Meisjessnoetjes

Een tijdlang hing er een werk van Teun Hocks in onze woonkamer. Hocks fotografeert zichzelf vaak in zelfgebouwde studio’s, waarna hij de foto op groot formaat afdrukt, en dit vervolgens weer beschildert. Zijn onderwerpen zijn altijd absurdistisch, een beetje à la Magritte, maar dan minder cerebraal, minder schematisch, er zit meer atmosfeer in, meer humor ook, vaak ook tragiek.

Het werk bij ons thuis bijvoorbeeld was een raam, vanuit een kamer gezien, waar een paraplu onder staat. Buiten staat een man in de regen. Hij staart naar binnen.

In die jaren dat het boven de schouw hing is de betekenis ervan me steeds nét niet duidelijk geworden. Dat betekent dat het goed is. Er zit, net als in zijn andere geënsceneerde werken, iets tragisch in. Een man die z'n paraplu binnen handbereik heeft, een man die zijn attributen verliest op wegdrijvende ijsschotsen - een koffer, een hoed, een paraplu -, een trommelaar die uitgeput neervalt in een landschap.

Op een gegeven moment begonnen Hocks’ werken op te treden op de covers van de Nederlandse vertalingen van de werken van de Italiaan Sandro Veronesi. Dat paste verrassend goed, als je het tot je door liet dringen. Je kunt natuurlijk nooit een beeldend kunstenaar zomaar op een schrijver schroeven, maar er was een onmiskenbare verwantschap, zowel in thematiek - de mens die geplaatst is in een chaotische, raadselachtige, maar toch mild-humoristische wereld - als in techniek - de aandacht voor het procedé, voor details, de liefde voor ingenieuze constructies.

De nieuwe roman XY stond in de aanbiedingsfolder afgebeeld als een mooie aanvulling op de Hocks-reeks: een man staart omlaag naar de reusachtige voetafdruk waar hij in staat, ter grootte van een kinderzwembadje. De lucht is grauw, op een okeren kier bij de horizon na.

Toen het boek in de winkel moest liggen, ben ik ernaar op zoek gegaan. Niks. ‘Is de nieuwe Veronesi nog niet binnen?’ 'O, jawel hoor’, zei de verkoopster en ze voerde me mee naar een hoge stapel met op de covers roodgestifte meisjeslippen die hun best deden het geheel een zo geil en hitsig mogelijke uitstraling te verlenen. Haren wapperden woest door het beeld. Het kon niet missen, de eigenares van al die mooie spullen stond op het punt om hard genomen te worden, zo dit niet buiten beeld reeds gaande was.

Als het nu zou klóppen, als XY inderdaad een soft- (of van mij mag het best hard-) pornografisch tussendoortje was (maar er komt hoegenaamd geen seks in voor, wat niet het enige manco van het boek is), dan nóg ben ik erdoor teleurgesteld.

Het boek heeft als wat onbevredigende thematiek dat er nu eenmaal dingen gebeuren die onbevredigend zijn, altijd een raadsel zullen blijven voor alle takken van wetenschap en zielskunde. Het is een radicale anti-thriller, waarvan de raadselachtige moord niet opgelost wordt. Dat is op zichzelf nog niet zo'n probleem - voor opgeloste moorden kunt u, evenals voor pornografie, uitstekend elders terecht -, maar het raadsel wordt evenmin vergroot. Enfin, het is een mislukt boek. Kan gebeuren. De man heeft twee à drie boeken geschreven die meesterlijk zijn, dus we lullen er niet meer over. Evenmin als over dat rare baardje dat hij heeft laten groeien blijkens de achterflapfoto, maar dat hij, zo zag ik laatst in een hotel in Brussel waar hij aan een ontbijttafeltje naast het mijne zat, godzijdank weer heeft afgeschoren.

Maar waarom is dat omslag ineens veranderd? Juist die grote voetafdruk past uitstekend bij de inhoud van XY. In elk geval past het oneindig veel beter dan die rode lippen. Waarom verkoos de uitgever die boven Teun Hocks? Omdat hij ook door had dat het een mislukt boek is en daarom maar een paardenmiddel - het geile meisjessnoetje - uit de kast trok in de hoop nog iets te redden?

Of omdat dit nu eenmaal is hoe Italiaanse boeken verpakt moeten worden, sinds het 'succes’ (dat wil in boekenkringen altijd zeggen: de onvoorstelbaar grote verkoop) van De eenzaamheid van priemgetallen. Je ziet ze overal: De geschiedenis van mijn puurheid, Deze laatste zomer, Jij bent mijn schat… Het regent Italiaanse boeken met geile meisjessnoetjes.

Wat er jammer aan is, is dat de lezers die op die manier naar Veronesi gelokt worden bij lezing terecht het gevoel krijgen dat ze in het o'tje zijn genomen (of een ander daartoe niet primair bestemd lichaamsdeel), en dus ook geen uren van hun schaarse levenstijd zullen besteden aan het betere werk van Sandro Veronesi.

En dat kleine groepje van serieuze potentieel hartstochtelijke Veronesi-lezers jaag je bij hem vandaan door die wapperende haren op de cover. ('Hmm, dat zal wel weer neuken geblazen zijn.’) Die cover stelt het grote publiek teleur en jaagt het verfijnde publiek weg. Tragisch, maar ook wel komisch. Zoiets als die man in de regen die naar de paraplu binnen staart.