Debat: Is oorlog goed voor de samenleving?

Megapleuris

In zijn nieuwste boek stelt Robert Kaplan dat oorlog goed is voor een samenleving. Hans Achterhuis, Nico Frijda en Karel Glastra van Loon debatteren over die stelling.

«Zijn generaliseringen zijn beschamend, zijn oplossingen zijn dom en toch gaat het boek ergens over.» Nico Frijda, emeritus hoogleraar in de psychologie en specialist op het gebied van emoties, laat zijn hand rusten op The Coming Anarchy, het nieuwste boek van Robert Kaplan dat volgende week in het Nederlands verschijnt onder de titel Het anarchistisch pandemonium. «Kaplans stelling dat oorlog goed is voor de samenleving is bespottelijk; die kan alleen opkomen bij iemand die geen kinderen heeft. Maar hij heeft gelijk dat we niet ten koste van alles moeten streven naar vrede in de wereld.»
De langdurige naoorlogse vrede in het Westen heeft geleid tot «institutionele leegte », schrijft de reisjournalist en auteur van bestsellers als Balkan Ghosts (1993) en The Ends of the Earth (1995). In negen allesbehalve opwekkende essays schetst hij de gevolgen: onze leiders verliezen hun historisch en tragisch besef, het «gewelddadige element» in de maatschappij wordt niet nuttig gekanaliseerd door de dienstplicht en ontaardt in bendevorming op straat. Zo maken we ons kwetsbaar voor de mondiale anarchie van de toekomst: een wereld waarin de strijd om het bestaan zal worden aangejaagd door demografische wildgroei, uitputting van het milieu, het uiteenvallen van staten en grootschalig terrorisme.
Om zijn stellingen te ondersteunen, schrijdt Kaplan met rasse schreden door de wereldgeschiedenis en generaliseert dat het een lieve lust is. Zijn boek werpt echter vragen op die - getuige bijvoorbeeld het recente Kosovo-debat in de Kamer - te weinig aan bod komen in hedendaagse discussies over arm en rijk in de wereld, over humanitaire interventie en veiligheidsbeleid. Vragen naar de aard van het beestje: heeft de mens behoefte aan oorlog, heeft hij een gemeenschappelijke vijand nodig om zich tegen af te zetten? En vragen over de manier waarop het geweld in de wereld dan wél gekanaliseerd moet worden: kan het verre ideaal van wereldvrede worden bereikt door consensus of moet het worden opgelegd in de vorm van een hedendaagse pax Romana oftewel, zoals Kaplan wil, een pax Americana? Als het morele vacuüm in de internationale statenorde dan toch moet worden gevuld, dan liever met «iemands waarden - lees: de onze».


De filosoof Hans Achterhuis, van wie recentelijk De politiek van goede bedoelingen over de Kosovo-interventie verscheen, ziet weinig in de stelling dat de hoeveelheid geweld in de samenleving constant is. Deze gedachte wordt verdedigd door de militair historicus Martin van Creveld, die door Kaplan de hemel wordt ingeprezen. In een interview in De Groene van maart 1999 voegde Van Creveld eraan toe dat de teloorgang van het geweldsmonopolie van de staat - volgens velen een wereldwijde trend - ertoe leidt dat het geweld op andere manieren de kop opsteekt. Achterhuis: «Het is onzinnig te veronderstellen dat een maatschappij een vaste hoeveelheid geweld kent. Was er zoveel meer geweld geweest in de Europese samenleving als de Eerste en Tweede Wereldoorlog niet gevoerd waren? Ik geloof er niets van. Met Van Crevelds tweede stelling ben ik het wel eens. Als gezag wegvalt, zie je de oertoestand van Thomas Hobbes terugkeren. Men vreest elkaar, zoekt steun bij soortgenoten, bij de eigen clan, het eigen ras. En dat geeft louche figuren de gelegenheid zich als leiders op te werpen. Het gebeurde in Joegoslavi ë en het gebeurt nu in Afrika. Vroeger stond ik louter negatief tegenover staatsgeweld, maar ik zie nu wat er gebeurt als het geweldsmonopolie wegvalt. Ik denk dat wanneer het in Nederland zou wegvallen hier ook dingen misgaan. Net als in voormalig Joegoslavië.»
Frijda: «Inderdaad, theorieën over een constante hoeveelheid geweld - zoals bijvoorbeeld van Konrad Lorenz - zijn echt onzin. Over het algemeen veroorzaakt geweld nieuw geweld, het is geen ontlading waardoor de neiging tot geweld afneemt. Dat is strijdig met wat we weten over geweld dankzij de inzichten die de psychologie de afgelopen zestig jaar heeft geleverd. Maar geweld is een voor de hand liggende manier om conflicten op te lossen. Een onoplosbaar dilemma is dat daarbij een kettingreactie kan ontstaan: om aan je trekken te komen heb je geweld nodig, dat roept weer geweld op, kortom er ontstaat een vendetta. Als centraal gezag wegvalt, krijg je die kettingreactie: een wraakcultuur vervangt het centraal gezag.»
Kent u ook voorbeelden van vendetta-samenlevingen die tot bedaren zijn gebracht?
Frijda: «Jazeker: Nederland. Elke gemeenschap is begonnen als een vendetta-gemeenschap, maar gaandeweg worden alternatieven geboden. In Nederland zijn wij tevreden als de rechter een uitspraak heeft gedaan. De hoeveelheid dagelijks geweld in heel Europa is de afgelopen tweehonderd jaar enorm teruggelopen. Wij zijn uiterst vreedzaam. Je krijgt meer mensen bij elkaar voor een voetbalwedstrijd dan voor een executie.»

De journalist en schrijver Karel Glastra van Loon, actief lid van de Socialistische Partij, vindt dat te gemakkelijk wordt voorbijgegaan aan een belangrijke oorzaak van geweld: de bedreiging van iemands bestaanszekerheid. Het boek De laatste oorlog: gesprekken over de nieuwe wereldorde, dat hij samen met Jan Marijnissen schreef, benadrukt het belang van de ongelijke welvaartsverdeling in de wereld. Glastra van Loon: «In West-Afrika, waar Kaplan in zijn boek veelvuldig naar verwijst, worden mensen uit de bush verjaagd, hetzij door de houtmaatschappijen, hetzij door eigen toedoen. Ze komen terecht in sloppenwijken waar geen enkele zekerheid is, die elke dag kunnen worden weggevaagd. In Nederland ga je dan de straat op en protesteren, maar in een land zonder effectieve regering zit er niets anders op dan zelf je lot verbeteren. Onze maatschappij kent weinig geweld, want in Nederland hebben wij grote bestaanszekerheid.»
Maar is die bestaanszekerheid genoeg? In William Goldings «Lord of the Flies» (1965) belandt een stel jongens na een vliegtuigongeluk op een paradijselijk eiland. Toch ontstaan er al snel conflicten omdat ze gaan wedijveren, elkaar de macht betwisten, kunstmatig schaarste scheppen.
Glastra van Loon: «O, maar bestaanszekerheid is niet genoeg! Je hebt ook een metafysica nodig, een ideologie waar je meer aan ophangt dan louter de vervulling van materiele behoeften. Dat kan een nationale identiteit zijn, religie of je cultuur. De enige vorm van succes die wij op dit moment in Nederland vereren, is materieel succes. De fascinatie voor geweld neemt hier toe omdat de zingeving aan het bestaan ontbreekt. Want oorlog geeft heel duidelijk zin aan het bestaan, daarin heeft Kaplan gelijk. Dat heb ik zelf ervaren op het Chinese Plein van de Hemelse Vrede tijdens de studentenopstand van 1989. Die studenten stonden echt ergens voor, ze waren bereid ervoor te sterven. Het geeft een heel, heel goed gevoel je bezig te houden met een groot ideaal. Waar dat ontbreekt, daar overheersen geestelijke luiheid en verveling.»
Achterhuis: «Ach, dat is de bekende cultuurkritiek die al eeuwen door de westerse samenleving kabbelt, op z'n minst sinds Rousseau. Ik heb vroeger ook dat soort kritiek geuit, maar ik ben hevig geschrokken toen ik mijn zinnen herkende in die van de sto ïcijnse filosofen.»
Frijda: «Ik ben het er volstrekt niet mee eens. Lord of the Flies is fictie. De mensen in dit land zijn over het algemeen heel tevreden, ze hebben geen enkele moeite met die zogenaamde leegte. Nederland is voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog minstens honderd jaar niet betrokken geweest bij een conflict, behalve de Tiendaagse Veldtocht. Wij zijn al die tijd toch een vredig land geweest. En wie nu in Nederland rondkijkt, raakt onder de indruk van de hoeveelheid dagelijkse zingeving die mensen creëren, bijvoorbeeld door een tuintje te verbouwen, aquarellen te maken, een kind te nemen. De massa is niet zo stuurloos dat ze in het gareel moet worden gehouden, zoals Kaplan denkt. Ik vind dat getuigen van stuitende minachting. Ik geloof met Spinoza in de menselijke tendens tot sociale harmonie. Daar is geen ideologie voor nodig.»
Glastra van Loon: «Ik bedoel het niet als kritiek op de massa zoals Kaplan. Ik geloof ook niet dat daardoor de gewelddadigheid toeneemt, maar wel dat die geestelijke luiheid een onverschilligheid doet ontstaan ten aanzien van de nationale waarden. »
Achterhuis: «Je lijkt Paul Scheffer wel!»
Glastra van Loon: «Ik bedoel: mensen moeten zich bewust zijn van de redenen waarom wij hier in Nederland een stabiel gezag hebben, waarom wij onze zingeving vinden in het verzorgen van tuintjes of bezoekjes aan Oibibio. Dat is namelijk niet vanzelfsprekend. Wij hevelen veel te makkelijk beslissingen over naar Europa zonder te weten of het werkt, of er democratische controle op is, maar niemand kan het wat schelen. Door die geestelijke luiheid bekommert niemand zich ook om de ongelijkheid in de wereld. Dat is mijn kritiek op dit soort boeken: geen moment wordt de westerse plundering van de Derde Wereld ter discussie gesteld. De welvaartskloof wordt groter en wij vragen ons af waarom die mensen elkaar de hersens inslaan. Het geweld dáár is mogelijk omdat wij in een luxepositie zijn waarin kritisch denken over de oorzaken van geweld in de wereld verdwenen is.»


Volgens Kaplan kan een stabiele toestand in de wereld alleen worden afgedwongen door de laatst overgebleven supermacht, de Verenigde Staten. De VS moeten de Verenigde Naties overnemen en, zo schreef hij recent op internet, de Navo gebruiken als wereldpolitie. Het alternatief is een verstikkende consensus in de Veiligheidsraad en alle andere VN-organen, bijeengehouden door een zelfgenoegzame diplomatieke elite die effectief optreden tegen het kwaad in de wereld blokkeert. De sluimerende tegenstellingen en conflicten zullen er alleen maar erger door worden. Vroeg of laat ontstaan gewelderupties die niet meer te bedwingen zijn. Achterhuis onderschrijft dat: «Ik ben zeer sceptisch over een zogenaamde wereldregering. Ik geloof niet in de zuiverende werking van geweld zoals Kaplan, maar wel in pluralisme en de noodzaak van openlijke conflicten in een samenleving. Zoals Kant zei: de eeuwige vrede is de vrede van het kerkhof. Dat is de vrede die Kaplan beschrijft: een bewind van goedwillende mensen die elke beweging, elk conflict in de wereldmaatschappij onderdrukken. Ik vind dat je moet vasthouden aan de soevereiniteit van staten die elkaar in evenwicht houden. Er moeten countervailing powers blijven bestaan.»
Glastra van Loon: «Een VN-bewind draagt het gevaar in zich van elke bureaucratie: inertie. Je hebt conflicten nodig, alleen moeten ze niet uitmonden in oorlogen. Het opleggen van ons idee van democratie bijvoorbeeld werkt niet in veel landen. Het leidt tot ontsporingen, daarin heeft Kaplan gelijk. Aan onze democratie is heel wat voorafgegaan. Je kunt geen democratie invoeren als tachtig procent van de bevolking analfabeet is of op de rand van het bestaan balanceert.»
Frijda: «In zo'n situatie ís er helemaal geen oplossing. Er komt óf een foute democratie óf een foute dictatuur.»
Glastra van Loon: «Ik herhaal dat de economie in de discussie over een vreedzame ordening van de wereld moet worden betrokken.»
Achterhuis: «Dat gebeurt wel in de analyse, maar niet in de oplossing. Niemand in Brussel zegt: we gaan ons landbouwbeleid aanpassen vanwege de ellende in Afrika. We zeggen dat we de ontwikkelingshulp beter gaan stroomlijnen, zoals Herfkens vorige week deed. Helaas is het politiek niet haalbaar om tot oplossingen te komen.»
Glastra van Loon: «Wat de Amerikanen nu via de wto willen bereiken, is het versterken van de positie van Amerikaanse bedrijven, het vergroten van de mondiale kloof. Als je dat wilt, moet je je ook niet druk maken over die oorlogen daar. Dan moet je eerlijk zeggen: laat ze allemaal maar de tering krijgen.»
Frijda: «Maar waarom vergen we zo makkelijk van Amerika het opgeven van allerlei voordelen ten behoeve van de rest van de wereld? Je gaat toch ook niet vechten in Afrika als je er niet beter van wordt? Waarom zou je dan een deel van je welvaart afstaan aan Afrika als je er niet beter van wordt? De enige manier om de ongelijkheid op te heffen is dat wij een stuk armer worden. Maar wie wil dat? Jij doet een beroep op een menselijk mededogen en altruïsme dat niet helemaal van deze wereld is.»
«Integendeel», protesteert Glastra van Loon. «Er is veel propaganda voor nodig - bijvoorbeeld in de vorm van reclame - om ons ervan te overtuigen dat wij mensen hebzuchtige wezens zijn. Het is kennelijk niet vanzelfsprekend dat iedereen met een groot huis een nog groter huis wil, dat iedereen voortdurend nieuwe gadgets wil. We zijn altru ïstischer dan we elkaar voorhouden.»
Frijda: «Misschien niet altruïstisch genoeg voor het oplossen van de grote problemen. Maar inderdaad, er is tegenwoordig sprake van een ideologie die de mens slechter voorstelt dan hij is, die appelleert aan onze slechte kanten. Die zijn ook niet zo moeilijk aan te spreken; ieder van ons heeft het in zich de vrouw van zijn naaste te begeren.»
Achterhuis: «In zekere zin jagen we elkaar op: je ziet de begeerte van de ander en daarom begeer je zijn vrouw, zijn spullen. Er zullen altijd nieuwe vormen van schaarste bedacht worden. Wat mij mateloos stoort bij Kaplan is de gedachte dat we tegen slechte mensen ten strijde moeten trekken. Ik zou zeggen dat je die mimetische strijd, die wedijver, ook op andere zaken zou kunnen richten. Het is een beetje geromantiseerd misschien, maar in het Florence van Machiavelli of het Athene van Pericles was wedijver de officiële ideologie, maar dan wedijver om de staat te dienen, de beste te zijn. »
Glastra van Loon: «Het is naar mijn idee vooral een kwestie van ideologie. Het christendom is ons voorgegaan in de afgelopen tweeduizend jaar, al is het een beetje teleurstellend dat we in die tijd niet verder zijn gekomen dan we nu zijn. Maar wij mensen zijn meer dan onze fysieke noden, wij verzinnen grotere verbanden om richting te geven aan ons leven. Het is in zichzelf goed om te streven naar spreiding van kennis, macht en inkomen.»
Achterhuis: «Maar het is niet voldoende om beleid te maken. Mijn richtsnoer is het boek van de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr, Moral Man and Immoral Society. Hij zegt dat dergelijke morele overwegingen wel een rol spelen tussen mensen die je kent, tussen stadgenoten en zelfs landgenoten - er gaan tenslotte 100.000 mensen naar Enschede. Maar er zijn geen voorbeelden bekend uit de wereldgeschiedenis dat collectiviteiten op die manier te werk gaan. Zodra het Constantijnse christendom staatsgodsdienst werd, sprak men van de ‘zondeval’ van het christendom. Toen de bedelorde van de Franciscanen zijn positie moest bevestigen, werd Franciscus opzijgeschoven door handiger mensen. Ik zie die morele overwegingen niet doordringen op politiek niveau. Je moet steeds zoveel mogelijk proberen de moraal in te brengen, maar laat je niet verblinden door idealisme. Door de gedachte dat wij met z'n allen zo goed zijn, de gedachte dat we bijvoorbeeld blij moeten zijn eindelijk humanitair te kunnen optreden in Kosovo, zoals Blair roept. Sinds ik dat boek heb gelezen, heb ik de grootste argwaan zodra een staat beweert dat hij uit idealisme ten strijde trekt. Een regering moet meer doen dan een gevoel van saamhorigheid onderhouden. Het is eigenlijk niet mogelijk om gevoelens institutioneel gestalte te geven. Dan gaan er tegenstrijdige belangen meespelen, groepen kiezers staan tegenover elkaar, enzovoort.»
Glastra van Loon: «Jij zegt dat je die slag naar de politiek niet kunt maken maar dat hebben we hier in het Westen allang gedaan. We hebben gezorgd dat arbeiders een goed salaris hebben en niet meer in houten krotten wonen.»
Frijda: «We hebben ze uit hun krotten bevrijd omdat ze anders de straat op gingen. Uit verlicht eigenbelang.»
Glastra van Loon: «Natuurlijk, daar zat een dosis eigenbelang achter. Maar ook het streven van een Domela Nieuwenhuis, godsdienstige motieven, overwegingen en belangen van allerlei aard. Toch is het idee intussen wel politiek vertaald. Wat misschien nodig zou zijn, is dat wij zoveel last krijgen van het proletariaat uit de Derde Wereld dat het ons komt overspoelen.»
Achterhuis: «Ik geloof er niks van. Dat is een oud argument, al van Tinbergen, dat herverdeling van welvaart een kwestie is van welbegrepen eigenbelang. In die afgelopen veertig jaar is de wanverhouding alleen maar toegenomen. En ik zie helemaal geen gevaar uitgaan van de Derde Wereld, op dezelfde manier als er sprake was van een proletarisch gevaar binnen de nationale staat. Wat hebben mensen in de Derde Wereld voor machtsmiddelen? Stakingen, demonstraties - het zijn middelen die alleen effect sorteren binnen je eigen land.»
Het grote probleem is dus dat de goede neigingen van de mens niet zijn om te zetten in politiek?
Frijda: «Ik denk dat de sterkte van onze drijfveren zoals altruïsme en ego ïsme mede afhangt van de heersende ideologie. Ik kan me een Utopia voorstellen waarin het altruïsme heel sterk is, maar ik weet niet hoe we dat zouden moeten bereiken. En daarbij: zo'n interventie in Kosovo is volgens mij dan wel niet ingegeven door altru ïsme, maar dat hoeft ook niet; je kunt hem ook heel best rechtvaardigen uit eigenbelang.»
Achterhuis: «Soms heb je het geluk dat jouw idealen samenvallen met staatsbelangen, zoals in de Tweede Wereldoorlog. De VS gingen niet die oorlog in om de joden te redden maar omdat Pearl Harbor werd aangevallen, zoals Kaplan terecht opmerkt. Toch waren de VS de 'goeie partij’ in die oorlog.»
Frijda: «Amerika had natuurlijk eerder aan de oorlog kunnen deelnemen uit de overweging dat de mensen die de joden afslachtten vroeg of laat ook Amerikaanse belangen zouden gaan aantasten. Je kunt best een interventie plegen uit eigenbelang die samenvalt met idealen. Je kunt bijvoorbeeld ingrijpen in Kosovo rechtvaardigen met het argument dat je vroeg of laat last krijgt met de Serviërs.»

Een slotvraag: is een wereld zonder oorlog, zonder grote sociale confiicten niet verschrikkelijk saai?
Frijda: «Ik heb het er graag voor over. Ik heb het liever saai dan pijnlijk. Als ik moest kiezen tussen verveling en de veiligheid van mijn kinderen zou ik het wel weten. »
Glastra van Loon: «Zonder maatschappelijke conflicten zou het heel vervelend zijn, al kan ik me niet voorstellen dat die er niet zijn. Maar ik geloof dat niet veel mensen op een elementaire manier plezier beleven aan oorlog en geweld, de meesten zelfs op geen enkele manier. Op het Plein van de Hemelse Vrede ging de strijd ergens om maar het kwam niet bij me op te denken: hé, dit moeten we vaker doen. Ik had dus wel het gevoel dat het ergens om ging maar dat heb ik ook als ik heel goed neuk, dan denk ik ook: dit gaat ergens om. Er zijn toch positievere doelen te bedenken in het leven. Ik vind wel dat het in onze samenleving zelden meer ergens over gaat en daarom beleef ik er maar weinig plezier aan. Maar dat wil niet zeggen dat oorlog nodig is om urgentie aan het leven te geven. Er gebeuren wel eens prachtige dingen in oorlogssituaties, soms beleef je dat ene heroïsche moment - maar er staat zoveel shit tegenover.»
Achterhuis: «Het lijkt me dat er best zonder oorlog te leven valt, maar niet zonder conflicten. Ze kunnen desnoods uit de hand lopen, bijvoorbeeld in de zin dat een demonstrant gedood wordt. Maar een situatie zoals in Orwells Nineteen Eighty-Four, waarin drie wereldrijken elkaar in evenwicht houden en elkaar voortdurend bestrijden teneinde hun eigen burgers te mobiliseren, dat is natuurlijk een vreselijke samenleving.»