Klikken hoort niet, maar we doen het wel

Meldpunt.nl

Iedereen kan tegenwoordig een ander per melding belasteren en anoniem aangifte doen van een illegale dakkapel of te vroeg buitengezet huisvuil. Wat nog ontbreekt is een meldpunt voor kwalijke meldpunten.

Medium klikklikklik

KLIKKEN hoort niet, leren we onze kinderen. Klikken is achterbaks.
Wie kritiek heeft op een ander moet zijn bezwaren openlijk of vertrouwelijk aan die ander kenbaar maken of anders maar liever zijn mond houden. Klikken is vragen om valse beschuldigingen, nare misverstanden en stiekeme wraakacties. Of het nu gaat om lawaaierige Poolse gastarbeiders, frauderende bijstandsmoeders of bezitters van agressieve honden - je geeft ze niet anoniem of quasi-anoniem aan, je spréékt ze aan. Als dat niet werkt dien je desnoods een klacht in, maar dan wel openlijk zodat de betrokkene weet tegenover wie hij zich te verantwoorden of te rechtvaardigen heeft.
Wij Nederlanders denken graag dat we rechtdoorzee zijn. Die veronderstelde consensus werd in 1994 verwoord door Pieter Ippel en Bart Crouwers van de Registratiekamer toen zij in Trouw schreven dat klikken een nationaal taboe was: ‘Klikken is familie van verraad en gedijt in een atmosfeer van vertrouwen en heimelijkheid.’ Tot zo ver de theorie. In de praktijk loopt er een wirwar van meld-, klik- en klaaglijnen door het Nederlandse landschap. En in die praktijk gaan reguliere meldingen (van, pakweg, stankoverlast of een kapot wegdek) naadloos samen met de kwalijkste anonieme verklikkerij van vermeende steunfraude, criminaliteit of verzekeringsfraude.
Naast de officiële meldpunten bestaat er ook een complete huisindustrie van particuliere klaag- en tiplijnen, waarbij de melder maar moet afwachten wat er met zijn bericht gebeurt en of zijn personalia al dan niet bekend worden gemaakt. Nederland heeft meldpunten voor boze homo’s, verlegen hetero’s en moederloze pups. Meldpunten voor knellende regels maar ook voor miskende handhavers van die knellende regels. Meldpunten voor goede daden, slechte fietspaden, besmettelijke ziekten, sms-fraude, bedreigd erfgoed, agressiemeldpunten, visserijfraudemeldpunten en katten-, wandelaars- en hadj-meldpunten. Men meldt in Nederland ook de tekortkomingen van elkaars meldpunten. Zo heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg meldpunten voor ouderenmishandeling, gehandicaptenzorg en kindermishandeling, terwijl het consumentenprogramma Tros/Radar op zijn beurt een meldpunt heeft voor kwesties die de Inspectie voor de Gezondheidszorg laat liggen.
Soms blijken meldpunten een tweesnijdend zwaard te zijn. Dat merkt niet alleen Geert Wilders die met zijn meldpunt voor overlast door Oost-Europeanen een tsunami van imitaties heeft opgeroepen, van anti-PVV-meldpunten tot en met het Meldpunt Waardevolle Gezelligheid van rapper Mr Polska waar je anoniem je positieve ervaringen met Oostblokkers kwijt kunt. Tegenover de eerste opbrengst van de PVV-site (veertigduizend meldingen) staan nu al tweeduizend meldingen bij de bekende instellingen wegens discriminatie van Polen of Oostblokkers. Het wachten is op een straf- of aanklacht zodat Geert Wilders zijn tweede politieke proces tegemoet kan zien.
Een vergelijkbaar effect deed zich voor bij de antirokersstichting Clean Air Nederland die vorig jaar op haar website een zwarte lijst aanlegde van horecagelegenheden waar al dan niet in weerwil van de wet gerookt wordt. De lijst is gebaseerd op meldingen van donateurs en aanhangers met een fijne neus voor illegale rook. De webpagina is echter een handige checklist gebleken voor rokers die eruit kunnen opmaken dat men in eetcafé ABC'tje te Abcoude of in de Barracuda Bar in Sint-Willebrord nog ongehinderd kan opsteken. Als extra service geven sommige melders ook aan welk protocol men in het etablissement volgt bij antirookcontroles. Café De Dikke Mug in Hazerswoude bijvoorbeeld is 'nog nooit rookvrij’ geweest, aldus de meldster: 'O ja, één keer dan: toen er controle onderweg was. Snel ff de asbakken naar buiten en na de controle weer verder paffen binnen.’ Hoe men ook denkt over roken, dit bijverschijnsel kan niet de bedoeling van de makers van de lijst zijn.

NEDERLAND heeft op dit gebied een zekere traditie, al is het klikken hier nooit zo wijdverbreid geweest als in vroegere of hedendaagse dictaturen als de voormalige Duitse Democratische Republiek, waar naar schatting een derde van de bevolking de overige twee derde bespiedde in opdracht van de autoriteiten.
Een dieptepunt in ons eigen land was de Tweede Wereldoorlog. Onder de 1342 verraders die na de oorlog door de bijzondere rechtspleging werden veroordeeld, bevonden zich naast spionnen en infiltranten ook ordinaire verklikkers. Mensen die per briefje of telefoontje hun joodse kennissen, echte of vermeende verzetslieden dan wel onwelgevallige buren aangaven bij de Duitse autoriteiten. Bijna de helft van deze verklikkers was vrouw, een veel hoger percentage dan bij alle andere misdaden gepleegd in oorlogstijd. Opvallend is ook dat veel echtgenoten elkaar aangaven, doorgaans als wraakneming voor overspel of ander liefdesleed. De bijzondere rechtspleging stelde zich lijdelijk op als het ging om verklikkers. Ze werden niet actief opgespoord want daarvoor had justitie het te druk; de massa van 'kleine’ verklikkers ontsprong dus de dans. Het ware aantal moet in de tienduizenden hebben gelopen. De meesten waren geen nazi’s of NSB'ers maar 'gewone’ Nederlanders die uit domheid, wraakzucht of persoonlijke frustratie klikten. Het kwam echter ook voor dat mensen zichzelf of hun geliefden voor deportatie trachtten te behoeden door anderen aan te geven. Door zich nuttig te maken voor de bezetter voorkwamen ze 'erger’, voorzover die vergrotende trap iets betekende.
De wildgroei van Nederlandse meldpunten heeft echter andere wortels. Die begon in de jaren zeventig in de alternatieve sfeer. Destijds was machtsmisbruik op het gebied van justitie, de gezondheidszorg en de jeugdhulpverlening een hot issue in ons land. Er verschenen zwartboeken over misbruiken in de jeugdhulp, de psychiatrie en het onderwijs, vaak gebaseerd op anonieme tips en verhalen. Ook de Consumentenbond, patiëntenorganisaties en de vakbonden ontdekten het nut van meldpunten voor medische missers, wanprestatie van verkopers en producenten, onderbetaling door werkgevers of ronselpraktijken in de prostitutie, eveneens vaak anoniem. Die anonimiteit leek gerechtvaardigd. De melders werden beschouwd als moedige klokkenluiders wier belang in het gedrang kon komen als hun identiteit bekend werd. De Socialistische Partij maakte er zelfs een politiek wapen van. De partij opende rechtstreeks of via haar mantelorganisaties een hele reeks meldpunten waar men - alweer vaak anoniem - zijn beklag kon doen over milieuvervuiling, medische misstanden, onderbetaling en andere uitwassen van de 'kapitalistische orde’.
Opnieuw blijkt er sprake te zijn van een tweesnijdend zwaard. Rechts heeft het meldpunt ontdekt en maakt dankbaar gebruik van het juridische precedent van de anonimiteit om burgers aan te zetten tot klagen en tippen over misbruiken en overtredingen van hun medemens. Een mijlpaal in dit opzicht was de opening van de officiële kliklijn voor steunfraude in 1994. Het ministerie van Sociale Zaken meldt triomfantelijk dat er dankzij de lijn jaarlijks een kleine tien miljoen aan onterecht uitgekeerde gelden wordt teruggehaald. Het vermeldt niet hoeveel schade de kliklijn heeft aangericht aan reputaties en menselijke verhoudingen; die is niet te kwantificeren en interesseert de politiek trouwens toch niet.
Een tweede mijlpaal was de opening van een 0800-tiplijn waarop anoniem zware criminele activiteiten kunnen worden gemeld, bekend als Meld Misdaad Anoniem. Sindsdien wordt ook de rechtspraak getroffen door het klikvirus dat bijna ongemerkt binnensluipt in rechtszalen en vonnissen. Topadvocaat Jan Boone zei twee jaar geleden in een interview dat hij 'ziek van die verraderscultuur’ werd. Hij was in zijn 35-jarige praktijk nog nooit zo veel oncontroleerbare beschuldigingen tegengekomen als de laatste tijd: 'Het ongebreidelde gebruik van dit soort informatie wordt door iedereen maar geaccepteerd. Zelfs de orde van advocaten vindt het allemaal prima.’ Boone had zelfs aangifte van laster gedaan in een zaak die hij deed. Het ging om een strafzaak tegen twee mannen die werden verdacht van hasjhandel en het witwassen van crimineel geld. Het onderzoek was gebaseerd op informatie van het meldpunt Meld Misdaad Anoniem, maar elke concrete aanwijzing ontbrak. Na twee jaar onderzoek was er door justitie nog steeds geen wiet én geen geld aangetroffen bij de verdachten. Toen Boone zijn aangifte met een toelichting naar persbureau ANP stuurde (dat erover berichtte) kreeg hij een tuchtzaak van de orde van advocaten aan zijn broek.
Links en rechts, boven- en onderklasse, buren, vrienden en familieleden kunnen elkaar in dit land tegenwoordig ongehinderd per melding belasteren en anoniem aangifte doen van andermans misplaatste hondendrollen, een illegale dakkapel of te vroeg buitengezet huisvuil. Het enige wat in Nederland nog ontbreekt is een meldpunt voor zinloze of kwalijke meldpunten. Er moet in deze branche een enorme ruis omgaan, maar geaggregeerde gegevens zijn niet te vinden. Op het web is een domein met de veelbelovende naam 'hetmeldpunt.nl’ geclaimd door een hostingbedrijf in Zoetermeer dat reeds allerlei soorten meldpunten faciliteert. Helaas is de thuispagina leeg; de moeder van alle meldpunten heeft zelf vooralsnog niets te melden.