DVD Wise Blood

Meer horror dan geloof

John Hustons buitenissige, typisch-jaren-zeventig-verfilming van Flannery O’Connors southern gothic-roman Wise Blood (1952) bevat een scandaleus beeld van Madonna met kind: een door seks geobsedeerde jonge vrouw, Sabbath Lily Hawks (Amy Wright), verschijnt in een deuropening met in haar armen een gekrompen mummie. Haar baby, een monster. Zij, een slet. Zelfs haar onwillige minnaar, Hazel Motes (Brad Dourif), kan alleen maar met grote ogen naar haar staren, vol ongeloof.
Het is een briljant motief in een film met als overkoepelend thema een soort van antigeloof. Motes, een jongeman pas terug van de oorlog, trekt naar een stadje in Tennessee, waar hij om onduidelijke redenen van plan is een nieuwe kerk te stichten, een ‘kerk van de waarheid, een kerk zonder Christus’. Maar Motes blijkt in dit zuidelijke stadje behoorlijk wat concurrentie te krijgen van andere ‘kerkgenootschappen’ en allerlei charismatische openbare predikanten. En allemaal brengen ze de Waarheid en het Licht. Zo zijn er Asa Hawks (Harry Dean Stanton) en dochter Sabbath, die iedere dag weer de straat op gaan om zieltjes te winnen, met als selling point het verlokkelijke feit dat Asa blind is (maar niet heus) en zo ertoe in staat is echt God te zien. En niet te vergeten Hoover Shoates (Ned Beatty), een cowboy met gitaar die al zingende Gods woord verkondigt.
John Huston (1906-1987) maakte in zijn lange carrière goede én slechte films. Het vroege werk, The Maltese Falcon (1949) en The Treasure of the Sierra Madre (1949), zijn meesterlijke voorbeelden van de cinematografische verhaalkunst in de stijl van het oude Hollywood. Over Hustons plaats in de Amerikaanse filmgeschiedenis zijn de meningen verdeeld. David Thomson schreef een paar jaar geleden in The Guardian dat Huston hooguit zes grote films heeft gemaakt, maar dat hij niet in hetzelfde rijtje thuis hoort als Howard Hawks en John Ford. Terecht merkt Thomson op dat Huston het regisseren dikwijls zag als een manier om iets van de wereld te zien. Volgens Thomson was de reden hiervoor dat Huston, anders dan Hawks en Ford en ook Orson Welles, niet echt geobsedeerd was door film.
En toch: Huston was wel degelijk geobsedeerd door verhaal en personage. Door fictie. Al zijn films zijn intelligent, fijn geconstrueerd. Opvallend veel Huston-films zijn gebaseerd op grote literaire werken. Een greep: Dashiel Hammett, B. Traven, James Joyce, C.S. Forester, Malcolm Lowry, Kipling en Melville. Zelfs het Oude Testament werd omgevormd tot film: The Bible uit 1966, waarin het creationisme in een bizar, New Age-achtig jasje werd gestoken.
Huston heeft zeker méér dan zes belangrijke films gemaakt. Zelfs in zijn minder bekende werk valt nog altijd veel te ontdekken, waarvan Wise Blood een goed voorbeeld is. Weer een romanverfilming, weer religie als thema. Maar nu, typisch voor de tijd waarin de film werd gemaakt, op een duistere, ondermijnende toon. Wie aan Motes vraagt hoe het nu zit met zijn kerk zonder Jezus krijgt als antwoord: ‘O nee, mevrouw, mijn Kerk van de Waarheid Zonder Christus is wel degelijk protestants!’ Deze subversieve boodschap neemt groteske vormen aan in de trieste, gevaarlijke uitbeelding van het genre southern gothic: op de maat van Tennessee Waltz bewegen de personages als maniakale geesten door lege straten en kale ruimtes van vervallen houten huizen. Inderdaad, geen Jezus. Geen verlossing. Slechts een monstrueus, dood kind in de armen van een sloerie. Dat is meer horror dan geloof. Wat misschien precies de bedoeling is van de kerk van Hazel Motes.

Te koop op dvd