Meeste stemmen gelden?

DE PERIKELEN bij de grootste vakcentrale in Nederland, de FNV, zijn groot nu de onenigheid tussen de aangesloten bonden over de inhoud van het door de vakcentrale afgesloten pensioenakkoord niet is overbrugd en de twee grootste bonden het vertrouwen in voorzitster Agnes Jongerius hebben opgezegd. Achter deze problemen gaat een strijd schuil over opvattingen over democratie en dus over macht: beslissen de twee grootste bonden omdat zij samen de meeste leden hebben of is het stemrecht in de bondsraad zo verdeeld dat de kleinere bonden ook invloed kunnen uitoefenen?
Volgens politicologen is er in Nederland een trend gaande van consensusdemocratie, waarin rekening wordt gehouden met de minderheid, richting een meerderheidsdemocratie, waarin het uitgangspunt is dat de meeste stemmen gelden. Dat is nu ook zichtbaar binnen de FNV.
In het statuut van de vakcentrale is in het verleden bij het verdelen van de stemmen in de bondsraad rekening gehouden met de kleinere bonden en hadden de grootste bonden dus niet automatisch vanwege hun ledental de meerderheid van de stemmen en daarmee de meeste macht. Een vorm van consensusdemocratie, zou je kunnen zeggen. Dat lijkt te wringen nu de twee grootste bonden, met samen de meeste leden en als bond betrokken bij negentig procent van de cao-onderhandelingen, zich tegen het door de vakcentrale met de werkgevers en de minister afgesloten pensioenakkoord keren. De twee beroepen zich bij het vasthouden aan hun verzet bovendien op een ledenraadpleging, waaraan weliswaar slechts een klein percentage van de leden deelnam, maar dat daarmee toch een signaal is van de waargenomen trend richting een meerderheidsdemocratie. Is het daarmee logisch dat deze meerderheid ook beslist?
Wie daar ja tegen zegt, moet zich realiseren dat hij alle leden van andere bij de vakcentrale aangesloten bonden relatief monddood maakt. Hebben Bondgenoten en AbvaKabo eenmaal een standpunt ingenomen, dan hebben militairen, docenten, kunstenaars of journalisten weinig meer in de melk te brokkelen, terwijl hun belangen niet gelijk hoeven op te gaan met die van metaalwerkers of ambtenaren. Wie wil er dan nog lid zijn van een bond binnen deze vakcentrale?
Dat is extra problematisch omdat het ledental en de verdeling daarvan over de verschillende leeftijdscategorieën toch al een probleem zijn van de vakbonden, waardoor de representativiteit van de vakcentrale al een vraagstuk op zich was. Als binnen de FNV de bonden met de meeste leden ook de meerderheid van de stemmen krijgen, beslissen in de praktijk vooral de oude leden van Bondgenoten en AbvakKabo wat er gebeurt. Dat zou met nog meer kracht dan toch al het geval is de vraag oproepen of een dergelijke vakcentrale nog wel namens alle werknemers en de zzp'ers met werkgevers en kabinet kan onderhandelen over maatregelen die iedereen aangaan, zoals de pensioenleeftijd of het korten op de AOW bij eerder stoppen met werken. Dan is het poldermodel weg, omdat het kenmerk van de polder juist consensus is en niet de meeste stemmen gelden.