Melkert mijdt het m-woord

Koud zat er weer een socialist op het ministerie van Sociale Zaken, of er was weer een banenplan. Veertigduizend nieuwe banen moesten er komen, betaald door Sociale Zaken. Een ‘massieve aanval op de langdurige werkloosheid’ zou het worden. Alsof hij zijn persoonlijke commitment nog eens wilde onderstrepen, verbond de minister zijn eigen naam aan het project. Melkertbanen zouden ze heten. Toen hij de smaak eenmaal te pakken had, bedacht hij nog twee varianten.

Twintigduizend mensen zouden met behoud van uitkering en een toeslag aan het werk mogen en een derde groep van dezelfde omvang zou sociaal geactiveerd worden. Die plannen gingen bijgevolg Melkert II en Melkert III heten. Twee jaar later sluit de minister een debat over de toekomst van de verzorgingsstaat in de Amsterdamse Balie af. Zijn optimisme is ongebroken. Maar het woord Melkertbanen valt die avond geen enkele keer. Consequent spreekt de minister van M-banen.
Afgelopen zaterdag bleek waarom: het vlot niet met de M-banen. Den Haag kreeg er 1054, maar heeft er tot nu toe 566 tot stand gebracht. In Rotterdam zijn 1300 van de geplande 2100 M'ers aan het werk, in Amsterdam slechts 825 van de 2000. In de laatste twee steden gaat het bovendien lang niet altijd om nieuwe banen: een fors aantal mensen zijn banenpoolers van wie het contract eenvoudigweg is omgezet.
Deze gegevens komen uit een rapport van de Algemene Rekenkamer dat de invoering van de M-regeling in de grote steden onderzocht. Het rapport concludeert dat het ministerie en de uitvoerders zich vooraf ‘geen goed beeld hebben gevormd van de langdurig werklozen’. Tegelijk bestaat bij de instellingen die de M'ers moeten opnemen een gezond wantrouwen tegen de rijksoverheid. Je kunt wel een gesubsidieerde kracht in dienst nemen, maar straks houdt de subsidie op en dan draai je zelf op voor de loonkosten en het eventuele wachtgeld bij ontslag.
De essentie is dat werkgevers mensen opgedrongen krijgen op wie ze niet zitten te wachten en dat mensen banen opgedrongen krijgen die ze niet zonder begeleiding aankunnen. Een combinatie van subsidies en sancties van overheidswege moet deze barrieres slechten.
Vergeefs, blijkt nu. Want wat in de M- benadering volledig onderbelicht blijft, is de motivatie van werkzoekenden en werkgevers. Het gevolg is afroming van het bestand werkzoekenden aan de ene kant en versterkte stigmatisering van de rest aan de andere kant; die zouden niet meer geschikt zijn voor de arbeidsmarkt. Juist die motivatie is het uitgangspunt in de halverwege de jaren tachtig ontwikkelde methodiek van de individuele trajectbemiddeling. Daarbij zijn motivatie en mogelijkheden van de werkzoekenden, of, in de woorden van de Rekenkamer, 'een goed beeld vormen van de langdurig werklozen’, uitgangspunt. Dat voorkomt stigmatisering en blijkt in de praktijk te leiden tot normale, duurzame banen. Subsidies spelen daarbij slechts een marginale rol: zo'n vijfduizend gulden per plaatsing, in plaats van de veertigduizend die een M-baan kost. De tragiek is dat de financiering van de M- banen in veel steden juist de bureaus die deze benadering toepasten, de kop kostte.