Rutte hield zijn toespraak in het Nationaal Archief in Den Haag onder toeziend oog van onder anderen Femke Halsema, Vera Bergkamp en Wopke Hoekstra © Robin van Lonkhuijsen / ANP

Minister-president Rutte bood gistermiddag dan tóch excuses aan voor de rol van de Nederlandse staat tijdens de slavernij. Precies zoals hij zich eerder had voorgenomen, alle bezwaren ten spijt. De woorden die Rutte daarbij gebruikte waren goed, zo was de algemene teneur. De premier zei aan het begin van zijn toespraak bijvoorbeeld dat het om een misdaad tegen de menselijkheid ging, klip en klaar. Ook noemde hij de ontmenselijking, wreedheden, doorwerking, de namen van slaafgemaakten die in verzet kwamen, zoals Tula op Curaçao en Lokay op Sint-Maarten. Hij haalde zelfs de slavernij rond de Indische Oceaan aan, een minder bekend deel van het verleden, waar meer onderzoek naar gedaan moet worden.

Maar ondanks die juiste woorden, kon Rutte’s toespraak lang niet alle onvrede wegnemen die in de laatste weken was ontstaan. Bezwaren waren vooral op het proces gericht. Dat begon in juli 2021 toen het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden het rapport Ketens van het verleden presenteerde. Aanbevelingen uit het rapport waren onder andere het laten uitvoeren van onderzoek, erkenning dat de slavernij een misdaad tegen de menselijkheid was en dat dit verleden doorwerkt in het heden. Ook het aanbieden van excuses werd aangeraden.

Waar Rutte eerst weinig voelde voor een spijtbetuiging, want ‘te lang geleden’, bleek dat afgelopen zomer veranderd. Tijdens een bezoek aan Suriname zette Rutte zijn nieuwe kijk op het slavernijverleden uiteen. De dood van George Floyd en de Black Lives Matter-demonstraties hadden hem de ogen geopend. ‘Ik wil de pijn van het verleden begrijpen’, zei Rutte tegen de NRC. ‘Ik realiseer me dat het maar een paar generaties geleden is.’ Een verrassende ommezwaai.

Verwacht werd dat excuses zouden volgen in 2023, het jaar waarin herdacht wordt dat er anderhalve eeuw geleden daadwerkelijk een einde kwam aan de slavernij in Suriname en de Caribische eilanden. Tegen 1 juli, Keti Koti, zou het onderzoek Staat en slavernij, een terreinverkenning onder leiding van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), ook afgerond zijn – de chronologie waarin toegewerkt kon worden naar waardige excuses tekende zich haast als vanzelf af.

Maar afgelopen november lekte plots uit dat het kabinet dit jaar nog met een spijtbetuiging zou komen. Rutte bleek haast te hebben, 19 december werd als datum genoemd. Commotie alom, organisaties van nazaten bleken niet geïnformeerd en onaangenaam verrast. Waarom ineens dit moordtempo? Zonder al te veel overleg of dialoog had de regering besloten dat het vreemd zou zijn wanneer het herdenkingsjaar werd ingegaan zonder excuses. Bovendien bleken er legio praktische redenen – naderende verkiezingen, krappe agenda’s, veronderstelde polarisatie.

Slavernij-onderzoeker Karwan Fatah-Black legde vorige week op Radio 1 nog eens uit dat het kabinet alles behalve de koninklijke weg volgde. Terwijl steden als Amsterdam en ook De Nederlandsche Bank afgelopen jaren nog zo nadrukkelijk het goede voorbeeld hadden gegeven. Eérst onderzoek laten doen en een uitgebreide maatschappelijke dialoog op gang brengen, dan pas excuses op een betekenisvolle datum, uitgesproken door een persoon die boven de partijen staat. Maar ondanks alle oproepen, bezwaren, wrevel en frustratie bleek Rutte onvermurwbaar.

Dat nazaten niet beter werden geïnformeerd en betrokken was ronduit schofferend. In de koloniale tijd werden maatregelen ook opgelegd door het Nederlandse bestuur, de voorloper van de huidige Nederlandse staat, zonder de gekoloniseerde bevolking daarin te kennen. Vorige week verloren zes organisaties een kort geding dat het eenzijdige handelen van Rutte een halt toe moest roepen. Hannah Belliot, oud-wethouder van Amsterdam en vertegenwoordiger van de organisaties, liet weten de excuses als pijnlijk te hebben ervaren. ‘Ik heb het gevoel dat deze excuses erdoorheen zijn gedrukt. Rutte wil de baas zijn.’ Suriname en Sint-Maarten accepteren de excuses vooralsnog niet.

Dagmar Oudshoorn, voorzitter van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, noemde de excuses een historisch moment. ‘Maar door het pad dat afgelopen tijd gelopen is, is de glans van het moment wel verdwenen.’ Die mening was in de uren na Rutte’s excuses ook te horen op Radio Mart, een Surinaamse zender uit de Amsterdamse Bijlmermeer, waar veel tijd wordt ingeruimd voor inbellende luisteraars. Zij verwoordden hun mening minder diplomatiek dan Oudshoorn. ‘Ineens komt hij met 19 december’, vond Patricia. ‘Zoveel organisaties zijn in opstand gekomen tegen die datum. Maar die witte man laat ons zien: zij doen wat ze willen.’

Andere luisteraars waren wantrouwend. ‘Ik geloof meneer Rutte niet. Hij heeft veel vaker mooie dingen belooft. Eerst zien, dan geloven’, vertelde Haidy. ‘Alles wat hij opnoemt, gaat hij gewoon niet doen. Als je een goede spreker bent, dan win je alle harten. Mensen zijn zwak daarin. Ik geloof er niet in, hij is een goede acteur’, aldus luisteraar Jetty. Zo bezien heeft de regering zich opgezadeld met flink wat meerwerk.

Of de voorgenomen acties die voor heling en herstel moeten zorgen het verschil gaan maken, valt te bezien. Rutte was vaag over de te nemen maatregelen. Zo komt er een fonds voor maatschappelijke initiatieven in het hele koninkrijk en in Suriname. Hiermee moet ‘de doorwerking van het slavernijverleden de zichtbaarheid, aandacht en aanpak krijgen die nodig is’. Voor de uitvoering daarvan legt de premier de bal expliciet ook bij anderen. ‘Het helingsproces moet nu beginnen en het programma daarvoor schrijven we samen.’ Wat hij en zijn regering daarin zelf zullen doen, blijft vooralsnog onduidelijk.

De reactie van Jerry Afriyie, voorman van Kick Out Zwarte Piet, vatte de toespraak van Rutte zo bezien het beste samen. ‘De juiste woorden, nu nog de juiste daden.’ Afriyie benadrukte dat daarbij nu écht samen gewerkt moet worden met nazaten en de zwarte gemeenschap in Nederland.