Meisjesfantasieen filmlezen

Een meisje op auditie en hoe het haar verging. Hoe ze van meisje nummer 6 van het telefoonseksbedrijf meisje niemand werd. Maar Spike Lee filmde haar te snoeperig.
HET ZIJN TWEE kanten van de medaille: je wilt bewondering en applaus, wat neerkomt op het verlangen naar erkenning, waardigheid en respect. Maar juist in het streven naar aanzien en respect onderga je de ergste vernederingen. Je wordt tot andermans fantasie gemaakt, een object van hun verbeelding, een speeltje in hun vunzige dromen. De weg naar eeuwige roem is bezaaid met de doornen van schande en krenking. Om iemand te zijn, moet je eerst niemand worden.

Dit gegeven is de inzet van Girl 6 van Spike Lee en we zien al in het openingsshot welke worsteling de hoofdpersoon te wachten staat. Ze is een zwarte vrouw, niet zo lelijk als Whoopi Goldberg en niet zo mooi als Naomi Campbell. Ze zit op een kruk in een zwarte jurk met witte balletjes tegen een blauwe achtergrond. Haar haar is strak naar achteren gekamd, haar volle lippen zijn felrood geverfd. Ze heeft een plat voorhoofd en een smalle, kleine neus. Ze houdt een monoloog, naar blijkt voor een auditie. De persoon die haar moet beoordelen, is niemand minder dan Quentin Tarantino, een van Hollywoods machtigste droomproducenten van het moment. Hij onderbreekt haar: ‘Kun je zingen?’
Het meisje schrikt. 'Ja’, zegt ze, 'maar zal ik eerst mijn tekst afmaken?’
'Niet te veel praten’, snauwt Tarantino, 'je moet luisteren. Ik zoek een zwarte vrouw waar de sensualiteit van afdruipt, laat dat eens zien, keer je om, heel langzaam.’
Ze doet het en ze zegt: 'Als je mij kiest voor de rol, heb je alles. Ik kan zingen, dansen en acteren.’
'Niet te veel kletsen’, zegt Tarantino. 'Trek je jurk uit, ik wil je borsten zien.’
Het meisje kijkt verbaasd. 'Ik wist niet dat ik voor deze auditie…’
'Niet zeuren’, roept Tarantino, 'we zijn hier professionals onder elkaar. En als je er problemen mee hebt, ga je maar. Buiten staan nog vele anderen te wachten.’
Ze knoopt haar jurk los, trekt schuchter de ene hand uit de mouw, dan de andere, en ontbloot haar borsten. De gebeurtenis zien we als het ware door een videocamera en de kijker wordt herinnerd aan de bekende scene in Alan Parkers Fame, waarin Irene Cara na een zware opleiding aan de toneelschool tot de ontdekking komt dat roem alleen bereikt kan worden als je bereid bent je te onderwerpen aan de wensen van de kleinste tot de grootste machthebbers uit de show-business. Maar de hoofdpersoon uit Girl 6 barst niet in tranen uit. Ze bedenkt zich, trekt haar jurk weer aan en loopt weg, langs een lange rij jonge zwarte vrouwen die maar al te graag bereid zijn andermans fantasieen te bevredigen.
Van iedereen krijgt ze te horen dat ze niet goed bij haar hoofd is. Haar agent verbreekt de band met haar en ook haar dramalerares besluit haar niet langer te bege leiden. Natuurlijk is het vreselijk om je tieten te laten zien, 'but make it art!’ roept ze haar toe.
Hierna meldt de hoofdpersoon zich als figurante in een film en met een heel leger bijfiguren staat ze in zomerkleding terwijl het buiten vriest. 'Laat er niets meer fout gaan’, brult de regie-assistent door de megafoon, 'wie ook maar even rilt of bibbert vliegt eruit.’
'Mag ik even naar de wc?’ vraagt ze. Ze wordt uitgefoeterd. Natuurlijke behoeften zijn nu eenmaal ondergeschikt aan de kunst.
Ze verdient de kost met het uitdelen van brochures en als wc- dame in een disco, en onderweg naar huis in de ondergrondse zien we haar advertenties in de krant omcirkelen waarin gevraagd wordt naar dames voor telefoonseks. 'Meet the fantasy girl of your dreams’, zeggen twee beeldvullende rode lippen, waarop de sollicitatieprocedure begint. Van de een krijgt ze te horen dat ze misschien te jong is voor het vak, de ander wil haar verleiden tot het opvoeren van peepshows ('Het is eerlijk, fatsoenlijk werk, je hoeft alleen je borsten te laten zien’) en de derde mevrouw bij wie ze zich meldt is Madonna. Die heeft een piepklein bijrolletje, net als Quentin Tarantino overigens, en in een latere scene ook Naomi Campbell.
ZE KUNNEN NODIG zijn geweest voor de reclamecampagne van de film, maar misschien schuilt er meer achter: Madonna, Tarantino, Naomi Campbell en Prince, die de achtergrondmuziek verzorgt - ze zijn fantasiefiguren die zelf ook fantasieen produceren. Ze vertegenwoordigen een wereld waartoe miljoenen jonge mensen willen behoren, zonder dat die zich realiseren hoeveel pijn en leed je moet ondergaan om te komen waar de sterren zijn. Ze blijven maar dromen, die jongeren, soms groots en vruchteloos, soms kinderlijk en mal. Zoals Jimmy, de buurjongen van de hoofdpersoon, gespeeld door Spike Lee zelf: hij verzamelt foto’s van sportfiguren met hun handtekeningen, die volgens hem over twintig jaar een fortuin waard zullen zijn. Maar intussen is hij een 'broke motherfucker’ die geld wil lenen bij de hoofdpersoon om zijn huur te betalen.
'Girl 6’ zal ze heten in het bedrijf waar ze wordt aangenomen en ze krijgt eerst een opleiding: hoe je een transseksueel speelt, een meesteres, een willig buurmeisje. Vooral luisteren en nooit veroordelen, op alle perversiteiten reageren alsof ze zo alledaags zijn als een vriendelijke knik. 'En denk erom’, zegt de bazin, 'denk er vooral om dat je doorgaat voor een blanke vrouw. Tenzij de klant uitdrukkelijk vraagt om een zwarte.’
Haar eerste klant is een man uit Texas die haar vraagt om haar borsten (maatje double-double-D) voor zijn gezicht te schudden tot hij een orgasme krijgt. De volgende heeft een huisvrouwfantasie: hij wil dat ze op handen en voeten de vloer dweilt terwijl hij haar van achteren neemt ('a womans work is never done’). De derde komt klaar bij het horen van haar boodschappenlijstje, en weer een ander wil eigenlijk alleen maar praten over zijn moeder die aan kanker lijdt. Deze laatste heet Bob, en met hem voert ze steeds langere gesprekken. Haar collega’s waarschuwen haar dat ze niet verslaafd moet raken aan die telefoontjes en ze zeker niet aangenaam moet beginnen te vinden. Maar dat is precies wat er gebeurt. Aan Jimmy onthult ze dat ze het prettig werk vindt en zelfs een lekkere sensatie voelt bij de bizarriteiten. 'En je carriere als actrice dan?’ vraagt Jimmy. 'Telefoonseks is acteren’, zegt het meisje, waarmee duidelijk is geworden hoezeer haar droom van weleer is verschrompeld.
Haar hoop op faam en glorie is vervlogen, ze stort pijlsnel in de diepte van de naamloosheid, het niemand-zijn, ze is een onwaardig, onbeduidend en onbetekenend wezen dat andermans behoeften bevredigt en verder kan worden genegeerd. Dit wordt verbeeld met behulp van het verhaal dat ze op televisie volgt over een achtjarig meisje uit Harlem dat van zes hoog in de schacht van de lift viel en zwaar gewond in het ziekenhuis ligt. Het beeld van de val in de schacht komt steeds terug, telkens als ze gewezen wordt op de nietigheid en onbelangrijkheid van haar leven. Als ze bijvoorbeeld aan haar ex-vriend vertelt wat voor werk ze momenteel doet, waarop hij haar later op de avond in een donkere steeg trekt en haar hand in zijn broek stopt. Of als ze sigaretten gaat kopen bij een Indiase winkelier die haar voorstelt om eens samen te gaan vissen en zo niet, nu meteen met hem naar de achterkamer te gaan. Iedereen laat haar weten dat ze niemand is en geen respect verdient en om de paniek te weerstaan, fantaseert ze erop los: dat ze Carmen Jones is, in de gelijknamige musical, en hartstochtelijk wordt bemind. Of dat ze Foxy Brown heet in de blaxploitation movie van de jaren zeventig, die al haar belagers met zwaaiende karatetrappen buiten westen slaat.
Slechts een persoon waardeert haar nog: de telefoonvriend Bob, aan wie ze intussen haar prive-nummer heeft gegeven en die haar ontzettend graag wil ontmoeten. Op een bank op een verlaten boulevard tegenover een leeg strand en een gesloten kermis zit ze in een zwart mantelpakje met een dunne sjaal om haar hals te wachten op Bob. De camera laat ons de meeuwen zien, het wapperen van haar sjaal, haar diepzwarte ogen en haar lange wimpers. Ze wacht. En wacht. Dan komt eindelijk een net geklede blanke man voorbij, in slow motion gefilmd. Ze kijkt op, glimlacht en zegt: 'Bob.’ De man kijkt haar even aan en loopt verder, niet reagerend op haar geroep. Ze was vergeten dat ze door de telefoon had gedaan alsof ze blank was.
NU WEET ZE HET. In de werkelijkheid is ze niemand. En zwart, dus nog minder. Maar door de telefoon is ze een opwindende fantasie, haar stem kan verborgen behoeften bevredigen, ze is een tovenares die mannen op afstand kan prikkelen, dromen waar kan maken, levens van vreemden kan beinvloeden. Maar omgekeerd beinvloeden die vreemden ook haar leven. Ze raakt verslaafd aan de gesprekken, ze krijgt steeds meer behoefte aan de telefoontjes, ze vraagt aan de centrale om zo veel mogelijk klanten door te verbinden. Als de telefoon stil valt, wordt ze radeloos. Steeds dieper dringen die anonieme stemmen in haar leven, en langzaam worden de stemmen minder anoniem. De gesprekken zijn niet meer zakelijk, maar persoonlijk: 'Herhaal, ik ben een slet’, fluistert een man door de telefoon. 'Ik ben een slet’, zegt ze snikkend, 'maar ik hou van je.’
'Godverdomme, speel geen toneel!’ gilt de man. 'Ik ben degene die hier fantaseert, niet jij, begrepen!’
Maar ze blijft zeggen dat ze van hem houdt, waardoor het niet meer duidelijk is of ze meespeelt dan wel meegesleept wordt. Dan maakt de man bekend dat hij weet waar ze woont: 'Ik kom nu langs, doe een zak over je hoofd en geef je een flinke beurt’, waarop ze haar huis ontvlucht en bij haar buurman Jimmy bescherming zoekt. Die blijkt de enige echte vriend te zijn die ze heeft en ze besluit dit leventje en deze stad vaarwel te zeggen. Ze gaat naar Hollywood, om haar vroegere ambitie na te streven. We zien haar weer tijdens een auditie, we horen haar dezelfde monoloog uitspreken als aan het begin van de film, maar ook de regisseur in Hollywood wil dat ze haar bloesje uittrekt, wat ze weigert. Ze wandelt weg, over Hollywood Boulevard, langs het Chinese Theater, waar de film Girl 6 draait, terwijl Prince zijn prachtige ballad inzet: 'Sometimes it Snows in April.’
Als nu de indruk is gewekt dat Girl 6 van Spike Lee een goede, of zelfs maar een aardige film is, is dat onjuist. Spike Lee heeft het mooie scenario van Suzan-Lori Parks letterlijk kapotgefilmd, door alles in beeld te brengen met een snoeperige, gulzige camera. De scene van de blote borsten bijvoorbeeld, die de vernedering op de weg naar roem moest uitdrukken, is door Irene Cara in de film van Alan Parker veel navoelbaarder en aangrijpender neergezet: ze had een mager lichaam en kleine, onvolgroeide borsten, ze boog haar rug als wilde ze haar schaamte bedekken, maar ze hield haar schouders recht omdat ze besefte dat ze een machteloze prooi was. Haar tranen waren ontroerend en de kijker vond de blik op dit blote meisje genant en weerzinwekkend.
Maar Theresa Randle, die de hoofdrol speelt in Girl 6, bleek juist een welgevormd lichaam te hebben, met volmaakt symmetrische, parmantige borsten. Het zachte licht kleurde haar huid goudbruin, door het contrast met de blauwe achtergrond kreeg ze een warme uitstraling en de kijker kon niet anders dan verlekkerd kijken en afgeleid raken van het gevoel dat hier werd uitgebeeld. Ook in de rest van de film is de vernedering vlak en vormelijk gepresenteerd en de val in de schacht van de lift is een te makkelijk symbolisch foefje om de kijker echt te raken.
Suzan-Lori Parks is een toneelschrijfster en ik kan me voorstellen dat op het toneel de erotische mogelijkheden van het verschijnsel telefoonseks op een spannende manier kunnen worden benut: de persoon die opbelt is een mysterie, want alleen een stem, een adem, een doordringend gehijg, het is seks met een onzichtbaar wezen. Maar Spike Lee bracht de opbellers domweg in beeld, waardoor de spanning verdween.
Mannen achter hun bureau of op een balkon, met uitzicht op een zandbak en een spelend kind. Het erotische gehalte werd hierdoor vervangen door een moreel oordeel, omdat de kijker de opbeller kennelijk onbehoorlijk of belachelijk moet vinden. Ook de oeroude waarheid dat seks zich niet tussen de benen maar tussen de oren afspeelt, een zo voor de hand liggend gegeven voor een film over telefoonseks, heeft Spike Lee door zijn handen laten glippen. De fantasieen van de opbellers hadden namelijk geen enkel niveau, ze waren geen banale hijgers en ook geen verfijnde verhalenverzinners die onmogelijke standjes in onmogelijke situaties bedachten, of perverse attributen erbij haalden. De borstmaten waren hun genoeg en dat is flauw.
DAT SPIKE LEE een lichte, humoristische film wilde maken is daarvoor geen excuus. In de eerste plaats leent zo'n verhaal zich helemaal niet voor een komedie. Een verschijnsel als eenzaamheid en gevoelens van verlatenheid en nutteloosheid zijn net iets te zwaar en te complex om ze af te kunnen doen met kleine suggesties, zoals een helverlichte tunnel van de ondergrondse waar de hoofdpersoon door loopt om naar huis te gaan. De hoofdpersoon is eigenlijk te weinig in een context geplaatst, we weten niet waar ze vandaan komt, welke verwanten ze heeft en welke banden ze in het verleden heeft verbroken, waardoor ze wel 'alleen’ bleek te zijn, maar daarom nog niet eenzaam of verlaten. En omdat we haar verleden niet kennen, zijn we ook niet echt nieuwsgierig naar haar toekomst, wat voor een film over het onvervulbare verlangen naar roem en respect tamelijk fataal is.
Het mislukken van de film ligt vooral aan de stijl van Spike Lee, zoals hij die in al zijn films hanteert: hij bouwt zijn scenes niet zorgvuldig op en maakt ze niet netjes af, met als gevolg dat de verliefdheid op de figuur van Bob als een donderslag bij heldere hemel komt, of de verontrusting over de opbeller die haar keer op keer 'Ik ben een slet’ laat zeggen, niet overtuigt.
Het is een algemeen probleem van Spike Lee. Hij wil niet overtuigen maar imponeren. Bij sommige films, grote raciale drama’s als Do the Right Thing en Malcolm X, werkt dat wel. Maar bij een klein menselijk verhaal als Girl 6 is zo'n houding niet voldoende. Kleine verhalen zijn nu eenmaal moeilijker te vertellen dan grote.