Buitenland

Megadeal

Niemand zal de jaren twintig ervan kunnen beschuldigen stilletjes de geschiedenis te zijn binnengeslopen. Australië vloog in brand, de Britten verlieten de Europese Unie, de Verenigde Staten begonnen bijna hun derde oorlog op rij in het Midden-Oosten, China probeert wanhopig een nieuw virus te beteugelen, het machtigste land ter wereld maakt van zijn democratie een chaos, en we zijn nog maar net bezig. Dat volgt allemaal netjes op de vooruitblikken op het komende decennium die rond de jaarwisseling in verschillende media verschenen. Die trokken vaak de lijn door van de afgelopen tien jaar. En dat betekent: meer crises, in allerlei gedaantes.

Misschien klopt dat, maar er is ook iets specifiekers te zeggen over de nieuwsrampen die op dit moment om de aandacht strijden. Zij hebben gemeen dat de belangrijke beslissingen in handen liggen van mannen die hun handelen openlijk in dienst stellen van hun politieke overleving. Zij voeren geen werkelijk beleid, maar pretendeerpolitiek. Dat is zo op microniveau, zoals in Wuhan, waar functionarissen de ziekte die slecht kon zijn voor hun carrière probeerden te verzwijgen.

Nu is China ook wel een land dat bekendstaat om die vorm van doen alsof. Maar dat geldt niet voor het Verenigd Koninkrijk, waar Boris Johnson nu al een half jaar doet alsof hij een ijzeren greep op de Brexit heeft en op alles wat dit zijn land gaat brengen. In de VS is het zó evident dat president Trump alleen maar voor de vorm de staatsman uithangt, dat zijn eigen advocaat hem vorige week verdedigde met het argument dat het onmogelijk is voor Trump om in strijd te handelen met het nationaal belang van de VS omdat Trump zijn herverkiezing ziet als nationaal belang – en dat alles wat Trump in zijn eigen belang doet, daarom per definitie het landsbelang dient.

Het vredesplan voor het Midden-Oosten is zeldzaam openlijke pretendeerpolitiek

Zelfs in die context was het vredesplan voor het Midden-Oosten, dat de Verenigde Staten ook vorige week presenteerden, een zeldzaam openlijke vorm van doen alsof. Vrede sluiten tussen Israël en de Palestijnen gold een tijd lang als heilige graal van de internationale politiek. Een handvol Amerikaanse presidenten en anderen joegen die na, meestal als afsluiting van hun ambtstermijn. Donald Trump begon ermee. Op zijn derde dag als president belde hij de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en liet hem binnen een paar weken naar Washington komen. ‘Ik denk dat we een deal gaan maken. Het zou een grotere en betere deal kunnen worden dan mensen in deze kamer zelfs maar begrijpen’, zei hij. Toen wendde hij zich tot Netanyahu. ‘Zoals bij elke succesvolle onderhandeling moeten beide zijden compromissen sluiten. Dat weet je toch?’ Netanyahu grijnsde. ‘Beide zijden’, antwoordde hij.

Sindsdien heeft Trumps schoonzoon Jared Kushner drie jaar lang gedaan alsof hij druk was met een plan, terwijl hij geen gelegenheid onbenut liet om te laten zien hoe laag hij de Palestijnse Autoriteit (en alles wat Palestijns is) achtte. Toen het plan dan eindelijk het licht zag, vertelde Kushner dat de Palestijnen ‘niet moeten proberen om te onderhandelen op dezelfde manier als zij dat jarenlang hebben gedaan’. ‘Wat we hopen dat ze zullen doen, is dat ze het plan lezen’, zei hij er nog bij, misschien om ten overvloede duidelijk te maken dat het zonder enige Palestijnse inbreng was opgesteld.

Het heeft geen zin om verder te spreken over de inhoud van het plan, want het is alleen in theorie werkelijk bedoeld als beleid. Voor Netanyahu, die het plan met Trump presenteerde, is het een nieuw schaakstuk in zijn eindspel om uit handen van justitie te blijven. Voor Trump was het afleiding van zijn impeachment-proces. Voor de 84-jarige Palestijnse leider Mahmoud Abbas was het een kans om nog eens met zijn vuist te zwaaien en te zeggen dat hij ‘hoopt’ dat er Palestijnse verkiezingen komen – die hij al twaalf jaar tegenhoudt.

Als dit nu één geïsoleerd geval van politiek cynisme betrof, was dat niet zo erg, maar het is eerder exemplarisch voor het politieke handelen in vele grote internationale vraagstukken anno nu. ‘Politiek is de kunst van het mogelijke, het bereikbare’, zou de Duitse staatsman Otto von Bismarck hebben gezegd. Het is een lief citaat. En nutteloos voor het heden.