Dringen op rechts

Meer meer meer

Het uitdijende aanbod van partijen rechts van de VVD lijkt vooral een gevolg te zijn van de dominantie van Geert Wilders. Niet iedereen wil slippendrager zijn van een onvoorspelbare baas.

Het is de laatste weken tot treurens toe herhaald: de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 is begonnen. De stokpaardjes worden van stal gehaald, de beginselen afgestoft, de taal wordt ruwer, de aanvallen worden scherper. En er melden zich allerlei nieuwe partijen aan de streep, de ene iets serieuzer en kansrijker dan de andere. Zo gaat dat al jaren in de politiek en ook dit jaar is daarop geen uitzondering. In 2012 namen 21 partijen deel, in 2010 achttien en in 2006 waren het er 24. Als de schijn niet bedriegt, zullen het er dit jaar meer worden, want alleen al in de Tweede Kamer zitten er tegenwoordig zestien fracties.

Wat daarbij opvalt, is dat het de laatste jaren vooral druk is aan wat we gemakshalve maar even als de rechterkant van het politieke spectrum aanduiden. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn is het een komen en gaan van partijen die zich keren tegen een dikwijls als links dan wel als politiek correct bestempelde elite. Inmiddels kan de ontevreden rechtsgezinde burger kiezen uit Voor Nederland van Jan Roos, Forum voor Democratie van Thierry Baudet, de Ondernemerspartij van Hero Brinkman, Liberté Egalité Fraternité van David Pinto, een nieuwe versie van Leefbaar Nederland en wellicht ook nog het oudere Trots op Nederland. Voor de wat oudere Wutbürger zijn er ook nog 50Plus van Henk Krol en de van deze partij afgesplitste Vrijzinnige Partij van Norbert Klein. En natuurlijk is er de pvv, die tien jaar na haar oprichting nog weinig van haar wilde haren is kwijtgeraakt.

Waar komt dit rechtse enthousiasme voor deelname aan de verkiezingen vandaan? Hoeveel kans maken al deze partijen? Zijn ze louter folklore of moeten ze worden opgevat als voorbode van een heel nieuw soort partijenspectrum?

Historisch gezien is politieke versplintering allerminst een specifiek rechts fenomeen. In protestants-christelijke kring heeft de kerkelijke versplintering een veelheid van partijen opgeleverd. Aan de linkerzijde wemelde het eveneens van de partijen. Zo beschreef de sociaal-democratische schrijver Meyer Sluyser in zijn memoires hoe de Amsterdamse Nieuwmarkt op zaterdagavond veranderde in een politieke markt voor soms minuscule linkse groepjes: ‘Er zijn christen-socialisten, vrije socialisten, revolutionaire-socialisten, er zijn anarchisten en vrije anarchisten, anarcho-syndicalisten, en gewone syndicalisten, er zijn Gorterianen, de Ligtianen, Kolthekianen, Sneevlietianen, Lutheranen (die niet Maarten Luther, maar Barendje Lutheraan volgen), Wijnkopianen en Tolstoianen.’

Medium large milo versplintering

In de jaren twintig en dertig kon het dan ook voorkomen dat kiezers meer dan veertig partijen op hun stembiljet vermeld zagen. Maar ook in de jaren zeventig was de keuze vooral voor links georiënteerden groot. De uitvoerige collectie affiches en pamfletten in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis getuigt van het rijke linkse verenigingsleven.

De reden voor die versplintering moet allereerst worden gezocht in het zeer toegankelijke Nederlandse partijensysteem. De kiesdrempel is met 0,67 procent een van de laagste ter wereld: rond de zeventigduizend stemmen is meestal genoeg om in de Tweede Kamer te komen. Dat lijkt op het eerste gezicht geen onhaalbaar doel. Daarnaast moet een waarborgsom worden betaald van 11.250 euro, die alleen wordt terugbetaald als de partij 75 procent van de kiesdeler haalt. Ook dat lijkt niet bepaald een onoverkomelijke horde.

De prijs die voor deze toegankelijkheid moet worden betaald is wel dat er iedere verkiezing weer een hele serie weinig serieus te nemen partijen aantreedt, zoals bijvoorbeeld de partijpolitieke vehikels van notoire aandachtstrekkers als Emile Ratelband of Johan Vlemmix. Door dit soort fenomenen moeten ook serieuze nieuwkomers vechten tegen het imago van politiek dilettantisme en ijdeltuiterij.

Wilders’ onnavolgbare solisme lijkt voor veel kiezers vooral als een teken van stoerheid te worden opgevat

Dat is bij deze verkiezingen niet anders. Zo is daar de Ondernemerspartij van Hero Brinkman. Het voormalige pvv-Tweede-Kamerlid is blijkbaar een geboren optimist, want in 2012 mislukte een eerdere poging om de kiesdrempel te halen. Zijn Democratisch Politiek Keerpunt haalde slechts 0,1 procent van de stemmen. Zelfs Johan Vlemmix haalde met zijn ‘feestpartij’ meer stemmen. Deze keer probeert Brinkman het met een partij die zich geheel op zzp’ers en mkb’ers wil richten. ‘Rode draad in ons programma is het principe van een level playing field, gelijke handelsmogelijkheden voor ondernemend Nederland. Hierbij kunt u denken aan het btw-tarief maar ook accijnzen, administratieve lastendruk en de doorgeschoten werkgeverslasten in Nederland’, zo is te lezen op de website. Aanvankelijk had Brinkman Dirk Scheringa op het oog als lijsttrekker, maar omdat de oud-bankier zijn contributie niet betaalde werd hij uit de partij gezet. Dat riekt wat al te veel naar amateuristische dorpspolitiek; enig succes in de landelijke politiek lijkt uitgesloten.

Ook Liberté Egalité Fraternité, afgekort lef, kan nauwelijks als een serieuze nieuwkomer worden beschouwd. Allereerst heeft ze een weinig originele invalshoek gekozen, namelijk de strijd tegen ‘de policor dictatuur’ die onder meer verantwoordelijk wordt gehouden voor een falend immigratie- en integratiebeleid. Waarom kiezers om die reden op lef zouden willen stemmen en niet op een meer voor de hand liggende anti-establishmentpartij als de pvv wordt nergens echt duidelijk. De persoon van de lijsttrekker kan nauwelijks een reden zijn. David Pinto, emeritus hoogleraar interculturele communicatie, mengt zich al een jaar of twintig in het publieke debat met zijn pittige opvattingen over immigratie en integratie. Het is hem echter nooit gelukt om een voet tussen de deur van een van de partijen te krijgen. Laatstelijk nog was hij kort verbonden aan vnl, maar daar vertrok hij al na korte tijd omdat het bestuur hem geen hoge plaats op de kandidatenlijst kon garanderen.

De kansen van vnl, Voor Nederland, moeten wat hoger worden aangeslagen. De in 2014 opgerichte partij heeft met de oud-pvv’ers Louis Bontes en Joram van Klaveren twee niet onverdienstelijke Tweede-Kamerleden in de gelederen. Op inhoudelijk vlak onderscheidt de partij zich door haar onversneden rechtse sociaal-economische agenda. Als ‘klassiek-liberale partij’, zoals ze zichzelf afficheert, wil ze zo min mogelijk overheidsbemoeienis op economisch gebied en pleit ze voor een vlaktaks. vnl probeert aldus in een gat te springen dat is ontstaan doordat de vvd veel compromissen heeft moeten sluiten met de pvda (‘Marx Rutte’, kopte De Telegraaf ooit), terwijl de pvv op sociaal-economisch terrein sinds 2010 duidelijk naar links is opgeschoven. Na het fiasco met Bram Moszkowicz, die wegens wanprestatie als lijsttrekker werd afgedankt, lijkt de partij met Jan Roos bovendien een aansprekend boegbeeld te hebben gevonden. Als activistisch journalist van GeenStijl, GeenPeil en Powned brengt de clowneske Roos een eigen achterban met zich mee, die waarschijnlijk groot genoeg zal zijn voor één of meer zetels.

De meest verrassende nieuwkomer is ongetwijfeld Forum voor Democratie van Thierry Baudet. Als een moderne Hans van Mierlo wil hij het politieke systeem van binnenuit openbreken en ‘de politiek weer van ons allemaal’ maken. Referenda, veel referenda zijn daarvoor de beste methode. Zijn kandidatuur is opvallend, want Baudet profileerde zich tot dusverre altijd als een onafhankelijk intellectueel zonder politieke ambities. Bovendien publiceerde hij enkele weken geleden nog samen met Paul Cliteur een onderzoeksrapport voor de pvv waarin grofweg dezelfde ideeën staan als die hij nu met zijn eigen politieke partij voorstaat. In de tussentijd moet Baudet blijkbaar tot de conclusie zijn gekomen dat hij zijn ideeën voortaan in hoogst eigen persoon in de Tweede Kamer wil verspreiden. Het probleem is echter dat het programma dat Forum voor Democratie heeft gepresenteerd nauwelijks iets toevoegt aan het bestaande aanbod van pvv en vnl.

Het lijkt daarom toch vooral te draaien om de persoon Thierry Baudet. Maar of die in staat is om de benodigde zeventigduizend kiezers te vinden is de vraag. Hij lijkt te mikken op hoger opgeleide conservatieven die snakken naar meer inspraak, maar zo veel zijn er daarvan ook weer niet. In de kringen van GeenStijl werd het initiatief van Baudet weggehoond: Roos en Wilders genieten hier een grotere populariteit. Dat Baudet inmiddels wordt gesteund door hoogleraar Paul Cliteur, advocaat Theo Hiddema en een aantal voormalige bestuursleden van de Piratenpartij zal hierin vermoedelijk geen verandering brengen.

De toenemende versplintering is wel geduid als symptoom van een nieuw partijenlandschap waarin bekende Nederlanders de plek innemen van partijen. Toch lijkt het gedrang op de rechtervleugel vooral een consequentie te zijn van de dominantie van Geert Wilders op rechts. Met zijn keuze voor een partijmodel waarin hij als enig officieel lid kan doen en laten wat hij wil, blokkeert Wilders feitelijk de ‘normale’ groei van een politieke beweging rechts van de vvd. Een partij als vnl is behalve een sociaal-economisch rechts alternatief voor de pvv toch vooral ook een opvanghuis van pvv’ers die Wilders’ dominante stijl van leiderschap niet langer konden verdragen. Hun behoefte aan inspraak werd niet gewaardeerd, terwijl Wilders zijn fractiegenoten om de haverklap confronteerde met drastische besluiten (zoals het opzeggen van de gedoogsteun) of radicale uitspraken (minder, minder!).

Paradoxaal genoeg blijkt het door Wilders gekozen ledenloze model door zijn kiezers nauwelijks als een probleem te worden ervaren. Pogingen om hierin verandering te brengen, onder meer door Hero Brinkman, hebben nooit succes geoogst. Zijn onnavolgbare solisme lijkt voor veel kiezers eerder als een teken van stoerheid te worden opgevat, een verschijnsel dat Wilders gemeen heeft met de even eigenzinnige Donald Trump.

Voor kiezers die hun sympathie ook op andere wijze dan in het stemhokje willen laten blijken is er echter nauwelijks ruimte. Zij kunnen kiezen voor een loopbaan als slippendrager van een uiterst onvoorspelbare baas of voor een soort fellow travellers-activisme op afstand. Daarin wijkt de pvv nog steeds sterk af van geestverwante partijen als Front National of Alternative für Deutschland. Daar was een Jan Roos waarschijnlijk binnengehaald als campagneleider, had een Thierry Baudet een rol gekregen als partij-intellectueel, was Hero Brinkman nog steeds Tweede-Kamerlid en was er zelfs voor iemand als David Pinto wellicht een rol binnen de partij-organisatie weggelegd. Zo heeft Wilders zijn eigen concurrenten in het leven geroepen.

Koen Vossen is politiek historicus en auteur van het boek Rondom Wilders: Portret van de pvv