Meneer jeruzalem

Hij was achtentwintig jaar burgemeester van Jeruzalem. Teddy Kollek is nu 84 jaar en nog altijd ‘meneer Jeruzalem’. Zijn saaie baantje werd in de loop der tijd erg spannend.
JERUZALEM - Dertig jaar lang viel zijn leven samen met dat van zijn stad. Maar toen Teddy Kollek zich in 1965 verkiesbaar stelde als burgemeester van Jeruzalem, dacht hij eigenlijk niet dat hij het ook echt zou worden. Sterker: hij wilde het helemaal niet, hij vond het maar een saaie baan. Teddy Kollek bleef daarna 28 jaar lang burgemeester van Jeruzalem. In 1993 was hij 82 jaar en weer kandidaat, maar toen werd hij verslagen door de veel jongere, rechtse politicus Olmert. Maar hij is nog altijd opgeruimd in de weer voor zijn stad, als voorzitter van de dertig jaar geleden door hem gestichte Jerusalem Foundation. Zijn medewerksters noemen hem liefkozend ‘Teddy’.

Toen ik hem enkele weken geleden sprak in zijn sobere kantoor, voelde Israel zich nog schaamteloos onschuldig. Drie weken later zou Rabin worden vermoord.
Teddy Kollek geldt als een geboren Wener, maar hij is in 1911 geboren in Nagyvaszony, een onooglijk dorp in de buurt van Boedapest. Als jonge jongen sloot hij zich aan bij een zionistische jeugdorganisatie en in 1935 kwam hij naar Palestina, waar hij in een kibboets ging wonen. Jeruzalem zag hij voor het eerst in 1936. Hij was net erg ziek geweest, had tyfus gehad, toen een vriend hem de stad liet zien: ‘Maar ik was in een nogal bijzondere geestesgesteldheid. Mijn knieen en mijn geest waren nog zwak. Wat ik zag was niet de stad, maar een serie bezienswaardigheden. Het maakte grote indruk op me, maar dat was gedeeltelijk omdat ik daar op dat moment zeer gevoelig voor was.’
In uw autobiografie lijkt u een heel modern mens. Bent u niet meer iemand voor de metropool Tel Aviv?
'Nee, helemaal niet. Tel Aviv is een stad die overal zou kunnen liggen. Jeruzalem is uniek. Dat is niet alleen een kwestie van godsdienst, het heeft ook te maken met hoe de stad er uitziet. Er zijn maar heel weinig steden in de wereld waar de muren nog intact zijn. In Rome vind je kleine stukjes muur. Avignon heeft een muur, maar die is van baksteen, niet van natuursteen. We hebben de muur hersteld met stenen uit dezelfde drie of vier steengroeven waar de oorspronkelijke stenen vandaan kwamen. Ze krijgen op den duur hetzelfde patina.’
'TOEN IK IN 1965 burgemeester werd, vond ik dat bijna jammer. Ik had me alleen kandidaat gesteld om mijn solidariteit met Ben Goerion te tonen, ik had absoluut nooit gedacht dat ik zou worden gekozen. Het was een saaie baan in een vervelende stad. Er was geen museum, geen theater, er waren aan onze kant geen interessante bezienswaardigheden, geen opgravingen. Er waren wat sociale problemen, verder niets. In 1967, na de hereniging van de stad, werd het veel interessanter, de meest interessante taak die je maar kon bedenken.’
U staat erom bekend dat u ook rekening hield met de Palestijnse kant.
'Lang niet genoeg. Maar ik heb gedaan wat ik kon. Als je te maken hebt met een minderheid, dan krijg je altijd kritiek. Dat kan niet anders, ze denken altijd dat ze slecht worden behandeld. Daarom hebben wij in veel gevallen geprobeerd de dingen voor de Arabische minderheid een klein beetje beter te doen dan voor de rest van de stad. Toen de brede weg naar de Arabische stad Ramallah werd aangelegd, vond de regering het helemaal niet nodig daar bomen langs te planten, maar ik stond erop dat er net zoveel bomen zouden worden gezet als in het westen van de stad en ook nog een bloemenperk in het midden om het een beetje mooier te maken. We bouwden een heel mooie kliniek voor de Arabieren, de mooiste kliniek van het land, met vrolijke kleuren, twee operatiekamers, een eigen apotheek.’
Toch is het voor Palestijnen moeilijk om huizen te bouwen, terwijl de joodse wijken zich enorm hebben uitgebreid.
'Dat is tot op zekere hoogte de fout van de Arabieren en tot op zekere hoogte komt het doordat er joden zijn die een hekel aan Arabieren hebben. De Arabieren hebben meer problemen met het krijgen van bouwvergunningen. Daar klagen ze terecht over. Gedeeltelijk ligt dat aan henzelf. Als je hier een gebouw neerzet, moet je veertig procent van de grond aan de stad geven, voor wegen, scholen, parken, openbare gebouwen. Dat begrijpen zij niet; waarom zouden ze een deel van het land afgeven dat ze nog van hun grootvader hebben gekregen? Maar er is ook een Bouwcommissie en daarin zitten altijd mensen die het moeilijk maken voor Arabieren om een gebouw neer te zetten.’
Daar heeft u niets aan kunnen veranderen?
'Nee, zeker niet, dat is allemaal aan regels gebonden. Maar je kunt het ook breder zien. In 1948, toen de stad in tweeen werd gedeeld, woonden er aan beide kanten 70.000 mensen. In 1967 waren er aan onze kant 180.000 Israeli’s en aan de andere kant nog steeds 70.000 Arabieren. Wij hadden ons deel van de stad ontwikkeld, maar zij hadden er helemaal niets aan gedaan. Sindsdien zijn beide kanten even hard gegroeid. Er zijn nu 190.000 Arabieren en 400.000 Israeli’s, dus de verhoudingen zijn sinds 1967 hetzelfde gebleven. Het is waar dat de woningnood in hun deel van de stad groter is, maar er zijn geen Arabieren weggegaan. In tegendeel, er zijn er meer bijgekomen, omdat ze hier gemakkelijker werk vinden.’
U WAS ER HEEL erg tegen toen Likoed- politicus Ariel Sharon een huis kocht midden in de moslimwijk van de Oude Stad.
'Sharon en sommige van zijn aanhangers denken dat ze de Arabieren kunnen verjagen en hun plaats innemen. Dat is volkomen onmogelijk. De Arabieren zullen hier blijven, ze voelen zich verbonden met deze stad. Ook de Arabieren hebben allerlei soorten illusies. Het idee dat Mohammed hier op z'n paard naar toe kwam, een nacht stopte in Jeruzalem en toen naar de hemel ging om de koran te ontvangen, vind ik niet erg plausibel. Het verhaal toont alleen aan dat je niet rechtstreeks van Mekka naar de hemel kan vliegen, je moet via Jeruzalem. Maar de verbondenheid van de Arabieren met deze stad staat buiten kijf. Sharon hoefde dat huis trouwens niet eens te kopen. Het was in 1880 door Russische joden gebouwd en in het kadaster staat het nog steeds geregistreerd op naam van die joden.
Vanaf ruwweg 1912 en al eerder begonnen joden uit de Oude Stad te verhuizen naar nieuwe wijken buiten de muur. Hun huizen in de Oude Stad lieten ze gewoon achter. Er gingen anderen in wonen, krakers zoals overal ter wereld, en de laatste vijftig jaar woonden er Arabieren in. Het was een provocatie van Sharon - tien tot vijftien politiemensen moeten daar bij toerbeurt de wacht houden, of hij er nu is of niet. Voor hetzelfde geld hadden er drie Israelische fabrieken met joodse ingenieurs naar de stad kunnen komen.’
Ik zag groepen van de Ateret Kohaniem de moslimwijk van de Oude Stad intrekken en allerlei huizen als joods bezit opeisen.
'Wat wilt u dat ik zeg? Ze hebben recht op hun mening, zolang ze geen geweld gebruiken. Er is ook de kwestie van de heilige plaatsen. We hebben de Tempelberg overgelaten aan de Arabieren. De Tempelberg is onze belangrijkste heilige plek. In de hele wereld keren de joden zich naar de Tempel als ze bidden of een synagoge bouwen. Niet zo lang geleden was ik er en sprak ik met de moefti. Ik zei: “U weet toch wel dat u dit alleen maar tijdelijk hebt.” “Wat? Tijdelijk?” “Ja”, zei ik, “tot de Messias komt en dan zal hij beslissen aan wie het toebehoort.” Hij zei: “En wat gebeurt er als de Messias een moslim blijkt te zijn?” “Nou ja”, zei ik, “dat risico ben ik bereid te nemen, als u het andere risico neemt.” ’
IN HET VREDESPROCES wordt Jeruzalem tot het laatste stadium bewaard, omdat het zo'n moeilijk probleem is. Israeli’s en Palestijnen willen Jeruzalem als hun hoofdstad.
'Als de Arabieren dat hadden gewild hadden ze al 1400 jaar hun hoofdstad in Jeruzalem kunnen hebben. Maar ze hebben hun hoofdsteden nooit in heilige steden gevestigd. Veertig jaar geleden bouwden ze hun hoofdstad in Amman, terwijl Jeruzalem van hen was. De eis dat Jeruzalem de Palestijnse hoofdstad wordt, heeft te maken met een jong en zeer uitbundig nationalisme en ik geloof niet dat we daarmee moeten instemmen.
Ik heb er altijd voor gevochten dat iedereen die hier woont, dezelfde rechten heeft. Toen de stad verenigd werd, boden wij hen een keuze: Israeli worden of een speciale Jeruzalemse identiteitskaart krijgen. Op het ogenblik willen duizenden Arabieren plotseling Israeli worden omdat ze ongerust zijn over wat er gaat gebeuren. Ze zijn bang hun rechten kwijt te raken. Het is een ingewikkelde situatie. Hoe het zal aflopen, weet ik niet. Ik heb een districtenstelsel uitgeprobeerd. De drie eerste Arabische districten hebben enige vorm van zelfbestuur. Misschien is dat de oplossing. Of misschien zullen ze hun hoofdstad in Ramallah of Betlehem vestigen. Er komt heus wel een oplossing.’
U gelooft niet in internationalisering van de stad?
'Dat heeft nog nooit ergens gewerkt. Het heeft altijd tot oorlog geleid. Kijk maar naar Danzig. De Verenigde Naties zijn een heel goede instelling, maar niet erg effectief. Hoe effectief zijn ze geweest in Bosnie? Jeruzalem is een arme stad, met een enorm begrotingstekort. De Israelische regering past het verschil bij, maar zouden de Verenigde Naties dat ooit doen? Maar Jeruzalem kan alleen maar een verenigde stad blijven als de grote meerderheid van de Israeli’s bereid is de anderen dezelfde voorrechten te geven die ze zelf hebben. Daar moet je voor vechten, zoals je ook moet vechten voor de zwarten in Amerika, die daar toch ook nog maar tweehonderd jaar wonen.
Twee hoofdsteden in een stad is ook geen oplossing. Dan heb je al gauw twee politiemachten, twee wetten, twee douanes en de stad is weer verdeeld. Jullie journalisten hebben geen geduld, jullie willen altijd een onmiddellijk antwoord.
Ik kan best wachten. We hebben 2000 jaar gewacht voor we hier terug konden komen, we kunnen nu best nog eens honderd of tweehonderd jaar wachten. Ik hoef vandaag niet de oplossing te geven, er zullen oplossingen worden gevonden en ik hoop dat dat goede oplossingen zullen zijn.’
NU ZIJN ER DE festiviteiten voor 3000 jaar Jeruzalem.
'Nee. Omdat 3000 jaar geleden koning David zijn hoofdstad in Jeruzalem heeft gevestigd. Er wonen hier al vijf- of zesduizend jaar mensen. Tweeduizend jaar geleden ontstond hier het christendom en laten zij dan alsjeblieft ook enorme festiviteiten hebben. Drieduizend jaar geleden was Jeruzalem veel kleiner dan andere steden, zoals Babylon of Nineve. Maar al die andere oude steden zijn verdwenen en Jeruzalem bestaat nog steeds. Ik geloof niet in wonderen, maar ik heb er geen verklaring voor.’
Er komen steeds meer religieuze joden die daar wel een verklaring voor hebben.
'Ze zijn vrij om te geloven wat ze geloven en hebben dezelfde rechten als iedereen. De moeilijkheden zijn nu alleen groter geworden omdat ze zekerder van zichzelf zijn en er overal in de wereld een oorlogszuchtiger stemming heerst.’
Ze hebben een heel eenvoudige ideologie: de bijbel heeft ons dit land beloofd, dus moeten we het houden.
'En ik heb een even eenvoudige mening: ik wil niet over een ander volk heersen. Je kunt alleen maar een oplossing vinden als je er rekening mee houdt dat de Palestijnen, en ook de christenen, hier zullen blijven. Het kost tijd, maar ik heb er vertrouwen in dat zo'n oplossing er uiteindelijk zal komen.’
EEN MAAND NA dit gesprek lees ik in de Jerusalem Post een droevig stukje van de hand van Teddy Kollek over de moord op Yitzhak Rabin. Rabin was niet zijn grote vriend, maar wel iemand die hij in de laatste jaren steeds meer is gaan waarderen. Hij vertelt in dat stuk dat hijzelf ook vaak bedreigd is, niet door Palestijnen, maar door extremistische joden, joodse burgers van Jeruzalem. Hij voelt, zegt hij, na de dood van Rabin 'een onbeschrijfelijke droefheid, iets wat ik nog nooit zo heb ervaren, maar ik voel geen wanhoop. Ik geloof dat het gezonde verstand zal overwinnen en dat Peres zal doorgaan ons naar vrede en stabiliteit te leiden langs Rabins pad’.