Jeugdliteratuur

Meer dan magische kitsch

Annejoke Smids

Piratenbloed

Ploegsma (11+), 315 blz., € 15,95

De zwarte baron

Ploegsma (11+), 352 blz., € 15,95

Omvangrijke vertellingen vol magie, toverij, verwijzingen naar sprookjes, legenden en historische gebeurtenissen genieten grote populariteit. Is het escapisme, nostalgie of hang naar romantiek waardoor dit soort vertellingen zo gewild is? Lezers, auteurs en uitgevers zijn op mysterieuze wijze betoverd sinds J.K. Rowling Harry Potter in 1998 de wereld in heeft gestuurd. Er is volop ruimte voor schrijvers van avonturenboeken en historische romans, al dan niet verlevendigd met «fantasy». En die ruimte wordt gretig benut. Ook in het nuchtere Nederland waar schrijvers van avonturenverhalen en meeslepende fantasy, zoals Tonke Dragt, Paul Biegel en Marten Toonder, lange tijd een zeldzaamheid waren. Isabel Hoving, Marco Kunst, Thea Dubelaar en de «Schrijvers van de Ronde Tafel», die het historische jeugdboek nieuw leven inblazen, krijgen gestaag vaste voet aan de kille Nederlandse poldergrond.

Annejoke Smids is één van die nieuwe verhalenvertellers. Voor Piratenbloed, haar debuut, ontvangt ze voorafgaand aan de kinderboekenweek een Vlag en Wimpel (eervolle vermelding). En Smids’ onlangs verschenen De zwarte baron bracht het tot de shortlist van de Historisch Nieuwsblad Bontekoeprijs voor beste historische jeugdroman. Het is bewijs voor de waardering die de verhalenverteller alom geniet. Vraag is: bekroont de tijdgeest Smids’ boeken of bekronen ze zichzelf?

Piratenbloed en De zwarte baron houden het midden, zoals de titels opzichtig doen vermoeden, tussen avonturenverhaal en historische jeugdroman, op smaak afgemaakt met een builtje fantasy. In Piratenbloed dringt het spookschip De Vliegende Hollander, dat verdoemd is tot in eeuwigheid de wereldzeeën te bevaren, de geloofwaardig ge schetste zeventiende-eeuwse werkelijkheid binnen van piraterij, VOC en koopvaarders die «zeelui ronselen tegen een gage waar ze net niet van doodgaan». Vanaf het eerste hoofdstuk, wanneer drie geheimzinnige gezanten van de Vliegende Hollander op onverklaarbare wijze op het koopvaardijschip de Katharina verschijnen, vermoed je spanning, avontuur en mysterie. Het vermoeden wordt bewaarheid.

Wat clichématig, maar functioneel vertelt Smids hoe het de Katharina vergaat na het mysterieuze bezoek: «Letterlijk als een donderslag bij heldere hemel, zijn de elementen woest en onoverzichtelijk.» De zee wordt «een kolkende massa» en «dan klinkt er een oorverdovend gekraak te midden van het overdonderende geweld van wind en water». Slechts hoofdpersoon Sebastiaan en twee maten overleven de schipbreuk. Ze worden door piraten gered en meegevoerd naar Madagascar, waar Sebastiaan zonder grote gewetensbezwaren, en daardoor enigszins ongeloofwaardig, aanmonstert op The Black Joke («De kapitein die haar bestuurde was een duivel») en onder de bezielende leiding van piratenkapitein Fenmore uit plunderen gaat. Fenmores geestdrift en zijn razendsnelle zwarte schip geven het bevreemdende gevoel dat Sebastiaan wellicht op de Vliegende Hollander is beland. Dat blijkt echter knappe suggestie.

Pas in deel 2, Het spookschip, vaart Sebastiaan anderhalf jaar mee met schipper VanderDecken, nadat hij door Fenmore als mogelijke verrader van de piratenkolonie is weggezonden om zijn onschuld te bewijzen en de Vliegende Hollander als het ultieme kapersschip te veroveren. Bezeten van zijn doel wordt hij bijna een tweede VanderDecken, met duivelse trekjes. Maar in zijn wanhoop blijft Sebastiaan menselijk, wat hem uiteindelijk behoedt voor zijn ondergang. «Voor je het weet roep je het onheil over jezelf af», weet Sebastiaan. En dat is, helaas, alle levenswijsheid die hij heeft opgedaan. Een verblijf van anderhalf jaar op een spookschip leidt tot existentiële nood, verwacht je, en biedt dé mogelijkheid om van een geslaagd conventioneel zeeavontuur ook een aangrijpende Bildungsroman te maken.

In De zwarte baron durft Smids meer. In deze fascinerende vertelling bouwt ze het klassieke thema van machts honger die tot bezetenheid en zelfvernietiging leidt, beter uit. Op spectaculaire wijze richt de Franse «zwarte baron», Guy de Tarascon, zichzelf ten gronde. Door middel van verboden alchemistische praktijken, waarbij de grenzen van de middeleeuwse werkelijkheid van pauselijke en vorstelijke dictatuur en een onderdrukte bevolking worden overschreden, wil de ba ron eeuwigdurende macht afdwingen.

Het avontuurlijke web dat Smids rondom het onheilsverhaal van Tarascon spint is vernuftig en verrassend. Haar geloofwaardige personages hebben een verleden, handelen soms onvoorspelbaar en zoeken de grens tussen goed en kwaad die soms mistig blijkt. «Het pad van het goede lijkt plotseling vol kronkels en zijvertakkingen.» In het gebruik van dit soort vanzelfsprekende, maar op zich doeltreffende beeldspraak toont Smids gepaste terughoudendheid. Zo voorkomt ze literaire dikdoenerij.

Hoewel het iets complexer en vrijer in stijl is dan Piratenbloed is De zwarte baron evenzeer prijzenswaardig: net als in Piratenbloed overstijgt Smids hier het niveau van makkelijk geschreven, fantastische pulp met een voorspelbare zwart-witstrijd tussen goed en kwaad. Dat is in deze tijden vol magische kitsch een compliment waard.