Lucia di Lammermoor

Meisjesnachtmerrie

De belcanto-opera Lucia di Lammermoor uit 1835 geldt als een regelrechte, ouderwetse theaterdraak, maar met prachtige aria’s, ensembles en muziek van de Italiaanse componist Gaetano Donizetti (1797-1848). Het is de verdienste van de Nederlandse regisseur Monique Wagemakers dat we in de Lucia-voorstelling uit 2007 die nu bij De Nationale (voorheen: Nederlandse) Opera wordt hernomen, herkenbare mensen zien in ingewikkelde maar heldere en vaak aangrijpende relaties.

Medium opera

Dat is Monique Wagemakers gelukt door de hele handeling te situeren in de meisjesslaapkamer van Lucia en vooral op en om haar bed, dat steeds van karakter verandert: jongemeisjesbed, huwelijksbed, doodsbed. Overal daaromheen liggen half kapotte poppen die op een Lucia in ontbinding lijken: decor Frank Philipp Schlössmann, kostuums Rien Bekker, de fabelachtige belichting was van de onlangs overleden Reinier Tweebeeke.

Daardoor zien wij de dramatische gebeurtenissen geheel door de ogen van het jonge meisje. We beleven het bloedstollende verhaal vooral als haar nachtmerrie. De somber geklede mannen die haar kamer brutaal binnendringen, soms met een gigantische zwartleren bank, en die haar dwingen tot een liefdeloos huwelijk. Het nieuwsgierige, donkere koor, dat haar van buitenaf beloert en vervolgt en dat tegelijk griezelt en geniet van haar waanzin, autodestructie, geweld en zelfmoord.

De opera is gebaseerd op de roman The Bride of Lammermoor van de Schotse romantische schrijver Sir Walter Scott. Dit boek was al direct bij verschijnen in 1819 zo populair dat er onmiddellijk in binnen- en buitenland vele toneel- en operabewerkingen verschenen, waarvan alleen de Italiaanse opera van Donizetti de tijd heeft doorstaan. Het lot van een meisje dat gek wordt omdat zij niet met haar geliefde mag trouwen en dat vervolgens haar bruidegom van wie zij niet houdt in het huwelijksbed doodsteekt, doet het blijkbaar beter in operavorm, mede dankzij de beroemde waanzinaria, waarin Lucia meestal wordt begeleid door een dwarsfluit, maar hier, zoals oorspronkelijk door de componist bedoeld, door een vreemd instrument, een glasharmonica (bespeeld door specialist Philipp Alexander Marguerre), dat een etherisch, tegelijk griezelig en wonderschoon geluid maakt.

Vergeleken met 2007 zijn bijna alle zangers nieuw en het is knap dat ze allemaal zeer geloofwaardig acteren en diepte aan hun rollen geven. Jessica Pratt is een geloofwaardige Lucia, naïef en toch sterk in haar wanhoop. Marco Caria is als haar broer Enrico niet alleen boosaardig, maar ook doodsbang. Haar geliefde Edgardo, Ismael Jordi, is soms even ruw en gewelddadig als de andere mannen. Alastair Miles is, net als zeven jaar geleden, een indrukwekkende geestelijke, de vertrouwensman van Lucia, maar ook een engerd die zijn handen niet van haar en haar poppen af kan houden.

Muzikaal vond ik deze voorstelling niet voor de volle honderd procent bevredigend. Het Koor van de Nationale Opera is schitterend op dreef zoals altijd. Het Nederlands Kamerorkest speelt welluidend, maar dirigent Carlo Rizzi neemt de tempi wel heel erg rustig. Sommige van de zangers schieten af en toe uit op een manier die wel bij de hysterische karakters past, maar niet helemaal thuishoort in een belcampo-opera.

Maar vooral voor wie een zeer geliefde opera in een verrassend overtuigende hedendaagse versie wil zien, is deze Lucia di Lammermoor zeer de moeite waard.


Lucia di Lammermoor van Gaetano Donizetti, t/m 6 april in de Stopera, nu herdoopt in Nationale Opera Ballet, Amsterdam.

Beeld: Marco Caria, Jessica Pratt en Alastair Miles in Lucia di Lammermoor (Baus).