Het rampkapitalisme van Donald Trump c.s.

Meesters van de chaos

De miljardairsbende rond president Trump lijkt doelbewust oorlogen, klimaatontregeling en economische malaise uit te lokken. In de ontstane ramspoed kan ze vrijelijk haar rechts-radicale agenda ten uitvoer brengen.

Medium anp 49938877
24 februari 2017. In de Oval Office van het Witte Huis zien Andrew N. Liveris (links), CEO van Dow Chemical, en andere managers van grote bedrijven toe hoe president Trump een decreet tekent over deregulering © OLIVIER DOULIERY / CNP / ANP

In New Orleans hebben personen die nu deel uitmaken van de entourage van Donald Trump laten zien hoe ver ze willen gaan bij het decimeren van de gemeenschappelijkheid en het bevorderen van de belangen van projectontwikkelaars, het bedrijfsleven en de fossiele-brandstofindustrie. Vandaag de dag kunnen ze die aanpak uitbreiden naar het hele land.

Wat deze verzameling rampkapitalisten nog angstaanjagender maakt, is het feit dat Trump in de eerste maanden na zijn aantreden weliswaar veel schade heeft kunnen aanrichten, maar dat hem herhaaldelijk door de rechter en het Congres de voet dwars is gezet. En met een groot deel van de radicaalste punten op zijn wensenlijstje is nog niet eens een begin gemaakt. Zo heeft Betsy DeVos, zijn minister van Onderwijs, haar leven gewijd aan het doordrijven van een particulier onderwijssysteem zoals dat na orkaan Katrina in New Orleans is opgezet. Veel mensen in de kring rond Trump zijn hartstochtelijk voorstander van het ontmantelen van de sociale zekerheid. Sommigen hebben herhaaldelijk hun weerzin uitgesproken tegen een vrije pers, vakbonden en politieke protesten.

De rijkste sponsors van Trumps campagne en in breder verband van extreem-rechts – de multimiljardairs Charles en David Koch en de familie Mercer – willen dat alle beperkingen op het inzetten van geld in de politiek worden opgeheven en dat de wetten worden geschrapt die nu transparantie eisen over de manier waarop dat private geld wordt uitgegeven. Ze beweren dat ze ten strijde trekken tegen stembusfraude. Maar die fraude is een verzinsel; waar het hun werkelijk om gaat, is maatregelen invoeren die het voor mensen met een laag inkomen en voor leden van minderheden nog moeilijker zullen maken om te gaan stemmen. Als beide doeleinden van extreem-rechts worden verwezenlijkt, zullen progressieve kandidaten zo veel minder te besteden hebben dan hun Republikeinse rivalen en zullen ze zo veel moeite hebben om kiezers in het stemhokje te krijgen dat de machtsgreep van het bedrijfsleven waar Trump voor staat wel eens van blijvende aard zou kunnen zijn.

Onder de huidige omstandigheden kunnen we ons geen voorstelling maken van de volledige reikwijdte van deze antidemocratische visie. Als er geen crisis is, zullen rechters keer op keer blokkades opwerpen, en datzelfde geldt voor staten waar de Democraten de baas zijn. Misschien dat een aantal van Trumps meest sadistische dromen – zoals het herinvoeren van marteling – zelfs het Congres te bar wordt.

Maar de volledige agenda ligt nog steeds op tafel. Dat is ook de reden dat publicist en journalist Peter Maass in The Intercept het Witte Huis van Trump omschrijft als een ‘geladen pistool dat bij de eerste aanraking kan afgaan’ – al zou je misschien beter van de eerste crisis kunnen spreken. Zoals Milton Friedman lang geleden heeft geschreven: ‘Alleen een crisis, echt of vermeend, brengt werkelijke veranderingen teweeg. Als die crisis er eenmaal is, hangt het optreden tegen die crisis af van wat er aan ideeën voorhanden is. Dat is naar mijn mening onze basale functie: alternatieven bedenken voor bestaand beleid en ervoor zorgen dat die beschikbaar blijven tot wat politiek onmogelijk is politiek onvermijdelijk is geworden.’ Mensen die fanatiek voorstander van zelfredzaamheid zijn, hamsteren blikvoedsel en flessen water ter voorbereiding op grote rampen. Déze jongens hebben een ruime voorraad spectaculair ondemocratische ideeën in huis.

De vragen waarop we ons moeten richten, zijn deze: welke ramp, of serie rampen, zou hun de kans bieden om die ideeën te verwezenlijken? En welke items op hun to-do-lijstje zullen zich waarschijnlijk bij de eerste de beste mogelijkheid aandienen? Hoog tijd dat we ons voorbereiden op rampspoed.

Er zijn waarschuwende stemmen opgegaan dat Trump zo veel te winnen heeft bij een sfeer van verhoogde angst en verwarring en het volstrekt negeren van de waarheid dat we kunnen verwachten dat zijn regering zelf wel voor crises zal zorgen. Het zou onverstandig zijn om deze bonte collectie figuren níet tot iets in staat te achten, toch heeft het er alle schijn van dat kunstmatig gegenereerde samenzweringen onnodig zullen zijn. Per slot is Trumps roekeloze en incompetente aanpak niets meer of minder dan een machine waar de ene ramp na de andere uit zal rollen.

Neem de opruiende verklaringen en het onzinnige beleid met betrekking tot moslims en het ‘radicale islamitische terrorisme’. Nu de zogenaamde war on terror anderhalf decennium oud is, is het niet controversieel meer om te stellen wat iedereen inmiddels weet: door dit soort optreden en door deze retoriek maak je gewelddadige reacties des te waarschijnlijker. En vandaag de dag zijn de mensen die waarschuwen voor zo’n reactie niet langer activisten die tegen racisme of oorlog zijn, maar gezaghebbende mensen in de strijdkrachten, de inlichtingendiensten of bij Buitenlandse Zaken. Zij betogen dat iedereen die zegt dat de Verenigde Staten in oorlog zijn met de islam als geloof en met moslims als groep, extremisten de kans biedt om bloedige aanvallen op Amerikaanse militairen en burgers te rechtvaardigen.

Het idee dat Trump zelf niet beseft hoezeer hij provoceert, is al even ongeloofwaardig als zijn bewering dat het niet waar is dat zijn racistische retoriek een klimaat heeft geschapen dat rijp is voor uit haat voortkomende aanslagen.

De dodelijkste manier waarop regeringen kunnen reageren op terroristische aanslagen is door in te spelen op de angst die daarvan het gevolg is en een oorlog te beginnen. En daarbij maakt het niet uit of er verband bestaat tussen het doelwit en de aanslagen. Irak was niet verantwoordelijk voor 11 september en werd toch binnengevallen.

Trump heeft openlijk opgeroepen tot een nieuwe nucleaire ‘wapenwedloop’ – iets wat we sinds de jaren tachtig niet meer hebben gehoord. Naar verluidt heeft hij zijn adviseurs op het gebied van de buitenlandse politiek herhaaldelijk gevraagd waarom de Verenigde Staten hun kernwapens niet gewoon kunnen gebruiken. Blijkbaar begrijpt hij het principe van vergelding niet. En een van zijn grootste financiële steunpilaren, Sheldon Adelson, heeft gezegd dat Iran moet worden aangepakt met een kernaanval ‘midden in de woestijn. Daar heeft niemand last van, op een paar ratelslangen na. (…) En dan zeg je: “Hebben jullie het gesnopen? De volgende valt op Teheran. Het is ons menens.”’ Adelson heeft vijf miljoen bijgedragen aan Trumps inauguratie, het grootste bedrag dat ooit voor zoiets is betaald.

Ik zeg niet dat een kernoorlog waarschijnlijk is. Maar in de korte tijd dat Trump in functie is, is de zaak militair zeer sterk geëscaleerd; een ontwikkeling die doodeng is, ook omdat er geen enkele logische gedachte achter lijkt te zitten. Kort na zijn aantreden heeft hij het machtigste conventionele wapen ingezet waarover Amerika beschikt, de Massive Ordnance Air Blast of moab, wat laat zien dat Trump maar al te graag de rest van de wereld wil tonen dat hij de grootste heeft. Dat is de reden dat Michail Gorbatsjov, die naar ontwapening heeft gestreefd toen hij president van de Sovjet-Unie was, in Time heeft geschreven dat vandaag de dag ‘de nucleaire dreiging weer aanwezig lijkt te zijn. De verstandhouding tussen de grootmachten is al jaren aan het verslechteren. De voorstanders van meer geld naar defensie en het militair-industriële complex wrijven in hun handen.’ En dat was voordat Trump besloot het conflict met Noord-Korea op te schalen.

Er zijn tal van redenen te bedenken waarom mensen rond Trump, en dan vooral de velen die afkomstig zijn uit de defensiesector, tot het besluit zouden kunnen komen dat verdere escalatie geboden is. Na zijn besluit om raketten af te vuren op een Syrische luchtmachtbasis – zonder toestemming van het Congres en daardoor in de ogen van sommige deskundigen tegen de wet – volgden de positiefste reacties die hij tijdens zijn presidentschap had gehad. Progressieve haviken zwaaiden hem net zo uitbundig lof toe als zijn superfans op Fox. Zijn naaste medewerkers zeiden ondertussen dat de aanvallen het bewijs waren dat er niets ongepasts gaande was tussen het Witte Huis en Rusland.

Er is nog een reden waarom deze regering wel eens zeer binnenkort een veiligheidscrisis zou kunnen aangrijpen om een oorlog te beginnen of een bestaand conflict op te schalen: er is geen snellere of effectievere manier om de olieprijs omhoog te jagen, vooral als het geweld de levering van olie aan de wereldmarkt bedreigt.

Een reden tot grote zorg op dit gebied is de band van minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson met ExxonMobil, een van de oliegiganten die het meeste baat zouden hebben bij een prijsstijging. Ja, Tillerson heeft zijn aandelen in het bedrijf van de hand gedaan en heeft toegezegd dat hij een jaar lang geen beslissingen zal nemen over zaken waarbij de belangen van ExxonMobil in het geding zijn. Maar hij heeft nog steeds hechte banden met het bedrijf. Niet alleen is hij er 41 jaar in dienst geweest, zijn hele arbeidzame leven, ook heeft hij bij zijn vertrek een pakket aandelen meegekregen van 180 miljoen dollar, een bedrag dat zo verbijsterend hoog was als je kijkt naar de winst van het bedrijf, die onder zijn leiding sterk is teruggelopen, dat je je heel goed zou kunnen voorstellen dat de minister het bedrijf dankbaar is. Tom Sanzillo van het Institute for Energy Economics and Financial Analysis zegt het zo: ‘Je kunt de jongen wel uit Exxon weghalen, maar Exxon niet uit de jongen.’

Verder mag Tillerson geen beslissingen nemen over zaken waarbij ExxonMobil belang heeft (zoals goedkeuring voor de Keystone XL-pijpleiding), maar hij kan zich niet onttrekken aan tal van besluiten op het gebied van het buitenlands beleid die invloed kunnen hebben op de prijs van olie – beslissingen die het bedrijf mogelijk miljarden kunnen opleveren. Dat zou namelijk inhouden dat hij niet kan meepraten over militaire conflicten in olierijke gebieden en ook niet mag onderhandelen met leiders van oliestaten. We hebben al gezien dat Tillerson dat wel degelijk doet.

Dat er verband bestaat tussen gewapende conflicten en de olieprijs is geen hypothese. Als de olieprijs daalt, neemt de instabiliteit in landen als Venezuela en Rusland toe. En, omgekeerd, als er conflicten uitbreken in landen die over veel olie beschikken, of dat nu Nigeria of Koeweit is, schiet de prijs omhoog, omdat de markt verwacht dat er minder zal worden geleverd. ‘Er is een nauwe correlatie tussen de olieprijs en conflicten’, zegt ook Michael Klare, die aan Hampshire College de leerstoel internationale vrede en veiligheid bekleedt. Bewijsstuk A van dit fenomeen was de inval in Irak van 2003. Daardoor schoot de prijs van olie (rond de dertig dollar per vat toen de oorlog uitbrak) omhoog. In 2008 moest er honderd dollar voor worden betaald. Dat op zijn beurt bracht bedrijven ertoe om massaal te gaan investeren in het winnen van olie uit teerzanden en in het noordpoolgebied. Die gang van zaken zou zich heel goed kunnen herhalen. Een oorlog waardoor grote voorraden olie onbereikbaar worden of de macht van de Opec sterk wordt beknot, zou een enorme opsteker zijn voor de grote oliebedrijven.

‘De voorstanders van meer geld naar defensie en het militair-­industriële complex wrijven in hun handen’

De enige die misschien nog wel meer te winnen heeft bij politieke instabiliteit is Vladimir Poetin, die aan het hoofd staat van een enorme petrostaat, die sinds het instorten van de olieprijs in een economische crisis verkeert. Rusland is ’s werelds grootste exporteur van aardgas en na Saoedi-Arabië de grootste exporteur van olie. Toen de olieprijs hoog was, was dat goed nieuws voor Poetin, want voor 2014 bestond niet minder dan de helft van de inkomsten van het land uit wat gas en olie opbrachten. Maar toen die opbrengsten scherp daalden, kwam de regering opeens honderden miljarden te kort, een economische ramp die nefaste gevolgen heeft gehad voor de bevolking. Volgens de Wereldbank zijn de lonen in Rusland in 2015 met bijna tien procent achteruit gegaan. De roebel heeft vrijwel veertig procent van zijn waarde verloren en de groep armlastigen nam sterk in omvang toe, van drie tot ruim negentien miljoen. Poetin hangt de sterke man uit, maar door de economische crisis is hij aan het thuisfront kwetsbaar.

Om die reden is er van vele kanten gespeculeerd dat het riskante militaire ingrijpen van Rusland in Syrië voor een deel zou kunnen voortkomen uit de wens om de olieprijs omhoog te krijgen. Die theorie wordt nadrukkelijk uitgedragen door Alexander Temerko, een rechtse, in Oekraïne geboren Britse zakenman die voor de olie-industrie werkt. In 2015 schreef Temerko in The Guardian: ‘Een langdurige oorlog in het Midden-Oosten zou zeer in het belang zijn van Poetin. Hoe heviger het conflict is, hoe meer landen erbij betrokken zijn, hoe groter de kans dat de prijzen van olie en gas zullen stijgen. Dat zou gunstig zijn voor het herstel van de Russische economie en de sancties zinloos maken. Het bestaan van de bevolking verbeteren, dát is Poetins ultieme doel, en daartoe gebruikt hij een systeem dat een beroep doet op de vaderlandsliefde en de opofferingsgezindheid van mensen. Zijn plan behelst dus het weer op peil brengen van de inkomsten uit de verkoop van aardgas en olie, zodat hij daarmee de loyaliteit van de 140 miljoen Russen kan kopen.’

(Dat is tot op zekere hoogte een simplificatie: Poetin heeft ook andere redenen om in Syrië te zijn; hij wil toegang tot Syrische havens en misschien ook wel tot de Syrische olie- en gasvelden, en een oorlog is zoals altijd een prima manier om de aandacht af te leiden van binnenlandse ellende.)

We dienen dus duidelijk te beseffen dat een sfeer waarin instabiliteit en onzekerheid de boventoon voeren niet iets is wat de belangrijkste mensen in en rond de regering-Trump angst inboezemt. Het ligt juist andersom: veel van hen zullen zo’n sfeer verwelkomen. Trump heeft zich omringd met meesters van de chaos, van Rex Tillerson tot minister van Financiën Steven Mnuchin. En chaos heeft al vaak bewezen dat het de olieprijs omhoog kan jagen. Als die prijs tachtig dollar of meer per vat wordt, komen de plannen voor het gaan winnen en verbranden van de meest vervuilende fossiele brandstoffen, waaronder die onder het smeltende ijs van de Noordpool, weer boven tafel. Een sterk stijgende olieprijs zal tot gevolg hebben dat wereldwijd in nieuwe, uiterst riskante gebieden olie zal worden gewonnen, van de Poolzee tot aan de teerzanden. Als dat gebeurt, is onze laatste kans verkeken om een rampzalige klimaatverandering te voorkomen. En dus komt het voorkomen van oorlog en het voorkomen van klimatologische chaos op hetzelfde neer.

Naomi Klein

De Canadese onderzoeksjournaliste Naomi Klein (1970) werd in 2000 bekend met haar boek No Logo, waarin ze mega-merken als Nike op de korrel nam. Ze bekritiseerde de arbeidsomstandigheden in de Derde Wereld, en ook het beslag dat de superbrands leggen op de openbare ruimte. Het boek wordt gezien als een manifest voor de antiglobaliseringsbeweging.

In The Shock Doctrine (2007) keerde ze zich tegen de neoliberale ideologie die bevolkingen wordt opgedrongen na ‘shocks’ als natuurrampen, oorlogen en politieke crises. Die omstandigheden maken het mogelijk een desastreuze vrijemarktpolitiek te voeren. Trump en de zijnen zullen bewust zulke crises creëren om hun neoconservatieve agenda te kunnen doorvoeren, stelt ze in No Is Not Enough (2017).

Trump moet hebben geweten dat zijn tegen moslims gerichte daden en woorden de kans op terreuraanvallen vergroten. Ik vermoed dat op dezelfde manier veel personen in en rond de regering-Trump heel goed beseffen dat het fanatisme waarmee ze de financiële wereld willen dereguleren de kans op andere rampspoed vergroot. Trump heeft plannen aangekondigd voor het ontmantelen van Dodd-Frank, de ingrijpendste wetgeving die na de bankencrisis van 2008 tot stand is gekomen. Dodd-Frank ging niet ver genoeg, maar als de wet verdwijnt, krijgt Wall Street weer tal van kansen om nieuwe luchtbellen te scheppen. En die zullen vroeg of laat uiteenspatten, met nieuwe economische klappen tot gevolg.

Het is niet zo dat Trumps team zich hiervan niet bewust is. Het kan ze gewoon niks schelen. Daarvoor zijn de winsten die dankzij zo’n luchtbel gemaakt kunnen worden te aanlokkelijk. Bovendien weten ze dat de banken ook na de crisis nooit in onderdelen zijn opgedeeld en daardoor nog steeds too big to fail zijn. En dat betekent weer dat als de hele zaak ineenstort de belastingbetaler ze overeind moet houden, net als in 2008. (Trump heeft zelfs opdracht gegeven om te kijken naar een bepaald onderdeel van Dodd-Frank dat bedoeld was om juist te voorkomen dat de belastingbetaler met de rekening wordt opgezadeld, een omineus besluit, zeker gezien het feit dat tal van ex-bankiers van Goldman het beleid van het Witte Huis bepalen.)

Het zal zeker ook zo zijn dat leden van de regering na een paar goede klappen voor de markt mogelijkheden zien voor een radicale, door sommigen sterk gewenste koerswijziging. Tijdens zijn campagne praatte Trump zijn kiezers nog naar de mond met de belofte dat hij niet zou tornen aan de sociale zekerheid of Medicare. Maar dat zou gezien de drastische belastingverlagingen die zijn aangekondigd wel eens onhoudbaar kunnen blijken. Een economische crisis zou Trump de mogelijkheid bieden om onder zijn belofte uit te komen. De bende rond Trump heeft een lange lijst van beleidswensen die domweg niet in te voeren zijn als het leven zijn normale gang gaat. Een voorbeeld. Toen de regering net was aangetreden, ging vice-president Mike Pence langs bij Scott Walker, de gouverneur van Wisconsin, om hem te vragen hoe hij in 2011 de publieke sector had weten te beroven van het recht om collectief over arbeidsvoorwaarden te onderhandelen. (Hint: dat deed hij onder verwijzing naar de fiscale crisis waarin de staat zogenaamd verkeerde, wat Paul Krugman, columnist van The New York Times, tot de uitspraak bracht dat ‘in Wisconsin de shockdoctrine openlijk wordt uitgedragen’.)

Small naomi klein credit kourosh keshiri
© Kourosh Keshir

Het beeld is duidelijk. Het eerste jaar zullen we heel waarschijnlijk nog niet helemaal merken wat deze regering aan economische gruwelen aanricht. De volle omvang van dit barbaarse beleid zal pas later aan het licht komen, als de onvermijdelijke begrotingscrises zich aandienen en de markt de ene klap na de andere krijgt. Dan zal het Witte Huis, terwijl het zegt dat het allemaal nodig is om de regering en misschien wel de hele economie te redden, de meest ambitieuze items op het verlanglijstje van het bedrijfsleven gaan afvinken.

Het door Trump uitgezette beleid met betrekking tot de nationale veiligheid en de economie zal ongetwijfeld crises teweegbrengen of verergeren. Op dezelfde manier zullen overheidsmaatregelen om de productie van fossiele brandstoffen op te krikken, een groot deel van de milieuwetgeving van het land te ontmantelen en het klimaatakkoord van Parijs in de prullenbak te gooien de weg vrijmaken voor meer grootschalige industriële ongelukken, om over toekomstige klimaatrampen nog maar te zwijgen. Het duurt ongeveer een decennium voor de uitstoot in de atmosfeer van kooldioxide zich laat gelden in de vorm van opwarming, en dus zullen de allerergste gevolgen die het beleid van deze regering voor het klimaat heeft pas merkbaar worden als de volgende aan het bewind is.

Niettemin is de opwarming inmiddels al zo ver gevorderd dat geen president zijn termijn kan uitdienen zonder dat hij te maken krijgt met grote, aan het weer gerelateerde rampen. Nog geen twee maanden na het aantreden van Trump kreeg hij al te maken met enorme bosbranden op de Great Plains in het midden van het land (van Texas tot Canada), die zo veel vee het leven kostten dat een veeboer het had over ‘onze versie van Katrina’. Trump toonde weinig belangstelling voor de branden en wijdde er niet eens een tweet aan. Maar als de eerste superstorm een kust treft, kunnen we een heel andere reactie verwachten van een president die weet wat onroerend goed met uitzicht op zee waard is en die altijd alleen maar belangstelling heeft gehad voor het bouwen voor de rijkste één procent van de bevolking. Waarover we ons zorgen dienen te maken, is uiteraard dat er dan een reprise kan plaatsvinden van de grootschalige fraude na Katrina en de ‘verdwenen miljarden’ van Irak, omdat haastig afgesloten contracten vrij baan bieden aan corruptie, en geëvacueerde groepen en arbeiders de prijs betalen.

Wat tijdens Trumps regeerperiode de snelst groeiende marktsector zal zijn? Waarschijnlijk bedrijven die na een ramp dienstverlening bieden aan rijke mensen. Een recente kop in The New Yorker luidde: ‘Hoe de superrijken zich voorbereiden op de Dag des Oordeels’. Toen ik aan De shockdoctrine werkte, stond deze bedrijfstak nog in de kinderschoenen, en een aantal van de eerste bedrijven is al weer over de kop. Zo schreef ik over Help Jet, een vanuit Trumps geliefde West Palm Beach opererende vliegtuigmaatschappij, die maar heel even heeft bestaan. Tijdens zijn korte bestaan bood Help Jet in ruil voor een stevig lidmaatschapsbedrag chique hulp bij rampen.

Als er een orkaan in aantocht was, stuurde Help Jet limousines om de leden op te halen, bracht die korte tijd onder in veilige vijfsterrengolfhotels of andere dure accommodaties en vloog hen dan met eigen vliegtuigen naar hun eindbestemming. ‘U hoeft niet in de rij te staan. Geen gedoe op drukke vliegvelden. Gewoon een eersteklas ervaring, die van een probleem een vakantie maakt.’ Dat stond in de folders van het bedrijf. ‘Niet de nachtmerrie die een evacuatie anders altijd is, maar iets om van te genieten.’ Achteraf zou je kunnen zeggen dat Help Jet niet ten onder is gegaan omdat er geen vraag was naar dit soort dienstverlening, maar omdat het iets te vroeg op de markt verscheen. In deze tijd bieden projectontwikkelaars die in New York luxe onroerendgoedprojecten in portefeuille hebben hun toekomstige cliënten luxueuze hulp bij rampen aan. Het aanbod varieert van noodverlichting tot eigen waterpompen, compleet met aggregaat en een vier meter hoge waterkering. Eén luxe flatgebouw laat zich voorstaan op waterdicht af te sluiten vertrekken – ‘alsof u in een onderzeeër zit’ – voor het geval de volgende Superstorm Sandy de kust treft. Ook Trumps golfbanen proberen zich op zoiets voor te bereiden. In Ierland vroeg Trump International Golf Links and Hotel toestemming voor het aanleggen van een drie kilometer lange, vier meter hoge muur om het aan de kust gelegen complex te beschermen tegen de stijging van de zeewaterspiegel en steeds gevaarlijker stormen.

Kort geleden meldde Evan Osnos in The New Yorker dat in Silicon Valley en aan Wall Street rijke mensen zich proberen in te dekken tegen een bestaan waarin het klimaat sterk is verstoord en de samenleving is ingestort door ruimte te kopen in op maat gemaakte ondergrondse bunkers in Kansas, beschermd door zwaarbewapende huurlingen. Een andere mogelijkheid: huizen laten bouwen in hooggelegen gebied, in Nieuw-Zeeland. Uiteraard heb je een privé-vliegtuig nodig om deze ultieme vorm van de Groene Zone te bereiken.

Het ultra-extreme uiterste van deze trend is PayPal-miljardair Peter Thiel, die Trump met grote bedragen heeft gesteund en lid is geweest van zijn overgangsteam. Thiel heeft samen met Patri Friedman, de kleinzoon van Milton, het Seasteading Institute opgezet. Het doel van Seasteading is het opzetten van uiteindelijk volledig onafhankelijke, drijvende stadstaten voor rijke mensen. Die drijven rond op volle zee, hebben dus geen last van het stijgen van de zeespiegel en zijn volledig autarkisch. Iedereen die geen zin heeft om belasting te betalen of zich aan regels te houden, kan, zoals het manifest van de beweging het noemt, ‘stemmen met zijn boot’. Blijkbaar heeft Thiel sinds kort geen belangstelling meer voor het project, omdat naar zijn zeggen de logistiek achter drijvende stadstaten ‘op dit moment nog niet haalbaar is’, maar het project loopt nog steeds.

Waar we op af gaan is een wereld verdeeld in Groene Zones en Rode Zones, en zwarte plekken voor wie niet meewerkt

Zorgelijk aan dit hele fenomeen van goudgerande hulp na rampen (afgezien van de idiotie van al die plannen) is dat juist doordat de rijken zorgen voor een eigen chique ontsnappingsluik er steeds minder prikkels zijn voor het in stand houden van een infrastructuur die na een natuurramp iedereen helpt, ongeacht zijn of haar inkomen. Juist de afwezigheid van zo’n infrastructuur heeft tijdens en na Katrina in New Orleans geleid tot enorm veel nodeloze ellende. Deze tweedeling in hulpverlening bij of na een ramp schrijdt in alarmerend hoog tempo voort. In staten waar veel bosbranden voorkomen, zoals Californië en Colorado, bieden verzekeringsmaatschappijen hun exclusieve klanten een bijzondere optie aan: als hun huis wordt bedreigd door een brand stuurt de verzekeraar er een ploeg particuliere blussers heen. Die voorzien het pand van een laag brandvertragend middel. Ondertussen worden andere huizen aan hun lot overgelaten.

Californië laat zien waartoe dit allemaal leidt. Voor het bestrijden van branden maakt de staat gebruik van meer dan 4500 gevangenen, die één dollar per uur krijgen als ze aan het werk zijn en dus hun leven wagen. In het kamp krijgen ze twee dollar per dag. Volgens sommige schattingen bespaart Californië op deze manier ongeveer een miljard per jaar. Een vingerwijzing naar wat er gebeurt als je bezuinigingen combineert met het massaal gevangen zetten van mensen en de klimaatverandering.

Doordat grootverdieners zich indekken tegen natuurrampen hebben ze minder reden om in te stemmen met de ingrijpende koersveranderingen die nodig zijn om een nog warmere toekomst, met nog meer natuurrampen, te vermijden. Dat zou kunnen verklaren waarom de regering-Trump kennelijk vastbesloten is alles te doen wat binnen haar mogelijkheden ligt om de klimaatcrisis te versnellen.

Tot dusver heeft een groot deel van de discussie over het terugdraaien van allerlei milieumaatregelen zich gericht op de al dan niet bestaande schisma’s tussen leden van Trumps coterie die ontkennen dat het klimaat verandert, onder wie Scott Pruitt, het nieuwe hoofd van de Environment Protection Agency, die het milieu juist zou moeten beschermen, en Trump zelf, en anderen die erkennen dat de mens wel degelijk een bijdrage levert aan het opwarmen van de planeet, zoals Rex Tillerson en Ivanka Trump. Maar dan ontgaat je de essentie: een gemeenschappelijk kenmerk van iedereen rondom Trump is dat ze erop vertrouwen dat zij, hun kinderen, en eigenlijk heel hun klasse, het wel zullen redden. Dat hun rijkdom en hun connecties hen wel zullen beschermen tegen de ergste klappen die nog zullen komen. Ze zullen wat onroerend goed aan zee kwijtraken, dat wel, maar daarvoor in de plaats laat je in de bergen toch een nieuw landhuis neerzetten?

Waar het om gaat, is niet wat ze zelf zeggen over klimaatverandering. Het gaat erom dat ze zich geen van allen zorgen maken over klimaatverandering. De eerste catastrofale voorboden daarvan treffen vooral arme delen van de wereld, waar de mensen niet blank zijn. En als rijke westerse landen toch door rampen worden getroffen, zijn er steeds meer manieren waarop rijken relatieve veiligheid kunnen kopen. Kort na Trumps aantreden baarde Steve King, een Congreslid voor de Republikeinen, nog opzien met een tweet waarin hij zei: ‘We kunnen de beschaving niet herstellen met de kinderen van anderen.’ Om allerlei redenen was dat een onthullende uitspraak. De Republikeinen maken zich geen zorgen over de klimaatverandering omdat heel veel mensen met macht en invloed duidelijk vinden dat de ‘kinderen van anderen’ de risico’s maar moeten lopen, kinderen die minder waard zijn dan die van henzelf. Misschien zijn het niet allemaal klimaatontkenners, maar ze laten bijna stuk voor stuk een catastrofaal gebrek aan belangstelling zien.

Dat respectloze gedrag maakt deel uit van een buitengewoon angstaanjagende trend. In een tijd waarin de inkomensverschillen steeds groter worden, sluit een belangrijk deel van onze elite zich niet alleen fysiek, maar ook psychologisch af van de rest van de samenleving. Ze maken zich mentaal los van het gezamenlijke lot van de rest van de mensheid. Dit afscheiden van de rest van de mensheid (zij het alleen in hun hoofd) maakt het hun mogelijk niet alleen de schouders op te halen over de dringende noodzaak om in actie te komen tegen de opwarming van de aarde, maar ook om op zoek te gaan naar nog roofzuchtiger manieren om te profiteren van rampen die nu plaatsvinden of in de toekomst plaatsvinden en van de groeiende instabiliteit die daaruit voortvloeit. Waar we in razend tempo op af suizen, is de toekomst die ik al jaren geleden in New Orleans en Bagdad zag. Een wereld die is verdeeld in Groene Zones en Rode Zones, en zwarte plekken voor wie niet wil meewerken. En die wereld is op weg naar een economie in Blackwater-stijl, waarin private partijen verdienen aan het bouwen van muren, het bespioneren van de bevolking, door bedrijven geleverde veiligheid en door particuliere beveiligers bemande controleposten.

Medium anp 52874926
© BRENDAN SMIALOWSKI / AFP / ANP

De wereld wordt in een angstaanjagend hoog tempo in dit soort zones opgedeeld. Europa, Australië en Noord-Amerika zijn steeds grotere (geprivatiseerde) forten aan het opzetten om zich te beschermen tegen mensen die vluchten voor hun leven. En maar al te vaak is die vlucht een rechtstreeks gevolg van krachten die door de landen met die forten zijn losgemaakt: handelsverdragen waarin de zwakste partij wordt uitgeknepen, oorlogen of ecologische rampen, die nog zijn verergerd door de klimaatverandering.

Er worden veel krokodillentranen vergoten over de ‘migratiecrisis’, maar aanzienlijk minder over de crises die de aanleiding zijn geworden voor die migratie. Sinds 2014 zijn er naar schatting dertienduizend mensen verdronken in de Middellandse Zee bij een poging Europa te bereiken. En wie het wel haalt, is nog lang niet verzekerd van een veilig bestaan. Het enorme vluchtelingenkamp bij Calais werd de ‘jungle’ genoemd, wat associaties oproept met de ‘beesten’, zoals de in de steek gelaten slachtoffers van Katrina wel werden bestempeld. Eind 2016, net voor Trump tot president werd gekozen, werd het kamp door bulldozers platgewalst.

Veel conflicten die migratiestromen in gang hebben gezet worden bovendien nog eens door de klimaatverandering verergerd. Een voorbeeld. Voordat de burgeroorlog in Syrië uitbrak, kampte dat land met de ergste droogte uit de geschiedenis, waardoor rond de anderhalf miljoen bewoners hun heil elders moesten zoeken. Veel boeren trokken naar de grensstad Daraa, en niet geheel toevallig brak daar in 2011 de opstand tegen Assad uit. De droogte was niet de enige reden dat de spanningen daar snel toenamen, maar veel deskundigen, onder wie de voormalige minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, zijn ervan overtuigd dat de droogte wel een grote rol heeft gespeeld. Sterker nog: als we op de wereldkaart een vlaggetje zetten bij de bloedigste conflicten die op dit moment gaande zijn, van Afghanistan en Pakistan tot aan Libië, Jemen, Somalië en Irak, zie je meteen dat dat ook de heetste en droogste plekken op aarde zijn.

Een heel eerlijke verklaring daarvoor is te lezen in een Amerikaans militair rapport dat tien jaar geleden is opgesteld door het Center for Naval Analyses: ‘Twee natuurlijke hulpmiddelen zijn altijd bepalend geweest voor het Midden-Oosten: olie (omdat er daar zo veel van is) en water (omdat er daar zo weinig van is).’ Als je naar olie, water en gewapende conflicten in het Midden-Oosten kijkt, komen bepaalde patronen aan het licht. Eerst laten westerse vliegtuigen zich sturen door de overvloed aan olie in de regio, met een spiraal van geweld en destabilisering tot gevolg. Daarna komen de westerse drones, die kijken naar waterschaarste, als droogte en oorlog zich heilloos hebben vermengd. En net zoals bommen, olie en drones droogte volgen, volgen bootjes beide. Bootjes afgeladen met mensen op de vlucht voor oorlog en watergebrek in de droogste gebieden op aarde.

We sluiten onze ogen voor het feit dat het hier om mensen gaat, en daardoor halen we onze schouders op voor de doden en gewonden die door bommen en drones vallen. Diezelfde attitude hebben we tegenover vluchtelingen, of ze nu met bootjes of met de bus of lopend komen. Hun hang naar veiligheid zien we als een bedreiging, hun wanhopige vlucht als een invasie.

De dramatische opkomst van rechts nationalisme, racisme tegen zwarten, islamofobie en blank suprematiedenken waarvan we het afgelopen decennium getuige zijn geweest, valt niet los te zien van dit turbulente geweld, van de straaljagers en de drones, de bootjes en de muren. Mensen kunnen deze onhoudbare ongelijkheid alleen rechtvaardigen door te grijpen naar theorieën die ervan uitgaan dat de ene etnische groep meer waard is dan de andere, en dat mensen die niet tot de mondiale ‘groene zone’ worden toegelaten niet beter verdienen. Dat zie je bij Trump, die Mexicanen als verkrachters en ‘bad hombres’ afschildert en Syrische vluchtelingen als stiekeme terroristen; je ziet het bij een reeks Australische premiers die sinistere detentiekampen op eilanden rechtvaardigen als ‘humanitair’ alternatief voor sterven op zee.

Dat is het gezicht van mondiale destabilisering in landen die zich nooit hebben beziggehouden met de misdaden die kort na hun ontstaan zijn begaan – landen die altijd hebben gezegd dat slavernij en het stelen van het land van de inheemse bevolking maar kleine smetjes zijn op een roemrijk verleden. De door slaven bewerkte plantage is bij uitstek de plek waar de Groene en de Rode Zone vlak naast elkaar liggen. In de chique landhuizen werd de quadrille gedanst terwijl op het veld de slaven werden uitgebuit, en beide vonden plaats op land dat de oorspronkelijke bewoners met geweld was ontroofd. Op die diefstal is de rijkdom van Amerika gebouwd.

Steeds duidelijker wordt dat de theorieën over de ongelijkwaardigheid van bepaalde raciale groepen waarmee die diefstal indertijd is gerechtvaardigd weer de kop opsteken nu het systeem van rijkdom en comfort dat daarmee is opgebouwd op allerlei gebieden uiteen begint te vallen. Trump is niet meer dan een vroege, boosaardige manifestatie van dat uiteenvallen.

Op zoek naar een woord om de enorme discrepantie in voorrechten en veiligheid te beschrijven tussen de mensen in de Groene Zone en de mensen in de Rode Zone van Irak, kwamen journalisten vaak bij ‘sciencefiction’ uit. En natuurlijk was het dat. De ommuurde stad waar een kleine, rijke minderheid in luxe leeft, terwijl de grote massa buiten de muur onderling slag levert om te overleven – het is het uitgangspunt van vrijwel elke dystopische sciencefictionfilm die vandaag de dag wordt gemaakt, van The Hunger Games, met het decadente Capitool tegen de wanhopige kolonies, tot Elysium, met een luxueus ruimtestation voor de elite en daaronder een uitgestrekte, dodelijke favela. Ook de dominante westerse religies zijn van deze zienswijze doortrokken, met hun grootse verhalen over een enorme zondvloed die de wereld schoonspoelt, waarna een groepje uitverkorenen het nog een keer mag proberen, of een wereldbrand die ongelovigen verzengt, waarna de rechtvaardigen worden meegevoerd naar een hemelse stad, met muren en poorten uiteraard. We hebben ons collectief al zo vaak een beeld gevormd hoe dit extreme einde van onze soort, met winnaars die alles winnen en verliezers die alles verliezen, in zijn werk zal gaan dat een van onze urgentste taken is om een alternatief einde te bedenken voor het verhaal van de mens: dat we door een crisis ook tot elkaar kunnen komen in plaats van elkaar af te vallen, en dat we grensmuren ook kunnen neerhalen in plaats van steeds nieuwe te bouwen.

Want we weten allemaal redelijk goed waarheen de weg voert waarop we ons nu bevinden – naar een wereld van Katrina’s, een wereld waarin onze rampzaligste nachtmerries werkelijkheid zijn geworden. Ook al bestaat er een bloeiende subcultuur van hoopvolle sciencefiction, toch is een Groene Zone/Rode Zone-toekomst hét thema van romans en films over een dystopische toekomst. Maar de bedoeling van dystopische kunst is juist niet om als gps in de tijd te fungeren en ons een toekomst te laten zien waarheen we onafwendbaar op weg zijn. Dystopische kunst wil ons waarschuwen, wakker schudden, zodat we zien waarheen deze gevaarlijke weg leidt en we onze koers kunnen verleggen.

‘Het ligt in ons vermogen om opnieuw te beginnen.’ Dat zei Thomas Paine vele jaren geleden. Het was een treffende verwoording van de droom over ontsnappen aan het verleden die de kern is van het koloniale project én de American Dream. Maar de waarheid is dat we juist níet beschikken over dit goddelijke vermogen tot heruitvinden. Dat is ook nooit zo geweest. We moeten leven met de rotzooi die we hebben geschapen en de vergissingen die we hebben gemaakt, en rekening houden met de grenzen van wat onze planeet aankan.

Wat we wél kunnen: onszelf veranderen, proberen fouten uit het verleden te herstellen, en een harmonieuzere relatie aan te gaan met elkaar en met de planeet die we delen. Dat werk is de pijler onder het verzet tegen de shockdoctrine.


Dit is een ingekort hoofdstuk uit Naomi Kleins Nee is niet genoeg dat volgende week verschijnt bij uitgeverij De Geus.
Vertaling: Jan Willem Reitsma en Pon Ruiter.