Meer sluiers

Bas Heijne opent zijn essay Echt zien: Literatuur in het mediatijdperk over de plaats en bestemming van literatuur in deze tijd met een vermoeide verzuchting over de hedendaagse roman: ‘Waarom moest ik mij verplaatsen in een gesloten fictief universum dat het vaak aflegde tegen de werkelijkheid die overal om me heen was?’

Zijn weerzin vormt de opmaat voor een onderzoek naar het genre en mondt uit in een scherpzinnige richtingwijzing. Literatuur moet morele betrokkenheid tonen, zij moet de projecties van de menselijke verbeelding op de werkelijkheid ontregelen, niet bevestigen. Voordat Heijne tot deze opdracht komt heeft hij het tegenwoordig belang en de functie van de literaire cultuur geanalyseerd aan de hand van essayistisch werk van Tim Parks, Alain Finkielkraut, Milan Kundera, Thomas Vaessens en vele anderen. Gore Vidal is als altijd het snedigst: ‘Als je tegenwoordig spreekt van een beroemd romancier is dat hetzelfde als wanneer je het over een beroemde kastenmaker of ontwerper van speedboten hebt.’
Deze paradigmaverschuiving leidt bij Heijne gelukkig niet tot verlammend cultuurpessimisme. Met werken die hem dierbaar zijn, toont hij op onweerstaanbare wijze wat literatuur vermag: de lezer optillen en echt doen zien, voorbij de conventionele verhalen die hij van mens en maatschappij heeft. Het slotwoord dat Heijne richt tot schrijvers is behartigenswaardig: tussen onze blik en de wereld hangen in dit mediatijdperk meer sluiers dan ooit; aan de schrijver de taak om die weg te rukken zodat we tot inzichten over de wereld kunnen komen die alleen de literatuur ons kan bieden. Heijne gelooft nog steeds dat literatuur die kracht heeft, daar is dit vitale essay een getuigenis van.