Interview - Mohsin Hamid

Mens en metamorfose

Verandering behoort tot de essentie van de mens, meent schrijver Mohsin Hamid. Als we dat accepteren, kunnen we van de toekomst gaan dromen, ongehinderd door angst en nostalgie.

Waarschijnlijk had niemand verwacht dat de nieuwe roman van Mohsin Hamid zou zijn wat hij geworden is. Wel hadden zijn vaste lezers verwacht dat de roman politieke invloeden zou kennen. Immers, de romans waarmee Hamid (1971) doorbrak, hadden hun voeten ferm op de grond in de echte wereld. Zijn inmiddels verfilmde The Reluctant Fundamentalist (2007) ging over een Pakistaanse jongen die ijverig grote stappen zet op de corporate ladder in New York, totdat op een warme dinsdagochtend zich twee vliegtuigen in het World Trade Center boren en hij, als eerste impulsieve reactie, moet glimlachen. Zijn collega’s zouden het nooit begrijpen, maar hij ziet meteen de symboliek, ziet hoe de statuscultuur van de VS is aangetast. Zijn besef van identiteit overvalt hem en drijft hem richting zijn eigen wortels, weg van Wall Street. Aan het einde van de roman moet de lezer zelf bepalen of hij nu slechts anti-Amerikaans is geworden, of volledig geradicaliseerd.

Small hh 10222089
Mohsin Hamid (1971) © Geraint Lewis / HH

Daarna verscheen How to Get Filthy Rich in Rising Asia (2013), een roman geschreven in de vorm van een zelfhulpboek, waarin Hamid op een bijna knipogende manier laat zien hoe het graaien naar het Grote Geld sociale cohesie in traditionele landen afbreekt en vervangt door de holle beloftes van selfmade miljonairs. En tussendoor publiceerde hij ook nog Discontent and its Civilizations (2014), een essaybundel die liet zien hoe onmogelijk verstrengeld wortels kunnen zijn. Zijn jongensjaren bracht hij door in California, zijn puberjaren in Pakistan, hij studeerde aan Princeton en daarna Harvard Law School, werkte bij McKinsey en daarna een internationaal marketingbedrijf.

Ik woonde in Pakistan tijdens de hoogtijdagen van zelfmoordaanslagen en drone strikes, in Londen voor en na de aanslagen en in New York tijdens een tijdperk dat ten einde kwam van de aanslagen van 11 september, schreef hij. Discontent and its Civilizations was een poging een beeld te geven van hoe het is als wereldburger te leven tijdens de vliegveldparanoia en xenofobe mediadebatten van de war on terror.

En nu is daar dan Exit West, een roman die in de Engelstalige media direct is opgepikt als wat nog wel eens de roman van het jaar zou kunnen zijn. De politiek is meteen aanwezig, vanaf de eerste bladzijde: als sluimerenderwijs een burgeroorlog uitbreekt in een niet bij naam genoemde Arabische stad vlucht het jonge, verliefde stel Nadia en Saïd, op zoek naar een veilige plek. Dat de vluchtelingencrisis in zijn proza doorwerkt hadden de critici nog wel verwacht. Maar wat waarschijnlijk niemand verwachtte is dat Hamid zijn noodlottige geliefden laat vluchten via deuren die op een plek opengaan, maar op een andere plek, duizenden kilometers verder, weer dichtgaan. Nadia en Saïd springen over de wereld, van Londen naar San Francisco, van een grachtenhuis in Amsterdam naar vijfsterrenhotels in Dubai. Het maakt het boek niet alleen magisch-realistisch, maar vooral romantisch, of tragisch, omdat Exit West vooral lijkt te gaan over hoe moeilijk het is je menselijkheid te behouden in tijden van oorlog en migratie.

Op Skype ziet Hamid er vriendelijk uit, met de uitdagende glimlach van iemand die zin heeft in een goed gesprek. Ook als hij over grimmige toekomstscenario’s praat, doet hij dat opgewekt en lacherig, met vrolijke hyperbolen. De verbinding valt vaak weg, want het is heet in Lahore, Pakistan, richting de veertig graden, en daarin gedijt wifi slecht. Dus verloopt het gesprek grotendeels zonder beeld, alleen met geluid.

‘Toen ik met mijn gezin terugkeerde naar Pakistan zei iedereen dat ik gek was’, vertelt Hamid. ‘Op het vliegveld zeiden ze het al tegen me: wat doe je in godsnaam hier, je had weg moeten blijven! Iedereen die ik sprak wilde zelf weg richting Europa of de VS. Jonge studenten, professionals, je kapper, de man die je tv-kabel komt fixen. Dit was in december 2009. Nog ver voor Trump, nog voor Brexit. Maar toch zag je in het Westen al “the writing on the wall” en merkte je dat er een anti-immigrantenstemming de kop opstak. Je zag de retoriek van politici opvlammen. Die tegenstrijdigheid bleef me bij, van mensen die weg wilden, en andere mensen die niet wilden dat ze kwamen.

En tegelijk had ik in die periode heel veel gesprekken zoals deze, via Skype, via mijn smartphone, met mensen in Amsterdam, en Rio de Janeiro of Sydney. Maar het was alsof ze hier bij me in de kamer stonden, ik kon ze zien via het kleine schermpje op mijn computer. We leven meer en meer in een tijd waarin onze technologische realiteit onze fysieke realiteit in elkaar doet storten. Je hebt jongeren in Pakistan die alles weten van een dj in Rotterdam, en zich kleden alsof ze zijn opgegroeid in Brooklyn. En toen zat ik een keer achter mijn computer en bedacht ik: wat nu als ik een roman schrijf waarin er geen technologische schermen zijn, maar echte schermen, waar je doorheen kunt stappen?’

Is migratie een literair thema?

‘Migratie draait om metamorfose. Dat is sinds Ovidius een literair thema. Als je migratie metaforisch beschouwt, dan is oud worden ook een vorm van migratie, of trouwen, naar de universiteit vertrekken, een lange reis maken. Migratie is gedwongen verandering, het dwingt je jezelf opnieuw uit te vinden.’

U schrijft over niet-metaforische migratie. Toch?

‘Wanneer we geconfronteerd worden met een nieuw bestaan op een nieuwe plek kunnen we die onbekende toekomst omarmen, of proberen vast te houden aan het verleden dat we kennen. Ik ken mensen die voordat ze immigreerden grote toekomstdromen hadden, en die nadat ze immigreerden conservatief werden en zich op hun verleden gingen richten. Omgekeerd ken ik mensen die comfortabel waren in de cultuur die ze verlieten, om vervolgens helemaal moeiteloos enthousiast op te gaan in de nieuwe cultuur waarin ze arriveerden. Je weet vooraf nooit welke persoon welk pad zal nemen. Dit is wat er met Nadia en Saïd gebeurt in Exist West: ze weten dat hun leven zal veranderen, maar niet in hoeverre ze zelf zullen veranderen.’

‘Als je migratie metaforisch beschouwt, dan is oud worden ook een vorm van migratie, of trouwen, een lange reis maken’

In een korte scène in het boek wast Nadia haar kleren in een badkamertje. Ze is dolgelukkig, heel even, omdat ze voor het eerst sinds haar vertrek een moment voor zichzelf heeft. Heel even is ze weer Nadia, en niet ‘een vluchteling’.

‘Ik schrok toen ik Is dit een mens van Primo Levi las, zijn verslag van zijn verblijf in Auschwitz. Hij is totaal verrast als hij erachter komt dat de mensen hem als een jood zien. Niet dat hij zijn joods-zijn verwerpt, maar het was nooit belangrijk gevonden. En nu wordt dat ene, onbelangrijke ding ineens het belangrijkste in zijn leven. Daar lopen vluchtelingen tegen aan: ik denk dat duizenden mensen de Middellandse Zee oversteken met een idee van wie ze zijn, wat hen maakt tot wat ze zijn, en ze komen vervolgens in een systeem terecht waar al die dingen er niet toe doen. Opeens gaat het over je paspoort, je geboorteplek. Hoe blijf je menselijk, hoe blijft je idee van zelf overeind?’

Mohsin Hamid en zijn vrouw keerden terug naar Pakistan net nadat ze hun eerste kind hadden gekregen. Een meisje. Zelf waren ze opgegroeid in Lahore en waren ze dolblij geweest dat ze konden gaan studeren in de VS, weg van huis, weg van de familie. Maar hun dochtertje riep vragen op: als ze in Engeland bleven zou ze naar school gaan, Engelse vriendjes maken, ze zou over Pakistan gaan denken als een gek, raar, ouderwets sprookjesland waar ze niks te zoeken had. Als ze nu niet teruggingen, zou het onmogelijk worden ooit nog te gaan.

Medium gettyimages 527434034
Foto’s van enkele van de vluchtelingen en asielzoekers die in Calais hebben gezeten zijn door een vrijwilliger van Secour Catholique verzameld zodat anderen kunnen zien of hun vrienden of geliefden langs deze weg hebben gereisd © In Pictures Ltd. / Corbis via Getty Images

‘Ik denk niet dat ik per se een nostalgisch persoon ben – ik hoop het niet – maar naarmate je ouder wordt ga je toch zachter denken over de wereld waarin je bent opgegroeid’, zegt hij. ‘Zowel mijn vrouw als ik groeide op in een huis met onze ouders en grootouders. Daarin wilden we weer meedoen.’

Nostalgie is een politieke kracht geworden, schreef u al in Discontent and its Civilizations. Waarom nu meer dan ooit?

‘Omdat we steeds ouder worden, met z’n allen. Naarmate samenlevingen rijker worden, worden ze gezonder, en leven de burgers dus langer. En mensen die ouder worden, gaan nu eenmaal anders in het leven staan. Dat bedoel ik niet op een voor de hand liggende “fuck de babyboomers”-achtige manier, maar we moeten erkennen dat vergrijzing onherroepelijk zorgt voor een morele verandering in de maatschappij. Het verandert onze perspectieven. Het verandert onze durf om naar de toekomst te kijken, en het verandert onze weerbaarheid om met veranderingen om te gaan. Het zorgt ervoor dat we liever terugkijken naar het verleden.’

En we leven in een tijd waarin veranderingen steeds sneller plaatsvinden?

‘Het leven van mijn ouders verschilde een beetje van het leven van mijn grootouders, mijn leven verschilde al behoorlijk van het leven van mijn ouders, en de levens van mijn kinderen verschillen totaal van mijn leven. Ik groeide op in een Pakistan met één tv-kanaal dat een paar uur per week aan stond; mijn kinderen zitten as we speak met hun gezichten ongeveer vastgelijmd aan hun iPad – het is vrijdag, dus dan mogen ze een paar uur; daar kijken ze de hele week naar uit. Ze hebben toegang tot meer kennis en informatie en communicatie dan wie dan ook ooit.

Hoe verdragen we die veranderingen? Neem de ijsbeer. Als je over een paar duizend jaar de temperatuur langzaam opvoert, zal hij leren te overleven zonder ijs, zal hij meer het land opzoeken, hij zal in feite een grizzlybeer worden. Maar als je die temperatuur in een eeuw opvoert, zal hij verdrinken. Organismen zijn uitgerust om maar een bepaalde hoeveelheid verandering te kunnen verdragen – nu zijn mensen gekke organismen, omdat we dankzij techniek nooit helemaal op onze biologie zijn aangewezen, maar misschien denken we te weinig na over of het ons wel lukt ons mentaal aan te passen aan de technologische vooruitgang.

Als je je afvraagt waarom over de hele wereld mensen zo boos en zo bang zijn, moet je misschien in deze hoek kijken. Het menselijk brein is zo afgesteld dat we negatieve informatie als veel belangrijker beschouwen dan positieve informatie. Als je een stuk oranje fruit ziet hangen geeft je brein een signaaltje “hé, lekker, sinaasappel”. Maar als je een stukje oranje vacht in de bosjes ziet dat van een tijger zou kunnen zijn, dan verandert dat alles. Terecht, als je dat stukje fruit mist is er wel weer een ander stukje fruit, maar als je die tijger mist, dan lig je aan stukken.

‘Jongens die zich aansluiten bij IS kunnen geen toekomst verzinnen, dus verzinnen ze een verleden om in te leven’

Vertaal dat naar onze wereld van vandaag. Je kunt elke dag van het jaar over straat lopen, mensen zeggen hallo, je ziet iets leuks in de etalage, prima. Die dagen vergeet je. Maar die ene dag per jaar dat iemand op die straat ineens boos tegen je doet, iets obsceens zegt, iets racistisch, is de dag die je nog jaren bijblijft. Het is the flash of the tiger.’

Welke rol spelen media en technologie hierin?

‘De media hebben al lang ontdekt dat ze onze aandacht veel beter kunnen vangen met tijgers dan met sinaasappelen. Ze laten ons wel wat sinaasappelen zien, maar de permanente stroom tijgers is niet te missen. Geweld, terreur, migratie, verkrachtingen, hongersnood, racisme, seksisme, pedofielen. Dit komt uit onze telefoons, en we leven in een wereld vol tijgers. Maar de feiten zijn dit: op deze planeet consumeert de gemiddelde mens meer calorieën dan ooit, het percentage mensen dat sterft door honger of geweld neemt al eeuwen af, meisjes krijgen steeds meer kansen die vroeger alleen voor jongens waren weggelegd. Deze mensen op deze planeet zijn rijker en gezonder en beter af dan ze ooit zijn geweest – en toch hebben we het idee dat we omringd zijn door oorlog en geweld.

In die ring of fire is het moeilijk om een positieve toekomst voor ons te zien. Dat is ons probleem. Daarom luisteren we naar volksmenners die zeggen dat ze ons weer zo groot gaan maken als dertig, veertig jaar geleden, terwijl we vergeten dat veertig jaar geleden life sucked als je een vrouw was, of homo, of zwart.

Nostalgie is voor mij het onvermogen echt vooruit te kijken. En dan moet je denk ik ook IS zien als een uiting van nostalgie. IS biedt jonge mensen een bepaald soort nostalgie, niet naar de islam van vijftig jaar geleden, maar naar die van 1300 jaar geleden. Maar die jongens die zich erbij aansluiten leven in diezelfde ring of fire; ze kunnen geen toekomst verzinnen, dus verzinnen ze een verleden om in te leven.’

Waar kom je nog wel toekomstdromen tegen?

‘Ik denk dat iedereen het ermee eens is dat de visionairs van deze tijd in Silicon Valley zitten. Maar denk daar eens over na: technologie is neutraal. Het kan kanker genezen of de wereld voeden. Het kan ook de wereld vernietigen door smart landmijnen, of chemische wapens. Dus als we de toekomst aan de technologen overlaten, is er geen enkele garantie dat het een morele toekomst is. Vergelijk het met voedsel. Als we onze relatie met voedsel laten bepalen door de bedrijven die voedsel maken en verkopen, dan komen we in een epidemie van obesitas terecht, dan drinken we frisdrank uit literbekers en eten we plofkippen, en krijgt iedereen diabetes.

Zoals de voedselindustrie ook de wereld kan voeden en voor gezonde maaltijden kan zorgen, zo kan de technologie ook geweldige dingen doen. Een app op je telefoon waardoor je kinderen met hun opa en oma aan de andere kant van de wereld kunnen kletsen. Geweldig. Maar als je duizend van die verschillende apps hebt krijg je een communicatie- of informatieobesitas – het leidt af, je weet niet meer wat belangrijk is en wat niet, het haalt onze menselijkheid uit balans.’

Hoe treden we daar tegen op?

Je kunt proberen maar een uur per dag op je mobiele telefoon te zitten. Dat is lastig, ik probeer het. Maar zoals de voedselindustrie voedsel creëert dat je maar kunt blijven eten zonder vol te raken – je kunt op een dag twaalf Big Macs eten, terwijl het vroeger nooit in je op zou komen twaalf appels te eten – zo creëert de mediawereld zoveel snelle, korte content en entertainment dat je nooit meer wegzapt. Zoals de tabaksindustrie bewust zijn klanten verslaafd maakte, zo proberen al die honderdduizenden vrolijke start-upbedrijven dat ook. We mogen de toekomst niet aan de techneuten overlaten.’

Aan wie moeten we de toekomst dan overlaten?

‘Willen we onze menselijkheid weer in balans krijgen, dan moeten we de vraag blijven stellen “wat is een mens?” Wie kunnen die vraag beantwoorden: priesters, psychiaters, filosofen, schrijvers, sommige politici, de paus, de dalai lama. We worden ouder, onze levens veranderen, we gaan dood. (lacht) Dat zijn misschien niet dingen waar we de hele dag over na willen denken, maar het is wel de essentie van wat het is om een mens te zijn: verandering en vergankelijkheid. Metamorfose. Als we weer accepteren dat verandering het meest menselijke is dat er bestaat, dan accepteren we veranderingen in ons leven en in onze maatschappij. Dan hoeven we niet permanent bang te zijn voor de toekomst. Want hoe nostalgisch je ook bent, iedereen weet dat elke toekomst gelijk staat aan verandering.’


Mohsin Hamid, Exit West, De Bezige Bij, 176 blz., € 19,95. Vertaling: Saskia van der Lingen