen in wat voor drama’s Alice nou weer belandt. Saaie personages verdienen geen medelijden.

Dwight Huntsinger, de hoofdpersoon uit het verhaal Gateway of India, is het best uitgewerkte personage uit de bundel. Hij is naar India gestuurd ‘om te kijken hoe bepaald werk het best kon worden uitbesteed’. Zijn huwelijk is mislukt en hij hoopt dat zijn reis naar India hem helpt die klap te verwerken. Die hoop is tevergeefs. Huntsinger walgt van India en komt zijn hotelkamer alleen maar uit voor zijn werk. Totdat hem een jonge Indiase schone wordt aangeboden. Dan geeft Theroux het verhaal een draai van 180 graden. Huntsinger wordt verliefd op het Indiase kindhoertje en ziet plotseling in dat India meer is dan een smerige, stinkende poel van ellende. Meer relaties met jonge Indiase vrouwen verdringen de pijnlijke herinneringen aan zijn huwelijk.

In alledrie de verhalen in deze bundel is er zo’n soort omslagpunt. Zodra de hoofdpersonen zich weten te ontworstelen aan hun huwelijksproblemen of aan hun gekmakende isolement verandert India van een groot open riool in een sprookjesbos. Maar het geluk duurt nooit lang. De westerlingen zien al gauw in dat de Indiërs met wie ze het aanleggen ordinaire goudzoekers zijn, en qua lompheid niet onderdoen voor de gemiddelde redneck. Telkens laat India uiteindelijk zijn ware gezicht zien: een door en door corrupt land, waar iedereen alles van elkaar weet, en waar elke stap van de rijke buitenlanders wordt geregistreerd. De Indiërs hebben hen in hun greep. En ze kunnen hun misstappen niet achter zich laten.

Als Theroux in topvorm was geweest, had hij met dit materiaal drie beklemmende novellen geschreven, waarin spanning, rake observaties en komische oneliners elkaar hadden afgewisseld. Novellen waarin de verhaalfiguren net zo krachtig worden neergezet als het land waarin de verhalen zich afspelen. De poort naar India is echter een met water aangelengde versie van Theroux: soepel geschreven, af en toe een hint van zijn betere werk, maar met beduidend minder smaak.