Media

Meer van hetzelfde?

Vorige week zat ik in een gezelschap dat de strategie van wetenschappelijke publicaties besprak. Bedoeling is, zo werd gesteld, dat een ieder op zo veel mogelijk platforms zo vaak mogelijk zijn of haar geluid laat horen: boodschap, stelling, specialisme. Van het boek dat je geschreven hebt moet je artikelen maken voor de vakpers én voor de media. Je moet erover spreken op congressen, je moet er een cursus over voorbereiden, melding maken in een nieuwsbrief, bloggen, het in je Linkedin-pagina vermelden, erover twitteren en ga zo maar door. Het zijn allemaal middelen tot hetzelfde doel: dat jouw verhaal bekend wordt en jij als publicist boven komt drijven.
Iedereen die publiceert wil gehoord worden. Het zou hypocriet zijn anders te beweren. Toch is het de vraag of dat voor iedereen in dezelfde mate geldt. Neem dat getwitter. Ik heb er iets tegen. Die weerzin is primair, nogal emotioneel en wellicht zelfs kinderachtig.
Niettemin probeerde ik hem tijdens die bijeenkomst uit te leggen. Ik kwam er niet goed uit. Het kan toch geen kwaad, zo werd tegengeworpen. En het kost geen enkele moeite. Inderdaad. Met een twitterbericht doe je niemand kwaad. En het is zo gebeurd: even het knopje aanvinken en hup, weer een bericht de wereld in. Bij artikelen in De Groene Amsterdammer staat zo'n button weliswaar nog niet maar bij die in de Volkskrant of The New York Times meestal wel.
Elk van de buttons suggereert een manier om het artikel te verspreiden, niet alleen via Twitter dus maar ook via mail, Linkedin, Hyves, Facebook en andere media. Een kind kan de was doen. Prachtig toch?
Ik weet het niet. Een van mijn grootste problemen met communicatie, media en publicatie is het teveel. Er is van alles veel en veel te veel. Het gaat me ook allemaal te snel. Het is mogelijk dat ik een ouwe lul word, maar eerlijk gezegd denk ik dat hiermee niet alles is gezegd. Mijn hele leven al ben ik een gedreven lezer, onderzoeker, feitenverzamelaar en heb ten gevolge daarvan in de loop van jaren urenlang in een halve boog langs de kasten van bibliotheken gelopen, een boek gepakt, me op zo'n krukje op wieltjes gezet, wat gelezen, om vervolgens opnieuw langs de kasten te struinen, enzovoort. Het grote voordeel van deze klungelige manier van zoeken is dat de wereld niet groter is dan de bibliotheek en dus eindig. Natuurlijk waren er andere bibliotheken die weer andere boeken hadden, er waren bibliografieën, tijdschriften met artikelen en nog veel meer, maar kenmerkend voor alle informatie was toch vooral de eindigheid en daarmee de illusie dat je op een gegeven moment over een onderwerp het belangrijkste wel gezien, gelezen en gehoord kon hebben.
Dat tijdperk van betrekkelijke en denkbeeldige eindigheid is voorbij. De voordelen ervan zijn ongekend, het is onmogelijk dat niet te erkennen. Zo staan binnenkort alle Kamerverslagen, Kamerstukken en Kamervragen sinds 1814 online. Tweehonderd jaar Nederlandse politiek met een paar muisklikken bereikbaar! Het is voor onderzoekers en andere nieuwsgierigen niet anders dan fantastisch te noemen. Hetzelfde geldt voor het steeds grotere aantal gedigitaliseerde kranten, de boeken die dankzij onder meer Google Books deels in te zien zijn, de ontelbare boeken die via de DBNL (Database Nederlandse Literatuur) en tal van vergelijkbare sites integraal oproepbaar zijn, de mogelijkheid in één keer in zo goed als alle bibliotheken ter wereld te struinen (Worldcat). Welke feitenfreak likt bij zoveel gratis aanbod niet de
vingers af? Per dag zit ik uren achter een stuk glas van veertig bij vijftig en tover steeds weer nieuwe stukjes wereld
te voorschijn.
De keerzijde van het verhaal is dat al dit vele en mooie simpelweg ook te veel van het goede en dus gekmakend kan zijn. Dat kan onmogelijk een serieus bezwaar zijn zolang het om uniek materiaal of unieke feiten gaat. Maar dat is nu precies wat Twitter en al die andere kwekapplicaties in 99,9 procent van de gevallen niet bieden. Ze geven een herhaling van het bekende. Het resultaat hiervan is ongeveer hetzelfde wat elke nieuwsjunk dag in, dag uit ervaart. ’s Morgens leest hij in de krant wat hij gedurende heel de dag op de (auto)radio hoort - en dat niet één maar tientallen keren, elk kwartier opnieuw - en op z'n werk via Google News, teletekstbrowser of newsalerts op het beeldscherm voorbij ziet komen. Vervolgens ziet hij hetzelfde ’s avonds nog eens op het journaal en in de actualiteitenrubrieken terwijl op zijn schoot de avondkrant ligt waarin hetzelfde eveneens staat. Er moet toch een moment komen (bij mij komt het tegenwoordig steeds eerder) dat hij denkt: nu weet ik het wel. Nog een keer Rutte die, de overstroming waarin, de brand waarbij, hetzelfde, hetzelfde, duizendmaal op een dag hoor je hetzelfde. Genoeg! Ik wil niet langer meer van hetzelfde. Ik wil minder en dan van het andere!