Economie

Meer loon

‘Gewoon meer loon’. Zo heet de nieuwe actie van de FNV voor een hoger minimumloon voor jongeren. Die verdienen in Nederland veel te weinig. ‘We hebben allemaal last van de kredietcrisis’, zei Jeroen de Glas van FNV Jong vorige week. ‘Maar voor jongeren is het dubbel crisis op dit moment.’
Daarom moet het minimum jeugdloon flink omhoog. Misschien wel met honderd procent. De Glas: ‘Nu verdient een vijftienjarige 2,39 euro bruto per uur. Bruto! Een belachelijk laag bedrag natuurlijk. Dat moet omhoog naar 4,78 euro.’ Gewoon meer loon is dus de harde eis van de vakbond. Op hun website staat het in kapitalen geschreven en met de ‘N’ van loon lekker tegendraads in spiegelbeeld afgedrukt. Want dyslexie is hip. Alle jongeren die kunnen schrijven, worden opgeroepen om een petitie te ondertekenen.
Een verdubbeling van de lonen. Dat is precies wat de Nederlandse jongeren nodig hebben om de economische crisis door te komen. Tenminste, die paar jongeren voor wie na het verdubbelen van de loonkosten nog werk is. Want door de verdubbeling van het minimumloon is er straks natuurlijk voor veel minder jongeren plaats op de arbeidsmarkt. Maar goed, wie nog wel werk heeft, kan in elk geval tijdens het stappen een rondje geven aan zijn werkloze generatiegenoten.
Cynisch? Misschien, maar niet zo cynisch als de FNV-actie zelf. Want de vakbond jut jongeren op om zichzelf uit de markt te prijzen, ten faveure van de twintigplussers onder de leden. Vorig jaar verklaarde de FNV het minimum jeugdloon tot ‘oneerlijke concurrentie’. Het zou zelfs moeten worden afgeschaft. Alle jongeren zouden onder het algemene minimumloonregime moeten vallen, zodat onder hun niveau werkende scholieren en studenten niet langer laag opgeleiden van de arbeidsmarkt drukken. Voor werkgevers is het nu veel te voordelig om iemand van onder de 22 aan het werk te zetten.
Iedere scholier of student die de petitie van ‘Gewoon meer loon’ ondertekent, trapt dus in de val van de vakbond. Lekker een hoger minimum jeugdloon eisen, om er vervolgens achter te komen dat de supermarkt geen werk meer voor je heeft. Reken maar dat de kredietcrisis dan dubbel hard aankomt.
Maar ook oudere jongeren en jongere ouderen prijzen zich midden in de crisis uit de markt. Begin dit jaar zagen veel Nederlanders hun loon lekker omhoog gaan. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek stegen de cao-lonen in de eerste drie maanden van 2009 gemiddeld met 3,7 procent. Dat was de sterkste toename in vijf jaar. In de bouw stegen de lonen zelfs met bijna vijf procent.
Dat zijn leuke dingen voor de mensen. Maar na het feestje komt de kater. Nederland gaat de ergste recessie van onze tijd in met de grootste loonstijging in jaren. De loonkosten gaan omhoog, precies op het moment dat iedereen – bedrijven en werknemers – gebaat is bij loonmatiging. De hogere lonen nu vertalen zich in minder werkgelegenheid straks.
Natuurlijk, de absurde loonstijging van begin 2009 is het gevolg van cao-afspraken in 2008 en 2007. Collectieve arbeidsovereenkomsten lopen nu eenmaal een of twee jaar door. Maar de wereld is in die periode radicaal veranderd. Waarom laten de sociale partners zich gijzelen door afspraken uit het verleden? De onderhandelaars zouden bij iedere afgesproken loonstijging de logische clausule moeten opnemen dat in tijden van economische krimp de stijging natuurlijk niet doorgaat. Of beter: zo’n clausule zou eigenlijk niet nodig moeten zijn, indien iedereen zijn of haar gezond verstand gebruikte.
Maar helaas, zo werkt het niet. Begin deze maand stelden werkgevers in de grafische sector voor om de afgesproken loonsverhoging uit te stellen, in ruil voor afspraken over behoud van werkgelegenheid. In de grafische industrie is de productie de afgelopen maanden fors gedaald. De vakbonden liepen spontaan weg uit het overleg. Loon in ruil voor werkgelegenheid? Over zulke nonsens valt met de vakbond niet te praten – crisis of geen crisis.
Een maand geleden dreigde FNV Bondgenoten de mogelijkheid van deeltijd-WW te saboteren. Bedrijven in nood kunnen dankzij die nieuwe regeling overtollige werknemers tijdelijk voor de helft van de tijd in de WW laten belanden. Ontslagen worden zo voorkomen, is de hoop. De betrokken werknemers leveren tijdelijk pakweg vijftien procent loon in. De vakbond vond dat onaanvaardbaar en eiste dat de werkgever dit tijdelijke loonverlies zou compenseren. Dat daarmee het doel van de regeling – besparing op de loonkosten, zonder directe ontslagen – om zeep werd geholpen, was kennelijk van ondergeschikt belang.
Deze zaak liep dankzij ingrijpen van minister Donner gelukkig met een sisser af. Maar de indruk blijft bestaan dat de vakbond de gevolgen van de crisis op de arbeidsmarkt nog altijd schromelijk onderschat.