Meisjes in tijgerjurken

Ligt het aan de vrouwelijke, al te vrouwelijke actrices? Vijf redenen waarom de kritiek zo gebeten is op ‘Vive Elle’, het debuut van Miriam Kruishoop. ..LE Vive Elle is de eerste lange speelfilm van de jonge Nederlandse filmmaakster Miriam Kruishoop. Kruishoop bewees met een reeks korte films te beschikken over een bijzonder, oorspronkelijk talent. Met een beweeglijke, dwars kadrerende camera zit ze steeds dicht op de huid van haar vooral vrouwelijke, zeer vrouwelijke, acteurs. Over het algemeen worden eerste films van jonge talenten welwillend ontvangen, maar Kruishoop werd direct onder de koude douche gezet. Hieronder een vijftal redenen die dat wellicht verklaren.

  1. Vive Elle werd zoals dat heet gehyped. Dat leek even op een hype-hype: dat een film die nog bijna niemand had gezien al een hype kon zijn, was ook weer goed voor een hype. Het hype-blad Blvd. sprak niet ongeestig over Miriam Kruishype. De ‘gewichtige’ critici Peter van Bueren (de Volkskrant) en Hans Beerekamp (NRC) hebben zich daar zeer aan ge‰rgerd. Alsof het niet juist de taak van de criticus is om het kaf van de hype te scheiden en het koren op zijn merites te beoordelen.
  2. Het visuele talent van Kruishoop lijkt onomstreden. Zelfs Hans Beerekamp moest dat in zijn rancuneuze bespreking toegeven. Maar inhoudelijk zou het erg pover zijn. Dit omdat Vive Elle samengevat zou kunnen worden met de zin: 'Ik wil dat iemand van me houdt, anders ga ik dood.’ Het is maar wat je pover noemt; Goethes Werther zou je ook zo kunnen samenvatten.
  3. Niet dat ik het ergens met zoveel woorden heb gehoord of gelezen, maar onderdeel van het fenomeen Kruishoop is ook dat het hier gaat om een erg mooi meisje. Ze weet ook dat ze minstens zo mooi is als haar actrices, maar wil zelf niet acteren. Hans Beerekamp noemde de actrices van Kruishoop overigens stomvervelende kokette fotomodellen. Erotisch en fotogeniek zou ook een omschrijving kunnen zijn. Bosman schreef: 'In Vive Elle lopen zwaar opgemaakte meisjes met rafelige nepbontjassen, tijgerjurken en wankelende hakken al rokend erg ongelukkig te zijn.’ Wie ongelukkig is, mag er dus niet goed uitzien?
  4. Vive Elle is gedraaid met Franse acteurs in Parijs en dus Frans gesproken. Kruishoop wil helemaal geen film in het Nederlands maken omdat er geen (filmisch) gevoel in die taal zou zitten: 'Nederlands is een vreselijke taal! Voor film, bedoel ik.’ Misschien overdrijf ik, maar je kunt niet uitsluiten dat chauvinisme een van de achterliggende redenen is dat de kritiek zo lauw tot afwijzend reageert. De kritiek behelpt zich toch ook met die stijve en theatrale taal? Wie is Kruishoop dan om zich daaraan te onttrekken?
  5. Kruishoop zou wel eens de geschiedenis in kunnen gaan als de laatste leerling van Frans Zwartjes. De oude meester is zelf diep onder de indruk van het talent van deze springerige tovenaarsleerling. Alles meteen goed, zegt hij over haar beelden. Muziekje erbij, ook meteen goed. Zelf zegt ze 'superveel’ van Zwartjes te hebben geleerd. Dit bewust aanknopen bij de oude zwarte leer van de Haagse meester wordt haar ook al nagedragen, haar stijl wordt omschreven als 'woest-experimenteel’ (NRC), waar je ook zou kunnen zeggen 'modern-clip-achtig’. Je zou kunnen beweren dat hier een jonge filmmaakster het slachtoffer wordt van het humeur van door wel erg veel wol geverfde critici. Maar deze filmmaakster zal onverdroten doorgaan. Haar filmwil is niet te stuiten. De beulen zouden wel eens de slachtoffers kunnen worden als het hen aan een fundamentele welwillendheid blijft ontbreken. Miriam, veel succes.
  6. Voor wie De Groene direct leest: donderdag 5 maart is om 19.30 uur de Groene-film van Kees Hin te zien in het Nederlands Filmmuseum te Amsterdam. Een wolk van Groen is alweer van 1990 en wellicht zijn er jonge lezers die dit curieuze, en als alle Hin-films bij vlagen intrigerende en soms zelfs even briljante document nog niet kennen.
  7. Het fascinerende Salaam Cinema van Mohsen Makhmalbaf draait ook in het Filmmuseum, maandag 9 maart om 19.30 uur. Een fake-documentaire van een schijnauditie die lijkt te gaan over cinehysterie, maar iets wezenlijks prijsgeeft van wat er leeft onder de bevolking van Iran.
  8. Sylvester Countdown is de eerste speelfilm van de jonge Duitse cineast Oskar Roehler. Roehler leerde het vak Christoph Slingensief. Anders dan zijn leermeester blijkt Roehler het niet te zoeken in barok absurdisme, maar in een hard en treurig minimalisme. Een jongen en een meisje verleggen in verveelde lust elkaars grenzen. Zondag 8 maart, ca. 22.45, VPRO, Ned. 3.