Melige mail

‘Meelen’ noemt de benedenbuurvrouw het. LE:

Dat woord is zo gek nog niet, gezien de melige computerberichten die er sinds een week of drie heen en weer gaan tussen de eerste en de vierde verdieping van het huis waar ik woon. Over de dropjes die op zijn, over wat we op televisie hebben gezien, en vooral veel ‘meel’ over dat er eigelijk niks te meelen is.
En dan te bedenken wat een ingewikkelde weg die onzinnige berichten moeten afleggen voor ze beneden aankomen! Nadat zo'n bericht is opgetypt, stuurt de computer op de vierde etage het via de telefoon naar een Internet-provider ergens in cyberspace, en die stuurt het weer door naar een geheimzinnige virtuele postbus. Daarvandaan moet het bericht via een andere telefoonlijn in de computer terechtkomen die drie verdiepingen lager staat.
Er zijn heel wat eenvoudiger manieren te bedenken om deze berichten over te brengen. Een paar trappen naar beneden lopen bijvoorbeeld. Het nadeel van die aanpak is dat je even naar buiten moet, want de benedenburen hebben een andere voordeur. We hadden de berichten ook naar beneden kunnen schreeuwen, door het gehorige trappenhuis. Maar nee, zoveel stemverhef zijn die melige mededelingen helemaal niet waard.
Dan is er nog de telefoon, een medium dat zich aardig leent voor gezellig geleuter over non-onderwerpen. En toch pak je de telefoon niet zo snel om te melden dat de dropjes op zijn en dat je geen zin hebt om te gaan werken. Ondanks de recente campagnes voor allerlei zakdingetjes in vrolijke kleuren heeft de telefoon nog altijd een zakelijk imago. Je belt iemand met een reden, en dan kan je daarna altijd nog gezellig gaan kletsen.
E-mailen heeft niks dringends. Je schrijft zo'n bericht tussen de bedrijven door, als je toch al achter de computer zit voor iets anders dat wél dringend is. Van e-mail weet je nooit precies waneer het de geadresseerde bereikt. De berichten liggen na versturing geduldig in zo'n zogenaamde postbus te wachten totdat de bijbehorende persoon op het idee komt om op de computer te kijken of er post is.
Niet iedereen doet dat zeven keer per dag, zoals ondergetekende. Een teleurstellende bezigheid, en dat is het enige nadeel van e-mail. Net als bij brievenpost blijkt dat anderen niet spontaan blijven schrijven zolang jij het vorige bericht nog niet hebt beantwoord. Gelukkig biedt mijn e-mail-programma altijd z'n excuses aan als er geen elektronische post is gearriveerd.
Maar wat een feest als er een bericht is binnengekomen! Dan is zelfs de computer blij, en laat een vrolijk muziekje horen. Het zijn ook allemaal gezellige berichten, afkomstig van het handjevol vrienden en kennissen dat ik mijn e-mail-adres heb gegeven met de dringende opdracht er onmiddellijk gebruik van te maken.
Ik geef toe, het is allemaal beginnerslol. Voor de beginnende e-mailer is het nieuwe medium leuk speelgoed. Je klikt op 'zend’, en er klinken intrigerende modemgeluiden. Reuze interessant om dan de telefoon op te pakken en naar de mysterieuze ruis te luisteren. Daar gaat de post…
Die nieuwigheid is er natuurlijk al gauw vanaf. En als er ook zakelijke berichten mijn computer binnenkomen, ga ik heus niet meer ieder uur kijken of er e-mail is. De eerste ongewenste boodschap staat al in het lijstje met binnengekomen post. Het is een kettingbrief, die binnen 96 uur aan tien e-mail-adressen moest worden doorgestuurd. Zoveel adressen had ik op dat moment nog helemaal niet verzameld.
Nou maar wachten tot er elektronische stickers worden uitgevonden, met een boodschap als: 'Geen reclame, geen kettingbrieven en geen zakelijke berichten, a.u.b.’