Wordt Joris Driepinter eerder ziek?

Melk, de witte leugen

Is melk goed voor elk, of kunnen we het maar beter laten staan? Het pas verschenen boek Melk, de witte sloper doet het laatste geloven. Over belangen van de industrie, overheden, wetenschappers en een uitgever.

Medium ra01 30051002360557

Het begon al in de jaren dertig, met op moeders gerichte reclames om ieder lid van haar gezin toch vooral aan te sporen driekwart liter melk per dag te drinken. Maar de echte doorbraak van de zuivelcampagnes vond plaats in 1957 met de haast fascistische prenten van flinke kinderen die glazen melk in hun handen hielden. Lid van de M-brigade waren ze, omdat ze drie of meer glazen melk per dag dronken. Kinderen die hun voorbeeld volgden kregen een mouwembleem, een lidmaatschapskaart en geschenken. Al snel waren honderdduizend kinderen lid van de brigade.

Nederland was twaalf jaar na de Tweede Wereldoorlog een land in opbouw, met behoefte aan symbolen en nationale waarden. De zuivelindustrie speelde daar slim op in met deze promotiecampagne, in haar poging om van de melkplas af te komen die was ontstaan nadat de Nederlandse regering had besloten dat een hongerwinter zoals die in 1944-1945 nooit meer plaats mocht vinden. De Melkbrigade werd in 1961 opgevolgd door Joris Driepinter, en daarna Melk is goed voor elk, Melk Moet en Melk de Witte Motor.

Dankzij die campagnes kregen hele generaties Nederlanders met de paplepel ingegoten dat melk goed is voor de jeugd, en vooral voor onze botten. Melk is inderdaad rijk aan calcium, en calcium is nodig voor de botopbouw. Door het gegroeide aanbod van alternatieven is de consumptie van melk de laatste jaren gedaald, maar mede dankzij het bottenmotto is de zuivelconsumptie in Nederland nog altijd gemiddeld zo’n twee porties per persoon per dag.

Maar de laatste jaren klinken er steeds meer negatieve geluiden over de witte wonderdrank. Het verzadigde vet uit melk zou leiden tot hart- en vaatziekten. De eiwitten in melk zouden de opname van calcium juist remmen. Het melkeiwit caseïne zou kankerverwekkend zijn, net als de hormonen die erin zitten en die boeren aan de koeien zouden toedienen om de productie te verhogen. Alle kritiek is samengebald in het boek van de Canadese voedingsjournaliste Alissa Hamilton, dat begin dit jaar als Got Milked verscheen in haar eigen land. Begin juni deed ze Amsterdam aan vanwege de publicatie van de Nederlandse vertaling, Melk, de witte sloper, en sprak ik haar.

Alissa Hamilton oogstte in 2010 succes met haar eerste boek Squeezed, waarin ze sinaasappelsap ontmaskerde als niet veel meer dan een slim gepromote frisdrank. Ze toonde onder meer aan dat zelfs sinaasappelsap uit puur fruit tot een jaar voor de verkoop wordt bewaard en vlak voor het in de schappen verschijnt nog even op smaak wordt gebracht.

In haar tweede boek richt ze op vergelijkbare wijze haar pijlen op melk, al beperkt ze zich deze keer tot anekdotes uit haar omgeving en resultaten uit de wetenschappelijke literatuur. Got Milked verwijst naar de Amerikaanse ‘Got Milk’-campagne voor melk, die liep van 1993 tot 2014. ‘Got milked’ betekent letterlijk ‘flink belazerd zijn’. Hamilton, een kleine, tengere vrouw, vertelt dat Amerikanen, Canadezen en ook Nederlanders en Belgen tientallen jaren ten onrechte is voorgespiegeld dat melk een gezondheidsdrank is en dat die – zoals het Canadese voedingsbureau nog altijd stelt – essentieel zou zijn voor een gezond lichaam. Het Nederlandse Voedingscentrum formuleert het advies iets minder dwingend, maar ook hier maakt zuivel deel uit van de schijf van vijf voor uitgebalanceerde voeding en wie op de site van het instituut zijn leeftijd en geslacht intikt, krijgt als advies zo’n 450 milliliter melkproducten en anderhalve plak kaas per dag te nuttigen.

Dat zuiveladvies is gebaseerd op de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (adh) van duizend milligram calcium die de Nederlandse Gezondheidsraad heeft vastgesteld. Deze waarde is gelijk aan die in de VS en Canada. Die waarde, stelt Hamilton, is niet evidence based. Het klopt dat de adh voor calcium lang niet overal ter wereld hetzelfde is – Zweedse consumenten krijgen bijvoorbeeld aangeraden achthonderd milligram per dag te consumeren en onderzoekers van Harvard Public School of Health in de VS stellen dat de adh voor calcium omlaag kan naar een halve gram per dag, terwijl die voor vitamine D juist omhoog moet. Vitamine D is nodig om de opslag van calcium in onze botten mogelijk te maken, net als magnesium en vitamine K. ‘Daarover hoor je niemand’, zegt Hamilton. ‘Het enige wat we steeds horen is: “Calcium is goed voor je botten.”’

Er zijn zelfs aanwijzingen dat een hoge zuivelinname de botopbouw juist zou versléchteren. Dit zou komen doordat dierlijke eiwitten zoals die in melk (net als natrium, uit keukenzout) de uitscheiding van calcium via de urine stimuleren. Dit wordt wel de ‘calciumparadox’ genoemd. Deze paradox is gebaseerd op epidemiologische studies waaruit bleek dat in steden als Hongkong en Singapore, waar heel weinig zuivel en calcium wordt geconsumeerd, het aantal botbreuken het laagst is. In landen als Nederland en de VS komen botbreuken juist veel voor – in de VS is het relatieve aantal vier keer hoger dan in Singapore. Hamilton haast zich te zeggen dat dit observationele studies zijn, waarbij je geen conclusies kunt trekken over oorzakelijke verbanden, maar, zegt ze: ‘Je kunt in elk geval niet beweren dat een hoge calciumdosering noodzakelijk is voor gezonde botten.’

Medium sp sfa003001357

Er zijn inderdaad aanwijzingen dat dierlijke eiwitten de uitscheiding van calcium stimuleren, dat staat ook in een rapport van de Wereldvoedselorganisatie fao dat Hamilton aanhaalt. Maar daarin staat ook dat consumptie van één gram dierlijk eiwit leidt tot uitscheiding van slechts één milligram calcium. Oftewel: één glas halfvolle melk van 150 milliliter, met zo’n vijf gram eiwit en 185 milligram calcium, levert nog altijd zo’n 180 milligram calcium (waarvan een mensenlichaam gemiddeld 85 procent opneemt). Een flink positieve balans. Bovendien, zo blijkt uit recenter onderzoek, zouden specifieke melkeiwitten de opname van calcium juist stimuleren. De fao trekt een heel andere conclusie dan Hamilton: juist omdat wij westerlingen via vlees en vis veel dierlijke eiwitten eten, moeten we méér calcium consumeren.

Dat de zuivelaanbevelingen rechtstreeks gekoppeld zijn aan die voor calcium impliceert dat we voor al ons calcium zijn aangewezen op melkproducten. In landen als Nederland en Canada is dat in de praktijk ook het geval, maar volgens Hamilton is dit een cirkelredenering. In de afgelopen tienduizend jaar verspreidde zich onder Europeanen en hun nazaten in Australië en Noord-Amerika een mutatie die volwassenen het vermogen gaf om lactose, melksuiker, af te breken, waardoor zij grote hoeveelheden melk konden gaan consumeren zonder last te krijgen van krampen en misselijkheid. De mensheid heeft dus lange tijd zonder melk haar botten onderhouden en nog altijd geldt dat voor een meerderheid van de wereldbevolking. ‘Wij hebben al die zuivel nodig om aan ons calcium te komen, omdat we zo schrikbarend weinig groenten en noten eten’, zegt Hamilton. ‘Als we daarvan meer zouden eten – wat sowieso gezond is – dan hadden we al die zuivel niet nodig.’

In Hongkong en Singapore, waar weinig zuivel en calcium wordt geconsumeerd, is het aantal botbreuken het laagst

Zuivel, zo betoogt Hamilton, heeft namelijk ook heel wat schadelijke effecten, waarover we zelden wat horen. Zo concludeerden Zweedse epidemiologen op basis van een twintig jaar lange studie dat vrouwen die veel melk dronken – drie of meer glazen per dag – meer botbreuken opliepen dan vrouwen met een lagere melkconsumptie. Dit effect trad niet op bij royale yoghurtconsumenten. De Zweden vermoeden dat de oorzaak ligt in het molecuul lactose, melksuiker. Dat zit nauwelijks in yoghurt en wel volop in melk. Lactose, denken de Zweden, wordt mogelijk omgezet in D-galactose, wat de veroudering van het lichaam zou doen versnellen.

Dat zou ook verklaren waarom uit een andere studie van dezelfde onderzoekers bleek dat stevige melkdrinkers meer hart- en vaatziekten krijgen: het D-galactose zou ontstekingen aan de vaatwanden veroorzaken. Toch is hoofdonderzoeker Karl Michaelsson van de Universiteit van Uppsala terughoudend. ‘Onze studie geeft inderdaad aanwijzingen dat veel melk ongezond is, maar op basis van één studie mag je geen dieetadviezen geven. Andere studies laten het tegenovergestelde zien.’ Wel paste Michaelsson zijn eigen consumptiepatroon aan: ‘Ik ben vrijwel gestopt met melk, en eet nu zo’n driehonderd gram yoghurt per dag.’

Een nog grotere melkcriticus is de even gerenommeerde als omstreden Amerikaan Colin Campbell, inmiddels emeritus hoogleraar voedingsbiochemie aan Cornell University. Hij toonde op basis van een 27 jaar lange studie onder tienduizenden Chinezen een verband aan tussen het eten van dierlijke eiwitten en het ontstaan van kanker en propageert sindsdien een volledig plantaardig dieet. Vervolgonderzoek in zijn lab wees het melkeiwit caseïne aan als een van de grootste boosdoeners, onder meer doordat het de productie van het groeihormoon igf-1 in het lichaam zou aanzwengelen.

‘Het lijkt erop dat sommige van deze componenten het lichaam binnen weten te dringen en de hormoonfuncties verstoren’, zegt Staffan Lindeberg, die aan de Universiteit van Lund onderzoek doet naar de link tussen voeding en westerse ziektes. Hij geeft een evolutionaire verklaring voor dit effect: ons lichaam kan weliswaar lactose afbreken, maar weet nog geen raad met de eiwitten uit melk. Lindeberg zegt er meteen bij dat dit vooral een mooie hypothese is, zonder overtuigend bewijs: ‘Soms denk ik wel eens: was ik maar automonteur geworden. Dan had ik veel stevigere verklaringen kunnen bieden. Maar voedingswetenschap is nu eenmaal veel ingewikkelder.’

Voor Alissa Hamilton is het in elk geval reden genoeg om ‘wel twee keer na te denken voor ze meer melk gaat drinken’. Maar dat een hoge dosis caseïne in het lab bij ratten tumorgroei kan bevorderen, betekent niet dat dit ook bij een paar porties zuivel in een mensenlichaam zal gebeuren. Mannen die melk drinken hebben weliswaar zo’n tien procent meer kans op prostaatkanker (minder dan tien procent), maar daar staat tegenover dat mensen die veel melk of andere zuivel consumeren zo’n vijftien procent minder kans hebben op darmkanker. Een verband met borstkanker en andere kankers is niet aangetoond.

Hamiltons boek liet de Nederlandse voedings_-scene_ niet onberoerd. Het Voedingscentrum noemt het in een recensie op zijn website van kennisspecialist Astrid Postma-Smeets ‘vooral bangmakerij’ en ‘een eenzijdige opsomming van negatieve beweringen over melk’. Frans Kok, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Universiteit van Wageningen (die onder meer onderzoek uitvoert in opdracht van de zuivelindustrie) gaat nog een stap verder. Hamilton probeert volgens hem ‘op basis van slecht onderbouwde meningen het voedingsmiddel in diskrediet te brengen’. Studieresultaten die haar slecht uitkomen laat ze weg. Volgens Kok klopt het weliswaar dat de zuivelindustrie goed georganiseerd is en we daarom kritisch moeten blijven over wat er over zuivel wordt beweerd, ‘maar we moeten niet het kind met het badwater weggooien’.

Emeritus hoogleraar voedingsleer Martijn Katan, die geen banden heeft met de zuivelsector, bevestigt dat die de afgelopen decennia veel invloed heeft gehad op het wetenschappelijk onderzoek en het voedingsbeleid. ‘Melk is altijd een product geweest dat binnen onze cultuur vanzelfsprekend als gezond is beschouwd, net zoals olijfolie in Italië en rijst in Zuidoost-Azië. Maar het feit dat een industrie of landbouwtak zijn producten promoot op alle manieren waarmee ze wegkomt, betekent niet dat ze giftig of slecht zouden zijn’, zegt hij. ‘En het betekent zeker niet dat tegenstanders gelijk hebben. Daar zitten fanatici tussen die zich weinig aantrekken van wetenschappelijke feiten.’

Katan vreest dat de werkelijke status van melk niet zo sensationeel is. ‘Het is niet heel erg slecht en ook niet de sleutel tot het eeuwige leven.’ Over het welbekende, door Hamilton van stal gehaalde adagium ‘melk is voor kalfjes, niet voor mensen’, zegt hij: ‘Je denkt toch niet dat spinazie groeit om ons te voeden? Of dat graan bestaat opdat wij brood zullen eten? Dat is gewoon onzin.’ Wel is Katan het met Hamilton eens dat de opmars van zoete melkproducten ongewenst is. ‘Die drankjes liften onterecht mee op het gezonde imago van melk. Ze zijn slecht voor je tanden en bevatten veel meer calorieën. Die zijn niks beter dan coca-cola.’

Hoewel de nadelen van melk dus omstreden zijn, blijft één punt van Hamilton overeind: we kunnen ons calcium op een andere manier binnen krijgen – dat geven zowel het Voedingscentrum als de wetenschappers toe. Uit noten, zaden, groene groenten en verse en gedroogde specerijen zoals basilicum. Om te voorkomen dat we ons massaal op een van de opties uit het rijtje storten, bevat Hamiltons boek een groot aantal recepten boordenvol calciumbronnen. Daarvoor moeten we wel flink aan de bak, want de gemiddelde Nederlander krijgt hooguit vijftig van de aanbevolen duizend milligram calcium binnen via plantaardige bronnen. In veel andere landen is dat tweehonderd milligram, in sommige vierhonderd. ‘In Nederland haalt al bijna niemand de norm van twee ons groenten, waarmee je bij lange na niet aan je calciumbehoefte komt’, zegt Kok. ‘En de praktijk leert dat mensen door hypes zoals deze massaal een voedingsmiddel in de ban doen, maar niet hun voedingspatroon daarop aanpassen.’

Ondertussen is er met het boek iets eigenaardigs aan de hand. Daar waar de Amerikaanse editie Got Milked heet, met als ondertitel The Great Dairy Deception and Why You’ll Thrive without Milk, doet de Nederlandse uitgever er een schepje bovenop met Melk de witte sloper: Waarom melk slecht voor je is en je best zonder kunt. Desgevraagd verklaart Martine Koelemeijer van Kosmos Uitgevers dat Melk de witte sloper de sterkst mogelijke titel was. Sterker dan Melk is niet goed voor elk – wat passender was geweest. Bovendien bevat het boek een inleiding, geschreven door vertaler/bewerker Anna van Wittenberghe, die eindigt met de woorden: ‘Melk moet niet. Sterker nog, melk moet juist niet.’

Gaat de vertaler in haar gretigheid niet verder dan de auteur zelf? ‘Wat ik schrijf sluit aan op de feiten die Hamilton presenteert’, stelt Van Wittenberghe. ‘Naar mijn mening geeft ze met haar boek het signaal af: je kunt beter geen melk drinken.’ Ze geeft wel toe in haar inleiding en de vertaling wat harder en directer in haar bewoordingen te zijn dan Hamilton. ‘Ik vind dat ik dat moest zijn, want Hamilton is bang.’

We kunnen calcium op een andere manier binnen krijgen. Uit noten, zaden, groene groenten en basilicum

Na het verschijnen van haar boek Squeezed werd Hamilton meermalen voor de rechter gesleept door sapproducenten. Ze won alle zaken, maar is op haar hoede. Toch lijkt Hamilton niet bang, maar genuanceerd. Wanneer ze tijdens het interview dat ik met haar heb, hoort over de afsluitende woorden van de inleiding reageert ze verbaasd. ‘Ik betoog niet dat we moeten stoppen met melk drinken – ik heb vanmorgen zelf nog yoghurt gegeten.’

Van Wittenberghe zegt alle op de Nederlandse situatie betrekking hebbende toegevoegde teksten voor publicatie aan Hamilton te hebben voorgelegd. ‘Nee, de inleiding niet.’ En inderdaad, herhaalt ze nog maar eens, ‘melk moet juist niet. Mijn grootste teleurstelling is dat de voedingsindustrie niet ten doel heeft onze gezondheid te bevorderen maar om winst te maken. Dat geldt ook voor de zuivel. Het is een leugen dat melk moet.’

Juist deze toonzetting schoot in het verkeerde keelgat bij de Nederlandse experts. Tijdens de uitzending van RTL Late Night op 1 juni praatten Astrid Postma-Smeets van het Voedingscentrum en Alissa Hamilton zo langs elkaar heen dat het item bijna niet om aan te zien was en Humberto Tan afsloot met de woorden: ‘Laat de mensen het boek en de website van het Voedingscentrum maar lezen en zelf bepalen wat ze doen.’ Hamilton mailde na afloop aan vertaalster Van Wittenberghe: ‘Ik had misschien beter niet kunnen ingaan op wat zij me verweet, en bij mijn boodschap moeten blijven: niemand heeft melk nodig en de consumptie heeft mogelijk serieuze nadelen.’

Het blijkt maar weer dat het in dit soort discussies over voeding erg moeilijk is om een middenweg te bewandelen. Zelfs daar waar Hamilton dat probeert te doen, wordt ze door haar eigen uitgever én haar tegenstanders alsnog in de radicale hoek geduwd. Tegelijk lijken haar critici niet open te staan voor dat wat ze wél te melden heeft, namelijk dat de voordelen van melk lang zijn overdreven en we best zonder kunnen, als we ons eetpatroon maar aanpassen.

Het debat heeft wel iets weg van de Zwarte Piet-discussie. De critici tonen zich compromisloos en de gevestigde orde weigert onontkoombare feiten onder ogen te zien. Melk is van ons. ‘De wereld verandert en we hebben het gevoel dat onze cultuur wordt bedreigd. Vervolgens bepalen we wat nog wel bij ons hoort en klampen ons hieraan vast’, zegt Cor van Halen, cultuurpsycholoog aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Aan de ene kant omarmen we daarbij onze folklore en aan de andere kant diskwalificeren we de critici.’

Nederlandse experts benadrukken inderdaad Hamiltons status als niet-wetenschapper. Daar komt bij dat de mens geneigd is zijn keuzes en overtuigingen, wanneer die onder vuur komen te liggen, fel te gaan verdedigen, zegt Van Halen: ‘Dat geldt zelfs voor keuzes die ons willekeurig zijn toebedeeld.’ Aangezien er tientallen jaren bij ons is ingeramd dat we melk moeten drinken om onze botten te onderhouden, zal dat, ondanks de relativerende feiten, nog wel even blijven hangen, zelfs bij de experts en het Voedingscentrum.

Toch knaagt er nog iets. Als de wetenschap zo weinig harde bewijzen vindt voor de schadelijkheid van melk, hoe zit het dan met al die spookverhalen die regelmatig opduiken? Op de sociale media circuleert het verhaal van Wout Ritzema, die Hamiltons boek prijst en vertelt hoe hij door te stoppen met melk van zijn astma genas. Op forums melden vergelijkbare patiënten met long-, darm- en huidklachten een verbetering van hun symptomen na het stoppen van melk- of zuivelconsumptie. Daar is een verklaring voor: melk verhoogt de slijmproductie en in sommige gevallen is er sprake van een allergie of overgevoeligheid. Het aantal voedselallergieën en overgevoeligheden neemt inderdaad toe, alleen is het de vraag of de oorzaak hiervan ligt bij de voedingsmiddelen. Het lijkt erop dat bij mensen met dit soort klachten het immuunsysteem en de darmen van slag zijn geraakt, waardoor ze niet meer goed kunnen omgaan met de voeding die zelfs onze recente voorouders zonder enig probleem konden consumeren.

In zo’n geval kan het lonen om voedingsmiddelen of componenten weg te laten, al is het uiteindelijk een vorm van symptoombestrijding, die bovendien vaak maar tijdelijk helpt. Een van de pioniers op het gebied van dit soort ‘eliminatie-diëten’, de Amerikaanse natuurgenezer Steve Bratman, heeft een dubbel gevoel bij deze methode, omdat die vaak een erg zware last met zich meebrengt en bovendien veel mensen erin doorschieten, zelfs zonder klachten. Hij introduceerde in 1997 de term orthorexia nervosa (orthos = recht of juist, orexis = (eet)lust en nervosa = van psychische aard), die kort geleden ook opdook in een stuk over gluten in The New Yorker. Bij orthorexia nervosa is er sprake van een intensieve dwangmatigheid in het binden aan een bepaalde voedingswijze.

Die voedingswijze gaat veelal gepaard met het rigoureus verbannen van bepaalde voedingsproducten of nutriënten op basis van versimpelde theorieën. Vaak is daar wel een wetenschappelijke basis voor, maar is de interpretatie veel radicaler dan de wetenschappers zelf zouden adviseren, alleen al omdat er in het voedingsonderzoek vaak sprake is van trends en voortschrijdend inzicht. Zo werd ons lang verteld dat we maximaal één ei per dag mochten eten, omdat daar veel slechte cholesterol in zit. Inmiddels is duidelijk dat die cholesterol nauwelijks bijdraagt aan de cholesterolwaarden in ons bloed. Iets vergelijkbaars geldt voor de verzadigde vetten in onder meer zuivel: die blijken lang niet altijd slecht.

Bovendien zijn de alternatieven voor de geschrapte producten vaak niet veel beter of zelfs slechter. In de jaren tachtig werd vet vanwege de hoge energiedichtheid aangewezen als veroorzaker van de obesitasepidemie, waarna producenten en consumenten zich massaal op suikerrijke lightproducten stortten. Vervolgens waren het juist de suikers en andere snelle koolhydraten die ons ziek maakten en ging iedereen aan de zoetstoffen.

De laatste jaren zitten de gluten in het beklaagdenbankje, samen met melk, onder meer omdat ons lichaam deze moderne en industriële producten niet aan zou kunnen. Ondertussen eten bewuste consumenten zich scheel aan voedingsvezels, om hun nieuwste dieetvrienden te verzorgen – hun darmbacteriën. De grote meerderheid van de consumenten met een neiging tot orthorexia die al deze trends volgen doet dit niet om lichamelijke klachten te verhelpen, maar vanwege wat cultuurpsycholoog Cor van Halen het ‘streven naar optimalisatie en reinheid’ noemt, en dat heeft weinig met wetenschap te maken. En dat terwijl voedingswetenschappers vooral één ding steeds beter begrijpen: dat hun vak veel ingewikkelder is dan ze dachten. Zij verschuiven dan ook van het aan- en afraden van producten en nutriënten naar het aanprijzen van voedingspatronen, of liever: een levensstijl waarin het voedingspatroon en gedrag zoals lichaamsbeweging op elkaar aansluiten.

Helaas lijkt de bewuste consument meer behoefte te hebben aan simpele adviezen en dreigt precies het tegenovergestelde te gebeuren van wat Alissa Hamilton beoogt. ‘Ik pleit voor evidence based, en voor gevarieerd eten, niet voor het zomaar schrappen van voedingsmiddelen. Laat iedereen voor zichzelf uitzoeken wat het beste werkt.’


Beeld: Affiche van Reyn Dirksen in opdracht van Nederlands Zuivelbureau, 1956
Collectie ReclameArsenaal, reclamearsenaal.nl

Drie jongedames in klederdracht verspreiden reclamemateriaal van het Regerings Crisis Zuivelbureau tot Vermeerdering van het Gebruik van Nederlandse Zuivelproducten, Alkmaar 9 maart 1936.
Spaarnestad / HH