Meneer de rechter…

Zolang je je partner niet op overspel betrapt, is het gemakkelijk van hem of haar te houden. Een dief of moordenaar herken je ook niet op het eerste gezicht. Kortom, zolang je ergens geen getuige van bent, zit je op rozen.

Meneer de rechter, wie ben ik om te zeggen dat ik in God geloof? Ik ben te nietig om me in een adem met Hem te durven noemen. Wel heb ik veel bewondering voor Hem. Vooral vanwege het feit dat Hij nooit de fout heeft gemaakt zich publiekelijk te vertonen. Ik wel. Toch heb ik, meneer de rechter, geprobeerd zo onzichtbaar mogelijk door het leven te gaan. Ik heb me nooit ergens in gemengd, nooit wilde ik ergens getuige van zijn. Dat ik nu in de getuigenbank zit is dan ook de ironie van het lot.
Voordat ik u ga vertellen wat ik weet, stel ik er prijs op dat de griffier het volgende noteert. Wat mij betreft is kennis helemaal geen macht, maar een blok aan het been. Al op school zorgde ik er voor bij de geschiedenisles niet op te letten en weigerde ik categorisch iets negatiefs te zeggen over onze historische figuren, of het nu Stalin, Napoleon of Atilla de Hun betrof. Laat staan dat ik mij een oordeel over de levenden aanmatig. Want over de levenden niets dan goeds.
Ik speelde een onschuldig computerspelletje tot plotseling het apparaat door een virus werd besmet. Zo kwam ik als eerste te weten dat de Amerikanen bezig zijn om, samen met de Chinezen, de Japanners economisch te ontwrichten door op grote schaal Palestijnse hoeren te importeren, die naar bekend in Israel ongewenst zijn. Voor ik verder ga, meneer de rechter, wil ik graag een glas water. Dank u, mevrouw de griffier. En kijk me niet zo aan. Wij zijn allemaal, dag in dag uit, getuige van de meest vreselijke misdaden. Wij troosten ons met de gedachte dat ook God al die zwijnerijen ziet - en zwijgt. En dat wij dus niet slechter zijn dan Hij.