Anansy Cissé © Courtesy the artist

Als hoeders van de orale traditie en curators van het maatschappelijke bewustzijn speelden griotten – aristocratische families van lofzangers en poëten – eeuwenlang een politieke en bemiddelende rol in West-Afrikaanse samenlevingen. De dagen dat zij met hun poëzie conflicten konden beëindigen lijken weliswaar tot de voltooid verleden tijd te behoren, maar politiek en muziek liggen nooit ver uit elkaar in Mali. Soms staan muzikanten tot hun middel in het politieke moeras waar ze over zingen.

In 2018, op weg naar een muziekfestival, kruist het pad van Anansy Cissé dat van een bende Toeareg-rebellen. Zijn auto wordt aan de kant gezet. Cissé en zijn band worden mishandeld en gekidnapt. Hun instrumenten vernield. Ze zijn in de buurt van Timboektoe, Cissé’s geboortestreek. Een streek die in de nasleep van een gewelddadige revolte al jaren rebellen kweekt die zelfbeschikking verlangen en sharia-wetten bekrachtigen. Wetten die Cissé’s muziek als haram bestempelen. Het festival waar hij zou optreden stond in het teken van vrede en verzoening.

Ironie was zelden meedogenlozer. Het trauma trekt een wolk van desillusie en cynisme over hem heen. Zijn persoonlijke ambities zet hij in de ijskast en hij trekt zich terug in zijn studio in Bamako, de hoofdstad. Zijn brood verdient hij als producer, ten dienste van een jongere generatie artiesten. Wat heeft het immers voor zin om over liefde, rechtvaardigheid en verzoening te zingen in een wereld als deze?

Anoura (‘Het licht’) is de langverwachte opvolger van zijn veelbelovende debuut Mali Overdrive. Het is een reflectie op het alledaagse, een relaas van een man die de mens voorzichtig weer in vertrouwen heeft genomen omdat hij er zelf zojuist een op de wereld heeft gezet. Zijn maatschappelijke commentaar is indirect. ‘Tiawo’ gaat over het belang van onderwijs in het leven van wanhopige jonge mannen, ‘Nia’ over moederfiguren in een samenleving geplaagd door norse vaders. ‘Balkissa’ – een warme woestijnwind van reverb en distortion – is een vurige liefdesbetuiging aan zijn vrouw Bally, die elders op de plaat wonderschone achtergrondzang verzorgt.

Desertblues is een term van westerse makelij die oorspronkelijk de literatuur in sloop om onder meer de muziek van de populaire Toeareg-band Tinariwen te duiden. Het lastige aan deze paraplu-term is dat er een grote verscheidenheid van Noord-Malinese culturen en muzikale tradities onder schuilt. Cissé laat zich inspireren door zijn Noord-Malinese Songhai-afkomst en spreekt dezelfde muzikale taal als de legendarische gitarist Ali Farka Touré. Hij is tevens in dialoog met invloeden die vanaf de overkant van de Atlantische Oceaan zijn komen aanwaaien. Zo begeeft hij zich voorzichtig in onontgonnen gebieden. Zijn elektrische gitaar beklimt de pentatonische toonladder met een innemende cadans: het echoot dramatisch, giert diffuus en verweeft zich naadloos met de bezwerende melodieën van de soko – een eensnarige Malinese viool – en de subtiele ritmisch complexe Songhai-percussie.

Anoura beschikt over een gelaagdheid die zich pas na meerdere luisterbeurten ontvouwt. Een gelaagdheid die er zorgvuldig in is gemasseerd met de bedachtzaamheid van een man die weer voorzichtig durft te hopen in een hopeloze wereld.


Anansy Cissé, Anoura