Meer eerbied voor de echte lezers!

Voor bestsellers, het woord zegt het al, zijn lezers nodig die boeken kopen, maar vaak zullen dat klanten zijn die slechts zelden een boek kopen, alleen als het moet, als de tamtam maar lang genoeg op hun schedel heeft geklopt. Het is raar, maar feitelijk mikt de groothandel vooral op de kleinverbruiker. Veel belangrijker is daarom de groep lezers die regelmatig boeken koopt - dat zijn de echte lezers. Die zijn niet alleen voor de literatuur de belangrijkste, omdat ze nieuwe boeken mogelijk maken, maar ook economisch leggen zij meer gewicht in de schaal dan de onbetrouwbare verzameling sporadische lezers. Maar als je sommige hijgende uitgevers hoort, is de minderheidsgroep waarover ik het heb een elitaire club die je hooguit moet gedogen; het grote publiek, daar gaat het om.

De regelmatige gebruiker, de verslaafde, heeft het behoorlijk zwaar: hij moet bijhouden wat er zoal verschijnt (en dat terwijl het aantal literaire titels in twintig jaar tijd vervijfvoudigd is), daarvoor moet hij recensies lezen, lijstjes nieuwe titels doornemen, in de boekhandel verder kijken dan de stapels bij de kassa, vaak moet hij alle ruggen in de kasten langs om een boek dat twee weken oud is zelfs maar te vinden, enzovoort. Wie nog echt boeken zoekt en niet met een toptien in de hand een boekhandel binnenstapt, weet dat de boekhandel een steeds nauwere bottleneck aan het worden is: boeken produceren kan iedereen, ze verspreiden is een heel andere zaak.
‘Een uitgever heeft tot taak kopers te zoeken voor een boek waar hij in gelooft’, schreef Reinjan Mulder vorige week in de NRC-bijlage CS Literair, waar hij enkele uitgevers aan het woord laat over boeken die het ondanks grote verwachtingen, soms gebaseerd op hoge oplagen in het buitenland, minder goed of helemaal niet deden. Maar waar zoek je die kopers? Ik schat de groep van regelmatige aanschaffers op tienduizend; die groep omvat dan wel zeer uiteenlopende interessen, zodat er voor menige titel niet meer dan tweeduizend, duizend of maar een paar honderd kopende lezers te vinden zijn. Misschien zijn het er in potentie wel meer, maar deze kleine groep moet al zoveel lezen, steeds meer lijkt het wel en vaak ook de dikste boeken.
Het is overigens een wonder dat er nog steeds goede vertalingen worden uitgegeven. Ik zal niet gauw zeggen dat er te veel is, hooguit te veel van hetzelfde, middelmatige en daarom overbodige. Maar het gevolg is wel dat een afzonderlijk boek het op eigen kracht niet redt. En de uitgevers verpesten het voor zichzelf met hun titelvermenigvuldiging - ja, zij kunnen daarmee hun risico spreiden, maar een boek en zijn schrijver niet, die hebben maar een kans - en dan zwijg ik maar even over de pocket-plaag.
Laten de uitgevers die kleine groepen lezers in ere houden en niet hun neus ophalen voor kleine oplagen. Maarten Asscher, directeur van Meulenhoff, noemt tegenover Mulder als voorbeeld van een teleurstelling De oude man die graag liefdesromans las van de Chileense schrijver Luis Sepulveda; in Spanje en Frankrijk een bestseller, hier gingen er 1500 exemplaren weg. Nou en, als je die buitenlandse oplagen even vergeet is dat voor zo'n boek een respectabel aantal (hoeveel films, composities en kunstwerken kunnen op zo'n groot publiek bogen?).
Over die roman heb ik hier geschreven, positief, al vond ik dat Sepulveda het meer van zijn stof, de 'ontwijding van het ongerepte Amazonegebied’ moest hebben dan van zijn stijl. Vorig jaar verscheen een tweede roman, De wereld aan het einde van de wereld, door zijn uitgever even hoog gewaardeerd als het beste werk van Marquez. In mijn ogen is het een vrij mager verhaal over een criminele walvisvaarder in de antarctische wateren, een keurige ecoroman, maar om dat nu een vervolg op Melville’s Moby Dick te noemen?
Uitgevers, behandel de echte lezers liever anders dan het grote publiek, jullie zullen ze nog nodig hebben; vertel ze gewoon wat voor boek het is en reserveer Eco en Ekman voor de luidsprekers in de stadions.