Melkerts onderklasse

Op donderdag 27 november zou vakbondsman Jan Berghuis namens de georganiseerde schoonmakers langsgaan bij minister Ad Melkert van Sociale Zaken.

Die afspraak gaat niet door.
Afgelopen maandag stuurde Berghuis een fax. We hebben, laat hij daarin weten, geen behoefte aan ‘zinloze gesprekken’. Zelfs niet met de minister.
Het betreft hier de zoveelste akte in het drama dat 'De Witte Werkster’ heet. In de vorige bedrijven beriep het ministerie zich eerst op een overweldigend succes in zijn streven om zwarte werksters wit aan de slag te krijgen. Niet veel later bleek dat een vergissing. Er was nauwelijks een schoonmaakbedrijf en amper een werkster die aan de witterij mee wilden doen.
En dus kwam er een nieuwe 'regeling schoonmaakdienst particulieren’, die op donderdag getekend moest worden.
Daar voelde Berghuis na lezing van het concept niets meer voor. Volgens hem bevatte de regeling vooral goed nieuws voor een slimmerik die snel wat geld wil incasseren. Daarvoor hoeft hij slechts een bv'tje op te richten dat van schoonmaken niet de hoofdtaak maakt. Want dan hoeft hij zijn witte werkster niet volgens de cao te betalen. En dan vangt hij toch per jaar negentien- tot vijfentwintigduizend gulden loonsubsidie. Berghuis vindt het prima als zwarte werksters wit worden. Maar dan ook echt: volgens een algemeen geldende cao.
Jan Berghuis: 'Niet-schoonmaakbedrijven die deze activiteit ernaast gaan doen, hoeven zich inderdaad niet aan de cao te houden. Het is juridisch onmogelijk daartegen iets te ondernemen. Kinderopvang, woningbouwverenigingen en de thuiszorg kunnen in principe constructies bedenken.’
Worden cao’s in de strijd tegen werkloosheid luxeartikelen? 'De langdurig werkloze moet het blijkbaar zó zien: je hebt eindelijk werk, ga niet zeuren over behoorlijke arbeidsvoorwaarden’, zegt Berghuis. De werksters die niet bij een schoonmaakbedrijf in dienst komen, ontvangen geen cao-loon, maar het minimumloon. 'Ze hebben geen fatsoenlijke pensioen- en vut-regeling’, zegt Berghuis. 'Anders dan hun cao-collega’s krijgen zij geen aanvulling bij ziekte.’ Wie ziek is, moet het (na wachtdagen) zien te redden met zeventig procent van het minimumloon. Zo schept Sociale Zaken zelf een nieuwe onderkant in de schoonmaak.
De minister wil inderdaad niet garanderen dat de werksters minimaal onder de cao voor het Schoonmaak- en glazenwasbedrijf vallen.
'Onbegrijpelijk’, zegt Berghuis.
De schoonmaakbedrijven zelf zijn van mening veranderd. Hun vereniging de OSB was tot een week of drie terug even bezorgd over die oneerlijke concurrentie, herinnert Berghuis zich. Plots ging het OSB-roer om: de werkgevers kunnen zich prima vinden in Melkerts voorstel. Secretaris N. Davelaar van de OSB, opgewekt: 'Wij maken ons niet zoveel zorgen over oneerlijke concurrentie. We proberen de regeling zoveel mogelijk te verbinden aan schoonmaakbedrijven.’
Is de OSB, in zekere zin, omgekocht? Melkert besloot dat de technisch-administratieve uitvoering van de regeling in handen van de OSB zal komen. Levert dat geld op? 'Vanzelfsprekend verwachten we daar een budget voor’, zegt Davelaar.
Als het aan de OSB ligt, moeten werksters niet alleen kunnen schoonmaken, maar ook over sociale vaardigheden beschikken, om dan, volgens Davelaar, in te stromen in 'inleerschaal loongroep 1’. De twintigjarige verdient haar eerste halve jaar tien gulden vijfentwintig bruto per uur. Zwart werk is stukken lucratiever.
'Zul je zien dat bijstandsvrouwen verplicht gaan worden deze baantjes te aanvaarden’, sombert Berghuis. Met dank aan Sociale Zaken.