Meer polarisatie graag

CHANTAL MOUFFE
OVER HET POLITIEKE
Uit het Engels vertaald door Leon Otto de Vries
Klement, 148 blz., €19,95

Leden van het neonazistische Blood & Honour, gesluierde moslima’s en andersglobalisten die demonstreren tegen de G8 hebben op het oog weinig met elkaar gemeen. Toch sieren ze gezamenlijk het omslag van het vorig jaar door het kabinet gepresenteerde Actieplan polarisatie en radicalisering. Het is tekenend voor de vaagheid van dit soort termen. Iedere burger met gezond verstand wordt verondersteld te walgen van radicalisering en polarisatie. Zelden stelt iemand de vraag wat daar precies onder valt, laat staan waarom het zo fout is. Het zijn holle frasen. Het enige wat vaststaat is dat polarisatie en radicalisering slecht zijn. Het zijn daarmee morele kwalificaties, geen politieke. Dat maakt ze gevaarlijk. Radicalisering en polarisatie zijn etiketten waarmee de gevestigde politiek iedereen die vijandig staat tegenover de huidige status-quo buitenspel kan zetten, ongeacht de aard van de kritiek of de precieze ideologie. Of het nu rechts-extremisten, linkse andersglobalisten of islamieten zijn.

Wie oproept tot strijd tegen radicalisering en polarisatie verdedigt dan ook niet de democratie, maar bedreigt haar. Dat stelt de Belgische politicologe Chantal Mouffe (1943) in haar onlangs uit het Engels vertaalde boek Over het politieke. De door sommigen als ‘postmarxistisch’ omschreven professor aan de Universiteit van Westminster, in het buitenland redelijk befaamd maar in Nederland onbekend, zet zich hierin af tegen de ‘postpolitieke’ consensusdemocratie zoals die vanaf de jaren negentig in Europa is gaan domineren. Hoewel de vertaling soms wat haastig oogt, weet Mouffe met haar vlotte betoog de lezer aan het denken te zetten over enkele open deuren in de hedendaagse politiek – bijvoorbeeld dat polarisatie slecht is, en gematigdheid goed.

Met de teloorgang van de grote ideologieën en de massabewegingen zou volgens populaire sociologen als Ulrich Beck en Anthony Giddens de weg vrij zijn voor een werkelijke liberale democratie. Daarin komen rationele individuen door middel van een open debat met elkaar tot overeenstemming. De paarse kabinetten zijn een belichaming van dit ideaal. Maar ook in de kerstredes van Beatrix en de woorden van Balkenende en Cohen klinkt dit streven naar maatschappelijke verzoening door. Daarmee bereiken zij volgens Mouffe het omgekeerde. Tegenstellingen en conflicten zijn inherent aan menselijk samenleven. Plat gezegd: de belangen van een bijstandsmoeder en een miljonair zullen nooit met elkaar te rijmen zijn. Door het antagonisme te ontkennen verdwijnt het niet, maar wordt het verplaatst naar wat Mouffe ‘het morele register’ noemt. ‘Met andere woorden, het bestaat nog altijd in een wij/zij-tegenstelling, maar dit wij/zij wordt nu niet meer gedefinieerd op basis van politieke categorieën, maar gevat in morele termen. In plaats van een strijd tussen “rechts en links” staan wij nu voor een strijd tussen “goed en kwaad”.’ Dat is levensgevaarlijk. Anders dan bij politieke tegenstanders gelden voor de omgang met het kwaad geen democratische spelregels. Daartegen is alles geoorloofd, tot marteling en vernietiging aan toe. De war on terror toont ons dagelijks de gevolgen van dit denken.

De consensusdemocratie heeft dan ook niet aan de verwachtingen voldaan, oordeelt Mouffe. In plaats van er een einde aan te maken, heeft zij de maatschappelijke tegenstellingen doen escaleren. Zo werkte de verzwakking van de links/rechts-oppositie het etnische vriend/vijand-denken in de hand. Rechts-populistische partijen creëerden nieuwe tegenstellingen: tussen volk en establishment, tussen autochtoon en buitenlander. Zij namen bovendien het verlangen van de kiezer naar een gemeenschap en emoties in de politiek wél serieus. In plaats van dit succes politiek te analyseren reageerde Europa met het moraliserende vingertje. Het toppunt was de reactie op het aan de macht komen van de Oostenrijkse fpö van Haider, vindt Mouffe. De ‘goede democraten’ bevestigden hun identiteit door de uitsluiting van de ‘kwaadaardige rechts-extremisten’. Hieruit zijn nog altijd niet de juiste lessen getrokken, hoezeer ook in Nederland de oude partijen na Fortuyn diens rechts-populistische gedachtegoed overnamen.

Mouffe noemt het veelzeggend dat de enige opponent die de zelfbenoemde moderne, progressieve burger zich kan voorstellen de fundamentalist of traditionalist is, de irrationele vijanden van de vooruitgang die teruggrijpen op oude zekerheden, het collectief en de ideologische bevlogenheid. En inderdaad, dat is ook in het Nederlandse debat zichtbaar. Uiteenlopende stromingen als de sp, de pvv en moslimfundamentalisten worden steeds vaker op één hoop gegooid. Dit zijn ‘de boeren’ waar dichter Ilja Leonard Pfeijffer na de laatste verkiezingen voor waarschuwde. Is het gek dat almaar grotere groepen mensen zich niet serieus genomen voelen en zich afwenden van de politiek?

Mouffe wil de liberale democratie redden van de liberalen. Democratie draait niet om het te boven komen van tegenstellingen. Het gaat erom deze een plek te geven en zo te ‘ontwapenen’. Mouffe pleit daarom voor een ‘agonistische’ democratie. Daarin worden tegenstellingen en conflicten niet uit de weg gegaan. De opponenten bestrijden elkaar op het scherp van de snede, maar erkennen de elementaire democratische spelregels en bijbehorende instituties. ‘Ze zijn “tegenstanders”, geen vijanden’, vat Mouffe het verschil samen.

Hierin ziet Mouffe een belangrijke rol weggelegd voor links. In het kielzog van de door Blairs New Labour gepredikte Derde Weg heeft de sociaal-democratie de ideologische veren afgeschud en het gemeenschapsdenken afgezworen. Ze stond daarmee aan de wieg van de consensusdemocratie. Maar daarmee liet links zijn traditionele achterban achter in verwarring. Mede hieraan danken de rechts-populistische partijen hun succes. De huidige bezorgdheid vanuit links over de ‘toon van het debat’ als reactie op de aanhoudende polarisatie vanuit rechts is zo bezien een zwaktebod. De behoefte van mensen aan gezamenlijkheid, aan een politiek die appelleert aan hun verlangens en dromen, is zoals Mouffe terecht betoogt een gegeven. Beter daar een inhoudelijk links alternatief voor te bieden dan de oppositie over te laten aan de vijanden van de democratie.