Antihomowetgeving in Rusland

Melkboer zonder regenboog

In januari keurde het Russische parlement een antihomowet met slechts één tegenstem goed. Op straat neemt het antihomogeweld toe. Homosymbolen moeten aan het zicht onttrokken worden. Het baart het Westen en ook Nederland zorgen.

Medium rtr3cx8p

Op 12 mei van het afgelopen jaar hield Nikolaj Aleksejev een eenmansactie voor het stadhuis van Sint-Petersburg. Hij hield een spandoek omhoog met een uitspraak van Faïna ­Ranevskaja, een beroemde sovjetactrice uit lang vervlogen tijden: ‘Homofilie is niet pervers. Hockeyen op gras en ijsballet zijn pervers.’ Het was al zijn vijfde poging om de autoriteiten te dwingen werk te maken van het wettelijk verbod op ‘publieke handelingen, gericht op de propaganda van homofilie, lesbianisme, biseksualiteit en transgenderisme onder minderjarigen’ dat eerder dat jaar lokaal werd ingevoerd. Aleksejev kreeg zijn zin. Hij werd opgepakt en door de rechter veroordeeld tot een boete van vijfduizend roebel (125 euro).

In de stad Rjazan, waar een vergelijkbare wet al in 2006 werd aangenomen, had Irina Fedotova de primeur. Het posten voor scholen met teksten als ‘Homoseksualiteit is normaal’ kwam ook haar op een geldstraf te staan. In eigen land vocht ze deze boete voor het propageren van haar ‘niet-traditionele seksuele oriëntatie’ tevergeefs aan, maar het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties stelde haar in het gelijk.

Aleksejev is nog altijd verwikkeld in beroepsprocedures bij het Russische Constitutionele Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Na Rjazan en Petersburg volgde een tiental Russische steden en regio’s met vergelijkbare wetgeving en in januari van dit jaar keurde ook de nationale Doema het wettelijk verbod op propaganda van homofilie onder minderjarigen goed met een onwaarschijnlijke meerderheid: 388 stemmen vóór, één stem tegen en één onthouding. Na ondertekening door Poetin in mei kan iedere burger in overtreding rekenen op een boete van vier- tot vijfduizend roebel, ambtenaren moeten het tienvoudige neertellen en organisaties kunnen een geldstraf van vier- tot vijfhonderdduizend roebel opgelegd krijgen.

Het aantal boetes is tot op heden beperkt gebleven. In Sint-Petersburg zijn na Aleksejev nog twee overtreders geverbaliseerd, maar verder ging de zaak niet, omdat de processen-verbaal op weg naar de rechtbank zouden zijn zoekgeraakt. Een zaak tegen zeventien demonstranten wegens het dragen van regenboogsymbolen werd geseponeerd omdat de wet niet duidelijk omschrijft welke homosymbolen nu precies verboden zijn. In Kostroma werden drie ‘propagandisten’ door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Net nog uit de sovjettijd stammende verbod op homofilie werd in 1993 onder Jeltsin zonder al te veel ophef uit het wetboek van strafrecht geschrapt. Die beslissing kwam niet voort uit maatschappelijke protesten of initiatieven, maar was in de eerste plaats bedoeld om te voldoen aan de eisen voor toetreding tot de Raad van Europa. Al in het eerste decennium van deze eeuw echter werden in de Doema pogingen ondernomen om het propageren van homoseksualiteit onder te brengen in het wetsartikel ‘misdrijven tegen de volksgezondheid en maatschappelijke moraal’. Dat liep op niets uit. De regering bepaalde dat het propageren van iets wat bij de wet niet strafbaar is niet strafbaar gesteld kan worden. Bovendien zou een dergelijk verbod indruisen tegen de in Rusland constitutioneel vastgelegde vrijheid van meningsuiting en uiteraard ook strijdig zijn met de bepalingen van de conventie van de Raad van Europa op het gebied van de mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en het verbod op discriminatie. De commissie burgerlijk, straf-, proces- en arbitragerecht van de Doema kwam in 2006 tot eenzelfde oordeel.

In de antihomowetten die via een achterdeur toch weer worden binnengeloodst valt op dat nu vooral gehamerd wordt op de constitutionele rechten van het kind, die de eerdere bezwaren kennelijk van tafel vegen. Volgens de constitutie moeten kinderen immers beschermd worden tegen ‘factoren die een negatieve invloed hebben op hun fysieke, intellectuele, psychische, geestelijke en morele ontwikkeling’. Om met Doema-lid Aleksandr Tsjoejev te spreken: ‘We propageren in de media immers ook niet het gebruik van verdovende middelen, pedofilie of alcohol.’ Die verwijzing naar pedofilie komt niet uit de lucht vallen. In meerdere antihomowetten worden homofilie en pedofilie in één adem genoemd. In een verklarende brief bij het federale wetsontwerp heet het dat ‘gezin, moederschap, kinderen en (…) traditionele waarden zorgen voor een continue opeenvolging van generaties, ze zijn een voorwaarde voor het voortbestaan en de ontwikkeling van de multinationale Russische Federatie’.

Natuurlijk telt Rusland ook wetenschappers en weldenkende mensen die weten dat homoseksualiteit geen door propaganda overdraagbare aandoening is die de ‘continue opeenvolging van generaties’ in gevaar kan brengen, maar zij worden nauwelijks gehoord. Sterker nog, nu de Russische bevolking al jaren drastisch afneemt, valt het wetsontwerp in vruchtbare bodem.

Juristen hebben grote kritiek op de wetteksten vanwege de schimmige terminologie: niemand weet wat er precies verstaan moet worden onder ‘propaganda van homofilie’. De wet zelf geeft hier in ieder geval geen uitsluitsel over. Die onduidelijkheid verklaart enerzijds waarom er tot op heden relatief weinig ‘propagandisten’ tot geldboetes zijn veroordeeld, anderzijds kan willekeur erdoor in de hand worden gewerkt. Homobelangenverenigingen maken zich dan ook grote zorgen: al hun activiteiten die in theorie door een minderjarige kunnen worden waargenomen, ieder blaadje dat een minderjarige onder ogen zou kunnen krijgen is in principe strafbaar. Affiches voor popconcerten worden in Sint-Petersburg dan ook voorzien van het teken 18+: stel dat een minderjarige een popsong met iets homoseksueels erin ter ore komt.

Merkwaardig genoeg heeft premier Dmitri Medvedev niet lang voor de behandeling van het omstreden federale wetsvoorstel gezegd weinig te zien in een verbod op homopropaganda. In een live-uitzending op de staatstelevisie werd hij geconfronteerd met een vraag van een tv-kijker: ‘Ik ben openlijk homo en werk voor Verenigd Rusland. Waar is die wet over homopropaganda voor nodig en waarom zouden we onze tijd verdoen met de strijd tegen homopropaganda als er in het land toch al genoeg problemen zijn?’ De premier en leider van Verenigd Rusland zei hierop: ‘Lang niet alle morele kwesties, gedragingen en communicatie tussen mensen onderling moeten door de wet gereguleerd worden; niet alle verhoudingen tussen mensen laten zich immers door wetten reguleren. Dat is mijn standpunt en dat van Verenigd Rusland.’

De uitspraak leverde hem een vriendelijke tweet op van Lady Gaga, de popster die net als Madonna door verontwaardigde Petersburgers voor de rechter was gedaagd vanwege haar steunbetuiging aan homo’s tijdens een optreden in hun stad. ‘Thank you Prime Minister Medvedev for not standing by your party’s anti gay propaganda law instead supporting my show+fans all over Russia.’ Maar Medvedev kon er niet mee voorkomen dat de gewraakte wet in de door zijn Verenigd Rusland gedomineerde volksvertegenwoordiging werd aangenomen.

Het laat maar weer eens zien dat het in Rusland niet Medvedev is die de dienst uitmaakt. Met het tanen van zijn populariteit zoekt Poetin zijn aanhang steeds nadrukkelijker in de conservatieve, nationalistische hoek. De orthodoxe kerk speelt daarin een niet geringe rol. Dat de kerk weinig opheeft met de homoseksuele medemens is geen geheim. Patriarch Kirill zegt homoseksualiteit te beschouwen als ‘een zonde en een verlies van de morele oriëntatie van de persoonlijkheid’, al heeft hij ook publiekelijk verklaard dat iemands seksuele geaardheid een privé-aangelegenheid is waar de kerk zich niet in heeft te mengen. Homo’s mogen niet gediscrimineerd worden, zo zei hij. Het kwam hem op verontwaardigde brieven van verontruste ouderorganisaties te staan omdat zijn positie zou leiden tot de ‘morele ontaarding van de jeugd’.

Opiniepeilingen zijn een belangrijke leidraad voor Poetins beleid. Op het gebied van homo’s heeft hij het wat dat aangaat makkelijk. Volgens een enquête van juli 2012 ziet 32 procent van de volwassenen homoseksualiteit als een ziekte of psychische aandoening; 81 procent van de volwassenen vindt de ‘niet traditionele seksuele geaardheid’ moreel verwerpelijk. In dat opzicht lijkt er sinds de Sovjet-Unie weinig veranderd.

Het is ook zeker niet zo dat de homofobe sentimenten zich beperken tot het Poetin-kamp. Toen vorig jaar na afloop van een anti-Poetin-demonstratie in Petersburg een vertegenwoordiger van de homobeweging het podium beklom om het publiek toe te spreken, werd hij er door zijn mededemonstranten met bierflesje vanaf gekegeld.

De homofobie neemt soms lachwekkende vormen aan. Zo wil een lid van het Petersburgse stadsbestuur in ernst alle regenbogen uit het straatbeeld verbannen. Ansichtkaarten van het beroemde standbeeld van Peter de Grote met een regenboog op de achtergrond die onder toeristen altijd gretig aftrek vinden, moeten volgens haar verboden worden. Een verbeten antihomogroepering wil de pakken van zuivelproducent ‘De vrolijke melkboer’ uit de schappen weren omdat het logo een regenboog bevat.

Maar om te lachen zijn dergelijke acties al lang niet meer. Sinds de nieuwe wetten neemt het geweld tegen homo’s toe. Gewelddadige ultranationalistische clubjes als Congregatie van het Volk en Imperiale Beweging voeren aanvallen uit op homobars en verstoren vreedzame betogingen. De politie grijpt bij dergelijke incidenten zelden in, en nog nooit zijn groeperingen voor expliciet geweld tegen homo’s voor de rechter gebracht. Sinds kort is ook Vladimir Nabokov in ongenade gevallen. In januari gooide een obscure beweging, zich noemende Kozakken van Petersburg, een ruit van het Nabokov-museum in, op de muur werd ‘pedofiel’ geklad; een dichter, betrokken bij de enscenering van Lolita, werd in elkaar geslagen.

De ontwikkelingen in Rusland baren het Westen zorgen. Het Europees Parlement heeft het aanstaande landelijk verbod op de propaganda van homofilie veroordeeld. Ook de Nederlandse consul-generaal in Petersburg en minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans hebben publiekelijk hun afkeur uitgesproken. In zijn column in NRC Handelsblad riep Bas Heijne op tot een culturele boycot van het Nederland-Ruslandjaar 2013; kunstenaars zouden zich volgens hem niet als een economisch instrument moeten laten gebruiken voor het binnenslepen van contracten door het Nederlandse bedrijfsleven, maar een voorbeeld moeten nemen aan Venetië, dat vanwege de omstreden wet onlangs zijn culturele uitwisselingsprogramma met Sint-Petersburg verbrak.

Sjeng Scheijen, artistiek leider van het Nederland-Ruslandjaar en auteur van de ook in Rusland enthousiast ontvangen Diaghilev-biografie, bracht hier in dezelfde krant tegenin dat een dergelijke boycot blijk zou geven van een misplaatst moreel superioriteitsgevoel dat alleen maar contraproductief werkt. Juist Russen die interesse tonen voor Europa zouden erdoor geschoffeerd en afgeschrikt worden. Dat het niet zo makkelijk is te beslissen wat je moet doen om in Rusland een beleids- en mentaliteitsverandering op gang te brengen, blijkt wel uit het feit dat Heijne’s column, die inmiddels in Russische vertaling op het internet circuleert, door zowel voor- als tegenstanders van de antihomowet gretig wordt geciteerd.

Op 8 april komt Poetin op uitnodiging van koning Beatrix naar Nederland voor de aftrap van het Nederland-Ruslandjaar. Er gaan in het land al stemmen op dat de koningin de Russische president moet aanspreken op de omstreden wet. Het wordt nog interessant om te zien in hoeverre minister Timmermans bereid is hun feestje te verpesten. Het coc is er in ieder geval klaar voor: de organisatie stelt de president ‘een hete lentedag’ in het vooruitzicht.


Foto: Sergei Karpukhin / Reuters
Bijschrift: Homorechten activist wordt opgepakt voor de Doema in Moskou, 25 januari