© VPRO

Bij het eerste fragment van Tomorrowland met dj Avicii ontvouwt zich meteen het verschil tussen de blik van een psychiater en die van een journalist. Janine Abbring ziet een meute die plezier wil maken, de Leidse hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Robert Vermeiren noteert: ‘Het gaat over gezamenlijkheid, over jongeren op zoek naar identiteit.’

Aanvankelijk schuurt het perspectief tussen beide professies. ‘Mijn vak lijkt op jouw vak, ik moet als interviewer ook nadenken waarom ik iets vraag en keuzes maken om ergens dieper op in te gaan’, constateert Abbring na ongeveer een uur praten. Alsof ze aanvoelt dat het gesprek niet helemaal lekker loopt.

Want haar derde Zomergast zit er wat stijfjes bij; zijn antwoorden zijn niet oninteressant maar blijven vrij algemeen – zoals over de ontwrichtende impact van sociale media op het zelfbeeld van opgroeiende jongeren, de generatie Z. Of hoe de coronacrisis de problemen in de Jeugdzorg heeft uitvergroot en waarom hij zich grote zorgen maakt over de gevolgen van de coronapandemie voor jongeren. Tijdens de tweede golf werd de Jeugd GGZ overspoeld met eetstoornissen, depressies en zelfmutilatie. Voor de covid-generatie moet snel een plan komen om verdere schade te voorkomen, meent hij, maar zoals de Jeugdzorg nu is georganiseerd, zal dat een dik probleem opleveren.

Maar een journalistiek diepte-interview is niet hetzelfde als een therapeutisch gesprek, en dat liet Vermeiren indirect merken door zich niet te laten vangen voor een rollenomkering: dat hij het object werd van de uitpluizer tegenover zich. Zijn persoonlijke levensverhaal zit vol met ingrediënten voor ‘gepsychologiseer’ – een hardvochtige scheiding van zijn ouders, de neiging als puber om af te glijden, hij leed aan zelfmoordgedachten – maar hij kapt het op een gegeven moment af, nadat hij aan de kijkers meegeeft dat zijn kwetsbaarheid ook zijn sterke kant is en zijn eenzaamheid in zijn jeugd hem ook zelfstandig en sterk heeft gemaakt. ‘Gemis en verdriet horen bij het leven’, zegt hij relativerend. ‘Het is nature, nurture én toeval – je moet een beetje geluk hebben.’

Vermeiren heeft een overtuigend verhaal te vertellen, dat wil hij kwijt en daar de controle over houden. Dat lukt hem na animatiefilm Father and Daughter (2000) van Michiel Dudok de Wit, die 8.30 minuten duurt en waarmee hij een Oscar won – alleen al daarom al is de hele avond geslaagd. ‘Het gaat over gemis en herinnering’, zegt hij. Vanaf dat punt raakt hij op dreef en praat hij vol vuur, ondersteund met handgebaren, over zijn vak. Aan de hand van het ene na het ander indrukwekkende fragment wordt zijn avond een pleidooi voor een paradigma-switch in de jeugdzorg. Voor aandacht voor het verhaal achter de hulpvraag, voor meer plaats voor kwetsbaarheid in de samenleving. ‘In ons vak springen we te snel naar een diagnose, er wordt te weinig gekeken naar de voorgeschiedenis van iemand, naar de context.’ En, vindt hij: ‘We moeten in ons vak ons minder focussen op risico’s en meer op het positieve om tot herstel te kunnen komen.’

Het is geen nieuw geluid, maar de boodschap is daarom niet minder indringend door de heftige beelden van bijvoorbeeld een jonge vrouw die gekweld wordt door ‘het gevoel een monster in zich te dragen’ en zich wil laten euthanaseren. Ze zegt: ‘Ik had liever een dragelijk leven gehad dan jong te sterven’ – en dan verschijnt onder in beeld het nummer 113 van de hulplijn zelfmoordpreventie. Een interview met een jonge fotograaf die aan anorexia nervosa lijdt, haar eigen uitgemergelde lichaam heeft vastgelegd en uiteindelijk aan deze ziekte zal overlijden. Een interview van Louis Theroux met een moeder die een postnatale psychose heeft. De beelden zijn hartverscheurend en beide sprekers vallen soms na afloop even stil – en dat is goed. Ze zitten er rustig bij en hebben in hun rolverdeling balans gevonden.

Gek genoeg komt er dan ook ruimte voor Abbring om in te zoomen op de persoonlijke Werdegang van Vermeiren en schuwt hij op zijn beurt praten over zijn eigen ervaringen niet. Ze vraagt hem hoe hij indertijd uit de diepe tunnel is gekomen. Hij zegt dat die kwetsbaarheid blijft, een diepe droefheid die mogelijk kan opborrelen maar wel onder controle is. Genezen vindt hij een lastige term, het gaat over adaptie en herstel. ‘We moeten afstappen van het idee dat we iedereen willen fixen.’ Dát wil hij iedereen meegeven: hij had eerder met iemand moeten gaan praten.

Als laatste zien we zangeres Wende Snijders samen met rapper S10 (Stien den Hollander) in Carré zingen Voor alles bang geweest (maar niet voor jou). Tussen het begin met dj Avicii – die zelfmoord pleegde – en dit louterende optreden zit een intense avond van liefde voor de kwetsbaarheid van jongeren. Als uitsmijter maakt Abbring een grap: ‘Robert, en hoe was het als ADHD'er om drie uur lang stil te zitten?’ Hij glimlacht erom. Hij kan heel tevreden zijn over zijn bijzondere verhaal, inhoudelijk én persoonlijk en met als harde boodschap dat de jeugdzorg móet veranderen: inzetten op preventie en op de mens achter de hulpvraag.