Leger, staat en religie in Turkije

Mehmetje marcheert weer

Het Turkse leger waakt tegen de islam. Hoe terecht is dat? Fundamentalisten weten het volk niet of nauwelijks voor zich te winnen. Intussen maakt het leger zich niet populair bij de Europese Unie.

‘Als we marcheerden moesten we marsliederen zingen: “Elke Turk is geboren als soldaat. Met ons bloed verdedigen we Turkije.” Het was vreselijk.’ Ragip Duran, docent media aan de Galatasarai Universiteit van Istanbul, wordt liever niet herinnerd aan zijn diensttijd. Hij is niet de enige. Op een internetforum beantwoorden twee Nederlands-Turkse jongens die al gediend hebben in Turkije de vragen van een lotgenoot die zijn diensttijd in Turkije nog moet vervullen. ‘Legerdienst in Turkije is verschrikkelijk. Vijftien maanden en bijna geen verlof. Telefooncontact verboden, en brieven schrijven mag, maar wanneer komen ze aan?’ schrijft de een. ‘Het is een vreselijke tijd, met slecht eten en een slechte behandeling’, meldt de ander. ‘Maar het hoort nu eenmaal bij het man-worden in Turkije.’

Het Turkse leger telt meer dan een miljoen man en is na het Amerikaanse leger het grootste van de Navo. Vorige week plaatste de Turkse legertop een communiqué op zijn website met de waarschuwing dat men bereid moet zijn het seculiere karakter van de Turkse staat te verdedigen. De reden: premier Recep Tayyip Erdogans gematigd islamistische Partij van Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (akp) had oud-minister Abdullah Gül van Buitenlandse Zaken voorgedragen als presidentskandidaat. Diens vrouw draagt een hoofddoek. De legertop maakte onomwonden duidelijk geen president (in Turkije tevens opperbevelhebber) te accepteren die islam en politiek wilde verweven. ‘Het moet niet vergeten worden dat de Turkse strijdkrachten (…) de absolute verdedigers zijn van het secularisme. Indien nodig zullen zij duidelijk hun opvattingen en acties tonen. Daar hoeft niemand aan te twijfelen’, viel te lezen op de militaire website.

De commandanten beschouwen Erdogans akp als een wolf in schaapskleren die uit is op de islamisering van Turkije. Dat zou een radicale breuk zijn met het gedachtegoed van Mustafa Kemal Pasja, alias Atatürk, Turkije’s vader des vaderlands. Na de stichting van de Turkse staat in 1923 besloot hij eind jaren twintig het landsbestuur te schoeien op westerse leest en bond hij de strijd aan met islam-invloeden in de bureaucratie. Sinds de Tweede Wereldoorlog greep het leger vier keer in om de kemalistische seculiere traditie te waarborgen (zie ‘De coups’). Hoe werkt de macht van het leger? En is de vrees van de seculiere bevolkingsgroepen in Turkije (en daarbuiten) gerechtvaardigd dat het land op het punt staat te veranderen in een soort Iran?

De indoctrinatie begint al vroeg, vertelt de Leidse hoogleraar turkologie Erik Jan Zürcher. ‘In lesboekjes wordt kinderen respect bijgebracht voor Atatürk en het leger. Kinderen zweren een eed op het vaderland en het Turkse bloed. En ze krijgen de mythische Mehmetcik, kleine Mehmet, voorgeschoteld als rolmodel. Mehmet wordt uiteraard soldaat.’

‘Net als alle Turken ben ik opgevoed met groot respect voor militairen’, zegt Ragip Duran. ‘Mehmetcik was ook mijn held. Hij vecht tegen Koerden en Armeniërs. Tot voor kort vocht hij ook tegen Grieken, maar met hen heeft hij minder moeite sinds de aardbeving van 1999 die Turkije en Griekenland trof. Sindsdien is er officieel sprake van verzoening.’ De waardering voor de militairen zit er diep in. De strijdkrachten eindigen steevast bovenaan in enquêtes over de betrouwbaarheid van de Turkse staatsinstellingen.

Op institutioneel gebied heeft het leger veel macht via de Nationale Veiligheidsraad (nvr) die door de militairen werd ingesteld na de coup van 1960. In de nvr vergadert de generale staf om de maand met ministers uit het kernkabinet onder voorzitterschap van de president. Onder druk van de Europese Unie adviseert de legertop de politieke leiders in de nvr tegenwoordig alleen nog over veiligheidsvraagstukken. Erik Jan Zürcher: ‘Maar daaronder valt zo’n beetje alles. Die adviezen in de wind slaan kan grote gevolgen hebben. Het dreigement van het leger op de website moet buitengewoon serieus genomen worden.’

‘Staatsinvloed van het leger kan niet in een 21ste-eeuwse democratie. Zeker niet als die lid wil worden van de Europese Unie’, zegt europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks). Nog in 1992 verklaarde Dogan Güres, de toenmalige chef-staf, trots dat Turkije een militaire staat was. Op aandringen van de EU heeft de nvr een bescheidener rol gekregen. Maar al drie jaar op rij worden de strijdkrachten door de EU gekritiseerd. Afgelopen jaar meldde het Turkey Progress Report dat de strijdkrachten nog steeds veel politieke invloed hadden, en dat dit niet overeenstemde met de democratische praktijk binnen de EU. Commandanten hadden zich zonder toestemming van de politieke leiders uitgelaten over binnenlandse en buitenlandse aangelegenheden. Bovendien bleek een geheim protocol te bestaan dat de militairen het recht gaf ‘binnenlandse veiligheidsoperaties’ uit te voeren zonder de civiele autoriteiten daarin te kennen.

‘Het leger heeft moeite met het EU-lidmaatschap’, zegt Lagendijk. ‘Ze bewaken Atatürks westerse grondhouding en ze werken nauw samen met de Amerikaanse en Europese strijdkrachten binnen de Navo, maar de commandanten weten dat EU-lidmaatschap betekent dat zij een veel bescheidener rol krijgen.’ Sinds oktober 2005 onderhandelen Turkije en de EU over toetreding. De huidige krachtmeting tussen strijdkrachten en politici helpt daar niet bij. De EU heeft het leger vorige week opnieuw flink terechtgewezen.

En hoe staat het met de Turkse islam? ‘De islam is diep verankerd in onze samenleving’, zegt Ragip Duran. ‘Maar de meeste Turken gaan op vrijdag naar de moskee en drinken zaterdagavond een borrel. Iraanse toestanden staan ver van ons af. De akp wilde hoofddoekjes toelaten op universiteiten en ze beloofden het islamitische onderwijs te bevorderen. Er is niets van terechtgekomen.’

Volgens hoogleraar Zürcher is de Turkse islam van oudsher gematigd: ‘Hoogstens tien tot vijftien procent van de bevolking wil meer ruimte voor de islam. En dan moet je niet denken aan de sharia, maar aan het dragen van de hoofddoek.’

Ook het merendeel van Erdogans akp is gematigd. In 1997 werd de fanatiek-religieuze voorloper van de akp door de militairen in een ‘postmoderne coup’ uit de regering gestoten (zie ‘De coups’). Een jaar later werd Erdogan gearresteerd. Hij had op een partijbijeenkomst regels geciteerd van de dichter Asker Duasi: ‘Moskeeën zijn onze barakken, koepels onze helmen, minaretten onze bajonetten, gelovigen onze soldaten.’ De militairen zagen deze dichterlijke brug tussen strijdkrachten en geloof bepaald niet als een toenadering. Erdogan zat vier maanden vast.

Europarlementariër Joost Lagendijk: ‘De akp wil geen tweede Iran stichten. De partij is nu vijf jaar aan het bewind en ik heb de wolf nog niet gezien. Ze wil veel wat ik niet fijn vind, maar ze probeert wel het verstarde Turkse systeem open te breken. De akp wil meer ruimte voor godsdienst in het openbare leven en beseft dat ze ook wat dat betreft belang heeft bij het EU-lidmaatschap. Dat brengt godsdienstvrijheid. Nu is er slechts een streng gecontroleerde soennitische staatsgodsdienst. De vrijdagpreken worden bij wijze van spreken op donderdagmiddag doorgefaxt vanuit Ankara. Andere geloven krijgen nauwelijks ruimte.’

Lagendijk ziet een groeiend besef bij de bevolking dat fundamentalisme noch de rol van het leger past bij de moderne democratie die Turkije wil zijn: ‘In grote demonstraties tegen Erdogan werden spandoeken meegevoerd met leuzen die ook tegen het leger waren gericht. Geen imams, geen leger, was de boodschap. Wij zijn het volk, wij willen zelf beslissen over ons leven.’

Onderzoekers van het Turkse onafhankelijke instituut Tesev speurden naar fundamentalisme in het moderne Turkije en vonden het niet. Eind vorig jaar kwamen ze met hun bevindingen. In 1999 droeg zestien procent van de vrouwen een hoofddoek, nu elf procent. In 1999 vond 41 procent het belangrijk dat er islamitische partijen waren, nu nog maar 25 procent. 33 procent van de Turken zei de opkomst van de politieke islam als grote dreiging te zien. ‘Dat is kenmerkend voor Turkije. Al sinds de stichting van de republiek heerst de angst dat het onnozele volk op sleeptouw wordt genomen door kwaadwillende fundamentalisten’, meent Erik Jan Zürcher.

Ragip Duran: ‘Het is die onterechte angst waar het leger gebruik van maakt om de politiek te intimideren en daarmee zijn machtspositie te behouden.’