Meesterstukjes op lauw venetië film

Je gaat naar een belangrijk internationaal festival als dat van Venetië om de nieuwe films van echt grote regisseurs te zien. Je neemt op de koop toe dat de festivalleiding ook films selecteert van regisseurs die helemaal niet groot zijn. Je kunt speculeren over de aanwezigheid van films die je eigenlijk helemaal niet wilt zien, maar dat is allemaal niet echt relevant. De redenen zijn namelijk allemaal pragmatisch: met de ene film komt een ster naar het festival, met de andere wordt een invloedrijke distributeur afgekocht en met weer een andere wordt een vriendje een plezier gedaan. Soms slaat de balans te ver door naar de pragmatische kant en dan heb je als filmliefhebber een reden om te mopperen.

Mijn impressie van Venetië dit jaar was dat er alle aanleiding is om te klagen, maar liever geef ik mijn indrukken van twee films die ik wél de moeite waard vond.
De Iraanse filmmaker Mohsen Makhmalbaf is een van de interessantste, maar ook een van de grilligste filmmakers van dit moment. Hij was in Venetië met Le Silence, een met Frans geld gemaakte nieuwe productie. Onlangs riep ik hier min of meer ironisch de ‘waar-is-?-film’ als Iraans genre in het leven en Le Silence zou je heel goed van dat etiket kunnen voorzien. Weer zoekt een kind zich moeizaam een weg door de wereld van de volwassenen. De tocht van Khorshid wordt extra bemoeilijkt doordat hij blind is. Meer dan wie ook moet hij de weg vragen en zich door anderen laten leiden. Gesteund door een fenomenaal gehoor vaart hij toch ook een zelfstandige koers door een geheel eigen klankwereld. De stilte van Makhmalbaf bevat daardoor veel meer geluid en vooral ook veel meer diversiteit aan geluid dan de gemiddelde speelfilm. Je zou kunnen verwachten dat door de thematiek het visuele element van de film op het tweede plan staat, maar het tegendeel is het geval. Wat dit betreft zet Makhmalbaf een lijn door die hij met zijn ook in Nederland uitgebrachte film Gabbeh inzette. Een lijn die zich kenmerkt door zeer kleurige, picturaal gekadreerde beelden die associaties oproepen met oosterse sprookjes.
De invloed van de in Iran om zijn niet-westerse filmtaal bewonderde Paradjanov lijkt evident. Zelf noemt Makhmalbaf het werk van Perzische dichters als Omar Khayam als belangrijke bron van inspiratie. Via oudere culturele tradities lijkt Makhmalbaf zich terug te willen trekken uit het revolutionair-islamitische kamp. Een beweging die in Iran niet op prijs wordt gesteld. Het resultaat is een mooie, lieve film waarvan het moeilijk is te begrijpen dat hij in Iran niet door de censuur komt.
Zoals Makhmalbaf zich een weg zoekt uit zijn dogma’s, zo lijkt de Italiaanse filmmaker Gianni Amelio (Il Ladro di Bambini, Lamerica) zich te verzetten tegen de nog immer marxistoïde benadering van de Italiaanse sociale geschiedenis. Zijn nieuwste film Così ridevano (The Way we Laughed) vertelt het verhaal van twee broers die in de jaren vijftig vanuit het achterlijke en arme Sicilië naar het industriële noordelijke Turijn trokken. Even lijkt de film een herhalingsoefening van neorealistische motieven, maar al snel blijkt dat ook Amelio het wapen van de poëzie inzet tegen betonnen beelden en opvattingen. De grote sociale beweging plaatst Amelio als een boze droom op de achtergrond en hij concentreert zich op de op zelfontkenning gebaseerde liefde van oudere broer Giovanni voor zijn kleine broer Pietro. Via fraaie elliptische stappen toont hij steeds een nieuwe fase in de gedoemde relatie tussen de broers, die elkaar in opofferingsgezindheid lijken te willen overtreffen. Het resultaat is een film met de kracht van een klassieke tragedie die toch niet losstaat van zijn specifieke plaats en tijd. Via een melancholische ironie ontweek Amelio iedere retoriek en schiep ruimte voor verrassende poëtische details.
Er klonken in Venetië ook andere geluiden over de nieuwe films van Makhmalbaf en Amelio. De eerste zou te veel alleen maar klein en mooi zijn en de tweede een te bekende weg bewandelen. Maar de kracht zit juist in het verlenen van een nieuwe gevoeligheid aan een bekende weg en in de grootse fijnzinnigheid van het klein en mooi zijn.

  • Geheel tegen de nationale en internationale trend in brengt de VPRO meer in plaats van minder zinnig filmnieuws op televisie. Stardust is wekelijks gegaan en voordat ik mij afvraag hoe lang ze dat volhouden juich ik het initiatief toe. Iedere donderdagavond tegenover het journaal.