James Doohan, 3 maart 1920

Mens in de ruimte

De dood van James Doohan, beter of eigenlijk uitsluitend bekend als «Scotty», markeert het einde van een unieke franchise. Dit jaar werd bekend dat er geen nieuwe Star Trek-series of -films meer zullen worden gemaakt.

In de populaire cultuur is Star Trek: The Original Series nog altijd een fenomeen. Sinds jaar en dag storten mediawetenschappers, filosofen en psychologen zich op de culturele betekenis en de artistieke kwaliteiten van de oorspronkelijke serie. Ook de randverschijnselen zijn vruchtbaar onderzoeksmateriaal, met name de fan culture. Volwassen mannen slapen in Star Trek-pyjama’s en er bestaat genoeg Star Trek-literatuur, zowel fictie als non-fictie, om kasten mee te vullen. Toen de Nasa in 1976 een proefmodel van de spaceshuttle Enterprise doopte, geschiedde dat in aanwezigheid van vrijwel de hele Star Trek-«bemanning» alsmede de geestelijke vader van de serie, Gene Roddenberry. Dit jaar gaf het team van Opportunity, het Mars-karretje van Nasa, een stapel rotsen op de Meridiani-vlakte op Mars de naam Scotty ter nagedachtenis aan acteur James Montgomery Doohan, die de rol van Eerste Ingenieur Montgomery Scott in de serie vertolkte en op 20 juli overleed op de leeftijd van 85 jaar.

Geen fancultuur kan zonder factoids. Doohans sterfdag is toevallig dezelfde dag waarop in 1969 de eerste maanlanding plaatsvond. Nog frappanter: op de kop af één jaar voor zijn dood werd Scotty geëerd met een ster op de Walk of Fame aan Hollywood Boulevard. Eregast bij die gelegenheid was de oude astronaut en Apollo 11-veteraan Neil Armstrong, die zich in zijn speech direct tot Scotty richtte en zei: «Als oude ingenieur wil ik tegen jou, ook een ingenieur, zeggen: dank je wel, Scotty.» Het was een grapje, maar Armstrong verwoordde intussen wel degelijk hoe veel kijkers over Scotty en Star Trek denken.

Geen ander product van de populaire cultuur – met als mogelijke uitzondering Mickey Mouse – heeft zich zo centraal in het bewustzijn genesteld als Star Trek. Mickey en Trek staan voor verhalen die zich hebben losgeweekt van de wereld van de fictie om over te steken naar de werkelijkheid – vandaar dat Armstrong over Scotty kon spreken alsof de acteur ook in het echt astronaut was. Het «realisme» van Star Trek wordt in februari aanstaande nog een stapje verder doorgedreven wanneer Doohans stoffelijk overschot met een raket van het Amerikaanse bedrijf Space Services Inc. de ruimte in zal worden geschoten.

Het wegvallen van Scotty, een van de populairste personages uit de serie, viel min of meer samen met de aankondiging dat er voor het eerst sinds de jaren zestig geen nieuwe Star Trek-televisieseries of -films meer zullen worden gemaakt. Het betekent het einde van de franchise, hoewel «einde» in populair televisiedrama een relatief begrip is. Vandaar dat William Shatner, de acteur die de rol van Captain Kirk vertolkte, begin dit jaar geheimzinnig sprak: «Ik denk dat er nog plannen zijn…»

Scotty is dood, Kirk leeft nog. En hij is de man waar de serie echt om draait. De fans willen het niet horen, maar alle incarnaties van Trek zijn cultureel ondergeschikt aan en van artistiek mindere kwaliteit dan het origineel uit de Kirk-jaren 1966-69. In The Next Generation (1987-94) is Picard een saaie piet, moreel smetteloos en allerminst een feilbare man van de actie zoals Kirk. In Deep Space Nine (1993-99) lopen te veel kinderen rond en zijn de plots navenant infantiel. In Voyager (1994-2001) is de kapitein voor de verandering een vrouw («Janeway») en dat is aardig, maar die serie wordt bedorven door te veel aliens in malle kostuums. In Enterprise (2001-2005) ten slotte is de verhaaltechnische afstand tot het origineel te groot geworden.

Al die series missen wat Star Trek ooit onweerstaanbaar maakte: de mengelmoes van verhaalkunst, satire en zelfspot. Een groot deel van het plezier dat aan de oorspronkelijke serie valt te beleven is te danken aan de verfijnde, vaak hilarische dialoog. Bijvoorbeeld Kirk tegen Mr Spock: «You’ve been most patient with my kinds of madness.» Of dokter McCoy: «What kind of people are we in this universe?» Scotty: «In my opinion, that’s a machine.» Nogmaals McCoy: «He looks human, but of course that doesn’t mean a thing.»

Nog leuker zijn de talrijke verwijzingen naar Shakespeare, bijvoorbeeld die naar Macbeth in de aflevering Catspaw (1967). Kirk en bemanning ontmoeten op de planeet Pyris VII drie heksen die sissen: «Winds shall rise/ and fog descend/ So leave here all/ or meet your end.» Reactie van Mr Spock: «Very bad poetry, Captain…» Of de aflevering Elaan of Troyius (1968) die een hervertelling is van The Taming of the Shrew met Kirk in de rol van Petruchio. Of de knipoog naar Julius Caesar in de film Star Trek: The Undiscovered Country (1991) waarin Klingon-heerser Chang schuimbekkend uitroept: «Cry havoc! And let slip the dogs of war.» In Mirror Mirror (1967) steekt Sulu, met litteken op de wang, in zijn zucht naar macht Richard van Glouchester uit Richard III naar de kroon. En in By Any Other Name (1967) maakt Kirk al citerend uit Romeo & Juliet een vrouw het hof.

Zulke referenties en de complexiteit van de verhalen en karakters máken de oorspronkelijke serie. En er is geen complexer karakter dan dat van Kirk. Van alle personages in Star Trek is hij het meest houdbaar gebleken. Zijn immense culturele voetafdruk blijkt bijvoorbeeld uit de door Quentin Tarantino geschreven film True Romance (1993), waarin hoofdpersoon Clarence (gespeeld door Christian Slater) letterlijk leeft voor de populaire cultuur. Wanneer zijn vriend een bijrol krijgt in de politieserie T.J. Hooker, waarin Shatner de hoofdrol vertolkt, is Clarence in de zevende hemel. «Wat!» schreeuwt hij: «Jij gaat spelen naast… Captain Kirk!» Voor Clarence bestaat Shatner hoegenaamd niet, behalve als Kirk.

Wie is James T. Kirk? Dat vraagt ook Joel Engel zich af in The Myth and the Man Behind Star Trek (1994), een boek over Star Trek-schepper Roddenberry. Engel komt op de proppen met een citaat van sciencefictionschrijver Isaac Asimov, bekend van onder meer de robotromans, waaruit blijkt dat deze een vinger in de pap had bij het ontwikkelen van het Kirk-personage. Roddenberry ging namelijk bij zijn vriend Asimov te rade over de vraag hoe Kirk interessant kon worden gemaakt.

In zijn antwoord schrijft Asimov: «Shatner is een uitstekend acteur, iemand die zou kunnen gedijen in verhalen waarin hij de gelegenheid krijgt vermommingen aan te trekken of andere rollen van een ongewone aard te vertolken.» Asimov had het idee dat Shatner een aantrekkelijker personage zou worden wanneer zijn collega en boezemvriend Mr. Spock zijn leven zou redden of wanneer hij en Spock vaker zouden optreden als tweemanschap. Asimov: «Het gaat erom dat mensen aan Kirk zouden denken wanneer zij aan Spock denken.»

Dat is nogal een onthulling. Had Engel zelf wel in de gaten wat hij had ontdekt? Wat hier in feite staat, is dat Kirks personage niet de verdienste is van Roddenberry maar van Asimov, een van de grondleggers van de moderne sciencefictionliteratuur. Kirk heeft dus, anders dan vaak wordt gedacht, een literaire oorsprong. Het verklaart veel: Kirk als dubbelganger, Kirk als onderdrukte homoseksueel, Kirk en Mr Spock als twee delen van de menselijke psyche – al die aspecten vallen terug te voeren op Asimov. In het verlengde hiervan ligt Kirks rol als betekenisgever in de jungiaanse analyse van Star Trek. Deze benadering van de serie lijkt de meest vruchtbare.

Star Trek is te beschouwen als een Kammerspiel. De meeste scènes, zeker in de eerste twee jaren, spelen zich af op de Enterprise en hebben als centraal gegeven het verbeelden van emoties. Ook wanneer de bemanning zich laat stralen naar vreemde planeten is de actie daar beperkt tot ruimten waarbinnen de personages spanningsvolle momenten beleven. Die keuze kwam voort uit praktische overwegingen: de serie werd in een studio gemaakt in een tijd waarin er nog nauwelijks sprake was van special effects. De gesloten, gestileerde set is dus onbedoeld een metafoor.

Star Trek draait om Kirk, dat wil zeggen om zijn persona. Kirk is een leider die in de meeste afleveringen verantwoordelijk is voor het leven van zijn bemanning. Maar overeenkomstig de denkbeelden van Carl Gustav Jung raakt hij verwikkeld in conflicten wanneer de andere elementen van zijn Zelf zich manifesteren, bijvoorbeeld de Schaduw, het onderdeel van het Zelf waarvan de mens het bestaan probeert te ontkennen hoewel het een onlosmakelijk deel van hem is. Beroemd is de aflevering waarin Kirk oog in oog komt te staan met een parallelle, door en door slechte Kirk. De archetypen Vader, Zoon, Held en Wijze Man zijn niet alleen herkenbaar in Kirk, ze zijn ook evident in Star Trek als geheel. Kirk is de Vader, Mr Spock de Wijze Man. Bones McCoy, de scheepsarts, is Wijze Man, maar gedraagt zich ook vaak als een kind, als Zoon. Al deze personages, maar ook ingenieur Scotty, zijn Helden.

Naast de verschillende betekenissen waaraan Star Trek zijn artistieke meerwaarde ontleent, biedt de serie vooral een spiegelbeeld waarin kijkers zichzelf en hun wereld kunnen herkennen. De serie is een commentaar op tijd en plaats, op politieke, maatschappelijke en ideologische realiteiten. Veel is er geschreven over de wijze waarop de strijd tussen de Federatie en de vijand, het Klingon-volk, als allegorie voor de Koude Oorlog dient. Minder nauwgezet ontleed is de reflectie van de serie op wetenschappelijke en technologische werkelijkheden.

Het «tricorder»-apparaat waarmee de bemanningsleden onderling communiceren is een merkwaardige vooruitwijzing naar de hedendaagse gsm. En er is meer: de Enterprise is een vroege, gedroomde versie van de ruimteschepen en ruimteveren die nu min of meer gewoon zijn geworden; het laserpistool valt te beschouwen als voorloper van de tazer gun, gebruikt door politieagenten in Amerika, en het idee van het alternatieve universum en later van de «holodeck» in Star Trek: Generations is een voorloper van het hedendaagse immersive gaming waarbij virtuele realiteit centraal staat.

Maar de visionaire diepgang van Star Trek blijkt het meest uit denkbeelden over robots en kunstmatige intelligentie. The Changeling, in 1967 uitgezonden, bevat veel ideeën over kunstmatige intelligentie die pas in de jaren daarna voet aan de grond kregen in de wetenschappelijke wereld. In het verhaal is de Enterprise in de greep van een intelligente robot, Nomad geheten. Net als in Asimovs dystopische robotverhalen slaat Nomad op hol. Hij – beter gezegd: het – is ervan overtuigd dat de mensheid een biologisch risico vormt en dus moet worden uitgewist. Grondslag voor die overtuiging is de fascistische gedachte dat alles wat niet perfect is, dient te worden vernietigd. Opkomst: Vader/Held/Wijze Man Kirk. Hij slaagt erin de robot te doen geloven dat hij zelf heeft gefaald, waarna Nomad zich opblaast.

In de slotscène van The Changeling kristalliseert heel de grootsheid van Star Trek. De spanning wordt afgebouwd terwijl Kirk, Spock en Bones in de stuurcabine zitten. Kirk maakt een grapje: Nomad had hem beschouwd als zijn eigen schepper, zijn «moeder». En hij zegt met die typisch shatneriaanse glinstering in zijn ogen dat hij «trots» was op zijn «zoon». De acteurs spelen deze, overigens frequente momenten van comic relief met diepe warmte en menselijkheid. Iets om je aan vast te klampen in bange dagen, niet alleen in de vervreemdende sfeer van de serie, maar ook in het dagelijkse leven waarin gebrek aan innerlijke overtuiging schering en inslag is.

Hoe slecht komen onze echte politieke leiders er niet af vergeleken bij Kirk. Kirk faalt, scheldt, pleegt overspel. Kirk verraadt zijn vrienden. Kirk wordt gek. Hij is een mens – een mens in de ruimte. En hij weet altijd zijn fouten te herstellen, zij het slechts tot op zekere hoogte. Is dat een sprookje? Natuurlijk. Wat er ook gebeurt, Kirk blijft lachen. Ondanks de vervreemdende sciencefictionmaterie verdampt de afstand tussen kijker en programma. We zijn op de Enterprise, tussen de sterren, met onze familie en onze vader James Tiberius Kirk.=James Doohan, 20 juli 2005.