Het Einde31 mei 1908 – 10 mei 2009

Mellie Uyldert

Kruidenvrouwtje Mellie Uyldert omkleedde haar rassentheorie met ditjes en datjes ontleend aan esoterische geschriften. Haar erfenis: een kathedraal van leugens en beuzelpraat, een monument voor de domheid.

ZELDEN IS een publieke figuur in Nederland zo achteloos ten grave gedragen als Mellie Uyldert, bekend als het ‘Gooise kruidenvrouwtje’ en de ‘moeder van de Nederlandse New Age-beweging’. Die kwalificaties zijn veel te onschuldig. Uyldert was een gewiekste astrologe die wist dat je met onzin veel volgelingen kunt werven, mits je maar met veel aplomb veel onzin tegelijk verkondigt. Haar boeken, lezingen en columns vormen tezamen een monument voor de menselijke domheid. Niet de hare – de domheid van haar lezers en toehoorders.
Uyldert was een erfgename van de ‘kleine geloven’, zoals Jan Romein ze betitelde in het boek Op het breukvlak van twee eeuwen. Rond 1900 wemelde het van de ‘zuiverheidsbewegingen’ van theosofen, eugenetici, vrijmetselaren, spiritisten, homeopaten, vegetariërs, antirokers, blootvoeters, antikunstmesters en aardstralers. Ze weerspiegelden een diepe verwarring onder de elite, veroorzaakt door modernisering en democratisering. Door ‘geestelijke verdieping’ en esoterische inzichten trachtten de adellijke en industriële vrijgestelden zich alsnog boven de massa te verheffen. In de Gooistreek, de natuurlijke habitat van Uyldert, confereerden de zoekers en zieners aan de lopende band. Racisme, eugenetica, autoritaire denkbeelden, voedingsleer en ‘sexuele hygiëne’ waren vaste topoi. Allerlei kwakzalvers hielden er consult en jongedames van goeden huize konden er in conferentieoorden wegdromen bij het lokale orakel Frederik van Eeden of bij de verzen van de Bengaalse duisterling Rabindranath Tagore.
Uylderts alleenstaande moeder was een aanhangster van de Rein Leven-beweging die verkondigde dat seksualiteit de mens van ‘het hogere’ afhield. Elke gedachte die niet aan dat ‘hogere’ was gewijd, was eigenlijk al funest. Het was het ziekelijkste, meest gevoelsarme van de kleine geloven. Menno ter Braaks moeder zat er ook bij. Het verklaart zijn kille jeugd, waaraan hij in Het carnaval der burgers refereerde: ‘Naar het kind vraagt niemand. Men [= de ouder] vraagt slechts naar zichzelf en naar eigen superlatief.’
Mellie Uyldert, die levenslang ongetrouwd bleef, voelde zich er wel bij. Zij trad in haar moeders voetsporen en ontdekte bij zichzelf een natuurlijke aanleg voor de astrologie. Reeds na een paar lessen wist ze alles beter dan de docent omdat ze de vereiste kennis ‘op voorraad’ had, zoals ze het uitdrukte: ‘Als iets al in je zit, dan hoef je alleen maar op dat knopje te drukken en dan begint het eruit te komen. Tot mijn eigen verbazing bleek ik er een heleboel van te weten.’
Geen wonder, want voor astrologie hoef je niets te weten, behalve hoe je je publiek moet bespelen door het zijn eigen verlangens en angsten in astrologische verpakking terug te geven. Uitgaande van wat de sterren haar ‘vertelden’ bouwde Uyldert een doe-het-zelf-universum op waarin het blanke ras, in nauwe conjunctuur met de hemellichamen, streefde naar een nieuw ‘besef van eenheid’ voorbij de wetten van causaliteit en rationaliteit: ‘Hoe leeft de moderne mens? Met duizend kwalen, angst en depressies, verveling, walging en zelfmoordneiging. Dat hoeft niet, er is een weg terug. Een derde fase, van herkenning der kosmische wetten en ritmen, waarnaar men vrijwillig kan leven.’

VERGEET DIE vrijwilligheid maar. Uylderts universum is even hardvochtig als doelgericht: onvolwaardige rassen, volken en individuen worden onvermijdelijk gedood zoals vogels hun gebrekkige jongen uit het nest werpen. Tijdens de oorlog was Uyldert dan ook fout zoals ze voor de oorlog fout was en na de oorlog fout is gebleven: racistisch, autoritair, wars van rationaliteit en medemenselijkheid. Het stoorde haar volgelingen niet. Evenmin als het feit dat Uyldert zich beriep op het ‘eeuwenoude’ Oera Linda-boek (een geschiedvervalsing uit de negentiende eeuw), de geneeskracht van planten toeschreef aan hun ‘resonantie met planeettrillingen’ of het drinken van gedistilleerd petroleum aanbeval als probaat middel tegen kanker en rochelhoest.
In de oorlog vond ze gehoor bij de NSB, in de jaren zeventig bij gezaghebbende uitgeverijen en de NCRV, in de jaren tachtig bij milieuactivisten. Ze nam nimmer afstand van haar rassentheorie, maar omkleedde die handig met ditjes en datjes ontleend aan kruiden- en plantenboekjes, astrologische geschriften en populair-wetenschappelijke tijdschriften. Een allegaartje dat naar gelang de omstandigheden kon worden ingekleurd: voor en tijdens de oorlog fascistisch, na de oorlog christelijk, in de jaren tachtig groen en kleinschalig.
Begin jaren negentig probeerde lijsttrekker Hein Westerouen van Meeteren van De Groenen zelfs om haar bij zijn partij te betrekken. Uyldert en haar boezemvriendin Florrie Heubel, de weduwe van NSB-voorman Rost van Tonningen, moeten zich een kriek hebben gelachen over die linkse ecologen die voor een bord onbespoten linzen hun ziel aan haar verkochten.
Mede dankzij Mellie Uyldert zijn de kleine geloven groter geworden dan Jan Romein ooit voor mogelijk hield. Ze zijn meegegroeid met hun tijd en ten slotte zelf gedemocratiseerd, zodat tegenwoordig eenieder die het wil zich lid kan wanen van een superieure, esoterische minderheid, al dan niet geschraagd door geneeskrachtige edelstenen of Arische brandnetelsoep. Er zijn meer dan een miljoen boeken van haar hand verkocht.
De vraag ‘of Uyldert er zelf in geloofde’ doet er niet toe. Wij, achterblijvers, zitten opgescheept met haar erfenis: een kathedraal van leugens, beuzelpraat en intellectuele prullaria die nog altijd nieuwe, nietsvermoedende bezoekers trekt.