Madrigalen in de reprise

Meer dan liefdesliedjes

De opera bestaat vierhonderd jaar. De Nationale Reisopera en De Nederlandse Opera vieren dit met reprises van de voorlopers van de opera: de madrigalen.

Madrigalen zijn de popsongs van vroeger: ze duren niet lang, ze worden gezongen – al dan niet met begeleiding – en ze gaan altijd over de liefde. Samen met de zangers van het Kassiopeia Quintet heeft de Nationale Reisopera een aanstekelijke en grappige familievoorstelling gemaakt, samengesteld uit wel 42 liederen die tussen 1590 en 1610 zijn geschreven door Adriano Banchieri en andere Italiaanse componisten.

La barca wordt gepresenteerd als een reis over de oceaan met een luxe stoomboot in de jaren dertig. Kapitein is de dirigent Gabriel Garrido, die samen met ‘assistent zeecadet derde klasse’ Adrian Schvarzstein een madrigaalopera heeft samengesteld, met als kern de komische madrigaalkomedie La barca di Venetia per Padova van Banchieri uit 1605. Ze hebben daar een groot aantal composities van andere componisten uit dezelfde tijd aan toegevoegd, waardoor losjes het verhaal ontstaat van een bootreis.

De passagiers gaan aan boord, leren elkaar kennen, flirten, komen in de verleiding de sleur van hun leven te doorbreken en raken tijdelijk vervreemd van hun eigen man of vrouw. En aan het einde, tja, dan moeten ze toch weer afscheid van elkaar nemen. Medesamensteller en regisseur Schvarzstein zelf speelt een onhandige matroos, helemaal onderaan in de hiërarchie aan boord. Hij krijgt van iedereen de schuld als er iets mis gaat, verstopt zich achter een jongetje uit het publiek en chartert vier stevige mannen uit de stalles om de vele koffers van een diva-achtige zangeres te dragen.

La barca laat horen dat Claudio Monteverdi’s L’Orfeo niet uit de hemel kwam vallen; dat andere componisten ook aantrekkelijke, ironische, emotioneel geladen muziek maakten. Het is goed in elkaar gezet en wordt vlot gespeeld in een effectief decor van losse elementen die samen op verschillende manieren een stoomschip vormen, met onweer op zee en al. De jaren-dertigsfeer past goed bij de liedjes van vierhonderd jaar geleden – misschien door de combinatie van luxe en dreiging. Er wordt goed en losjes gemusiceerd door een klein orkest, het ensemble Elyma, en er wordt beeldschoon gezongen door de jonge zangers van het Kassiopeia Quintet, die gespecialiseerd zijn in de madrigalen van Gesualdo, maar ook met deze liefdesliedjes heel goed uit de voeten kunnen.

Meer operageschiedenis bij De Nederlandse Opera. Naast drie opera’s van Monteverdi brengt Pierre Audi ook nog drie van diens madrigalen. Dat zijn meer dan alleen maar liefdesliedjes; het zijn drie volwaardige operascènes. Audi presenteert ze als ongelukkige-vrouwenverhalen: sober, esthetisch, soms aangrijpend, in één eenvoudig decor – een lap rulle aarde met in het midden wat kleine rotsblokken. In het oorspronkelijke balletspektakel Il ballo delle ingrate komen deze ingrate, de ondankbare vrouwen, daar hun droevig lot bezingen. Tijdens hun leven wezen ze de liefde af en nu komen ze op verzoek van Venus uit de onderwereld om andere vrouwen te waarschuwen niet zo dom te zijn als zij. Dat is in feite natuurlijk alleen maar een mannengrap, maar Monteverdi beeldt hun lot muzikaal zo prachtig uit dat er al bij de première in 1608 door de dames in het publiek smartelijk om werd gehuild.

Audi laat hier direct het Lamento d’Arianna, de jammerklacht van Ariadne, op volgen, de enige aria die bewaard is gebleven uit Monteverdi’s gelijknamige opera. Deze vrouw geeft zich wél over aan de liefde, maar wordt door haar minnaar Theseus vervolgens aan haar lot overgelaten. In deze voorstelling lijkt het of Christianne Stotijn ook uit de onderwereld is gekomen. Haar smart is er niet minder om.

Toch is de laatste madrigaal, Il combattimento di Tancredi e Clorinda, nog droeviger. Clorinda, een Moorse prinses tijdens de kruistochten, is wel geëmancipeerd, maar ook dat loopt verkeerd af. Onherkenbaar verkleed als ridder strijdt zij dapper in de oorlog om Jeruzalem. Haar minnaar Tancredi achtervolgt haar zonder te weten wie zij is en gaat een tweegevecht met haar aan. Bij het licht van twee schalen met vuur en wanhopig bezongen door de verteller (Emiliano Gonzalez-Toro) leveren de twee ridders strijd. Hij verwondt haar uiteindelijk dodelijk en komt er dan pas achter dat hij zijn eigen geliefde heeft gedood. Droevig, heel droevig, maar ook erg mooi.

Nationale Reisopera, La barca. Te zien op 27 september in de Stadsschouwburg Amsterdam, daarna t/m 7 oktober op veel plaatsen in Nederland; 9 en 10 oktober in St. Truiden, België.

De Nederlandse Opera. De drie Monteverdi-opera’s zijn nog te zien t/m 3 oktober. Ze zijn – voorafgegaan door een van de madrigalen – te horen op Radio 4 op 29 september, 6 en 13 oktober, 19.00 uur