Commentaar: Groenlinks

Meer regentenmentaliteit graag

Het tienjarig bestaan van GroenLinks bleek aanleiding voor een zoveelste serie bespiegelingen over de eventuele Regierungsfähigkeit van de partij. «Groenlinks loopt zich warm», werd er geschreven. Dat zij zo. Voorlopig is er in het kabinet helemaal geen plaats voor GroenLinks.

Wat op het verjaarspartijtje afgelopen zaterdag de GroenLinkse gemoederen werkelijk bezighield, was het debacle van Nijmegen. De gemeenteraad van de Waalstad, met een zeer ruime «linkse meerderheid», had voor de opvolging van burgemeester d'Hondt (PvdA) de voorkeur uitgesproken voor iemand van GroenLinks. Maar hoe Paul Rosenmöller ook probeerde, het lukte hem niet een geschikte kandidaat te vinden. Geen van zijn kopstukken was geïnteresseerd in de eervolle betrekking. «Mensen denken bij zo'n beslissing ook aan de invloed die het werk op hun privé-leven zal hebben», reageerde huisvader-parlementariër Van der Steenhoven gelaten. «GroenLinks is geen partij van carrièrepolitici die zich opwerken», verklaarde de woordvoerder het echec. En ook voorzitter De Rijk zag geen vuiltje aan de lucht: «Een burgemeester wordt niet gekozen en kan amper inhoudelijk beleid voeren», zei zij. Al met al veel flauw gekronkel dat moest verhullen dat de partij er behoorlijk mee in haar maag zat

Twee jaar geleden was Nijmegen ook al het pijnlijke decor van in rook opgegane GroenLinkse wensdromen. Het grote GroenLinks stapte na de gemeenteraadsverkiezingen van 1998 in een college met PvdA en CDA, maar vergat in haar enthousiasme een eenduidig collegeprogramma te fabriceren. Het gaf de PvdA- en CDA-wethouders de mogelijkheid met de arme GroenLinks-wethouders te dollen en het oude Rooms-Rode beleid in de stad zonder aanpassingen voort te zetten. Het college viel en het zo progressieve Nijmegen moest het door het onprofessionele en ietwat naïeve gedrag van GroenLinks na een half jaar doen met een combinatie van PvdA, CDA en de VVD — een kater die in GroenLinks-kringen nog altijd wordt gevoeld. Die verdomde «regentenmentaliteit» ook altijd, klaagden de gepiepelde Nijmeegse salonactivisten indertijd.

Maar waar twee jaar later de GroenLinkse eer gered had kunnen worden, is een tekort aan de meest bescheiden vorm van regentenmentaliteit er de domme oorzaak van dat een belangrijke baan de partij aan de neus voorbij gaat. Nu kan men nog zo tegen de huidige benoemingsprocedure van burgemeesters zijn en daaromtrent nog zoveel sympathieke democratiebevorderende voorstellen hebben, een partij die tot in Haagse coalitiebesprekingen serieus genomen wil worden, mag dit soort verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur niet uit de weg gaan. Het debacle van Nijmegen wordt hiermee meer dan een smet op de feestvreugde van een jubilerende partij. Met het accepteren van het burgemeesterschap had afgerekend kunnen worden met een ietwat naïef en ouderwets getuigenisgedachtegoed. Een gemiste kans, als de Trêveszaal lokt.