Melancholische melange

Voor Arman waren in de jaren zestig traditionele middelen als het schilderij uitgeput. Daarom ging de nieuw-realist over op koffiemolens.

De slank ogende vitrine, met ribben van mat messing, werd volgestort met oude koffie­molens. Die waren van hout. Bovenop was de slinger gemonteerd op een halve bol van metaal waarin ook een schuifje zat waardoor de koffiebonen naar binnen gingen. Boven in dat kistje bevond zich het mechanisme en daaronder het laatje waarin de gemalen koffie werd opgevangen. Om kracht te kunnen zetten en stevig aan de slinger te kunnen draaien, moest de vrouw het ding stevig tussen de knieën klemmen. Het onvergetelijkst is dat tafereel in 1935 geschilderd door de schilder Jean Brusselmans uit Dilbeek. In het schemerdonkere schilderij La cuisine zit zijn vrouw op een rechte stoel naast het fornuis. Ze kijkt voor zich uit zonder iets te zien, en maalt de koffie. In mijn herinnering zat mijn grootmoeder zo met de molen tussen haar benen. Zelf hadden wij thuis, vlak na de oorlog, al iets moderners. Het mechanisme van het apparaat was hetzelfde, maar zat in een langwerpige behuizing die, naast de deur van de kelderkast, vast op de muur was geschroefd. De slinger bovenin aan de voorkant, bovenop de klep voor de bonen, onderin het laatje. Nog ruik ik de pikante geur van de versgemalen koffie.

Maar nu gaat het over Combien de marins, combien de capitains, een vroeg werk van Arman – een assemblage (heette dat toen) in een vitrine van ongeveer honderd van die koffiemolens die hij op Parijse rommelmarkten bij elkaar heeft gezocht. De vitrine zelf heeft hij zeker ook ergens gevonden. Je ziet ze nog wel eens in banketbakkers waar ze gebruikt worden om vrij van vliegen gebak te etaleren. Nu zijn dat gekoelde kasten van glimmend roestvrij staal. Misschien laat ik me meeslepen door herinneringen, maar wat is daar mis mee? Kunstwerken zijn vaak melancholiek van stemming. Als ze zich zoals meestal op de wijze van het realisme uitdrukken (hoe dubbelzinnig ook), komt hun figuratief materiaal uit wat in de wereld bestaat – dingen met een verleden en dus verweven met sentiment. Wat in de toekomst zal komen, bestaat nog niet. Zelfs abstracte kunstwerken zijn van sentiment niet vrij. Want is niet de ambitie van Mondriaan om met wat hij Nieuwe Beelding noemde iets te schetsen van een nieuwe mens in een nieuwe wereld, eigenlijk ook aandoenlijk?

Arman maakte, met anderen als Yves Klein en Martial Raysse, deel uit van een groepering die zich Nouveau Réalisme noemde. In 1960 verscheen hun manifest dat geschreven was door de drukke, goedlachse criticus Pierre Restany. De traditionele middelen (zoals het schilderij) waren uitgeput, vonden zij, en zonder zeggingskracht. De wereld zelf en de werkelijke dingen daarin moesten de materialen in hun kunst worden. Vandaar dus de vitrine met koffiemolens. Dat ding zette zich af tegen de peinture informelle die in Parijs een sleur werd (abstracte dromerij) en natuurlijk tegen het dominante surrealisme. Maar de poëtische suggesties van de titel, een regel uit een gedicht van Victor Hugo (Oceano Vox), blijven wel nog hangen in de assemblage. De opeenhoping van de koffiemolens is, zei de kunstenaar, bij toeval ontstaan. Dat kan zo zijn: maar we zien toch de losse vormgeving van een schildershand. En vooral ook, als vanzelf opgekomen, de afwisseling van de bruine tinten waarvan de schoonheid teruggaat tot minstens de bijna monochrome, kubistische stillevens van Braque en Picasso.

Ik bedoel: als je concrete voorwerpen als koffiemolens gebruikt, moet je ze wel stapelen en ordenen. In dat proces blijven bij de kunstenaar zijn esthetische instincten in het hoofd spelen – dat wat hij mooi vindt. Vergelijk de rommelige koffiemolens met, bijvoorbeeld, hoe in 56 Barrels van Christo de olievaten zijn gestapeld. Alleen al die droge titel geeft het strikt feitelijke karakter aan van dat werk. Omstreeks 1963 sloot de kunstenaar zich bij Nouveau Réalisme aan omdat hij hun ideeën deelde. Maar kort daarop trok hij (uit Bulgarije afkomstig) uit Parijs verder naar New York, waar hij bleef. Daar trof hij pop art aan en minimal art. In de vormgeving van deze stapeling van olievaten kreeg hij met die Amerikaanse vormgeving te maken. Op een sokkel is eerst een vierkant blok van 32 vaten neergezet (4 x 4 en 2 vaten hoog), daarop een vierkant van achttien vaten (3 x 3 x 2) en daar weer bovenop staat een rechthoek van zes kleinere vaten (2 x 3), met dien verstande dat de laatste dwars erbovenop ligt, als een punt. De vaten zijn helder geschilderd waarbij rondom de horizontale banden zijn gevolgd. Je ziet wat je ziet. Er zijn geen verborgen gedachten in dit werk – geen andere tenminste dan die je zelf verzint. Het is gewoon een stapeling, maar het ding, dat geen sculptuur is, staat daar discreet en statig tussen de bomen. Het klopt.


PS Wat betreft Brusselmans verwijs ik naar de catalogus Jean Brusselmans, verschenen bij het Kunstmuseum aan Zee in Oostende. Het schilderij met de koffiemolen is daarin nummer 20