film

Mens tegen dier

Fantastic Mr. Fox

Het script in Fantastic Mr. Fox, Wes Andersons behoorlijk volwassen verfilming van Roald Dahls klassieke kinderboek, bevat prachtige tekstuele vondsten. Zo zegt mevrouw Vos, diep onder de grond en op de vlucht voor het industriële geweld van de entrepreneurs Bolus, Bits en Biet, verontwaardigd: ‘Am I being flirted with by a psychotic rat?’ Inderdaad, tegenover haar staat Rat, het knaagdier dat de vluchtende families Vos, Das, Konijn, Mol en Wezel bij iedere gelegenheid dwarszit. De wijze waarop Anderson met name Rat neerzet, vertelt veel over zijn visie op het bronmateriaal. Bij Dahl is Rat een vies, zielig personage, bij Anderson is hij een gestoorde kung-fu-specialist begeleid door spaghettiwesternmuziek. Wat hiermee precies wordt verteld, is onduidelijk. Toch heeft het werk door deze vrije vertaling van Dahl een vrolijke, anarchistische toon, typisch Anderson dus, en daardoor onweerstaanbaar.
Andersons films creëren vaker een eigen, gesloten thematisch universum. Anthony Lane, criticus van The New Yorker, hekelt in zijn bespreking van The Life Aquatic with Steve Zissou (2004) bijvoorbeeld de 'opzettelijk vreemde’ scènes, die de kijker achterlaten met 'de indruk bijna te zijn verdronken in het een of andere melancholieke spel’. Wat Lane bedoelt, blijkt verder heel goed in Hotel Chevalier (2007), een pijnlijk mooie korte film behorende bij Andersons The Darjeeling Limited (2007). Hierin is Peter Sarsteds kitcherige jaren-tachtighitje Where Do You Go To My Lovely een terugkerend motief, maar waarom juist dit nummer blijft een raadsel.
In Fantastic Mr. Fox volgt Anderson het verhaal van Dahl in grote lijnen: Meneer Vos (de stem van George Clooney) en Mevrouw Vos (Meryl Streep) wonen in een hol op een heuvel boven op het dal waar Bolus, Bits en Biet hun boerderijen hebben. De strijd spitst zich toe tussen dier en mens, tussen Meneer Vos, een wild wezen, instinctmatig op jacht naar kippen en kalkoenen en appelcider, en de drie zakenlieden, die de 'beschaafde’ wereld van de intensieve veehouderij en in het verlengde hiervan megasupermarkten personifiëren. Wanneer de dieren op de vlucht slaan voor de mensen krijgt de strijd een ideologische lading; de familie Vos en de anderen gaan ondergronds, als een verzetsbeweging, terwijl de mensen met grote machines en massavernietigingswapens het land verwoesten in een wraaklustige poging 'recht’ te laten geschieden.
Prachtig is dat Anderson gestalte geeft aan deze tegenstelling tussen 'boven’ en 'onder’, goed en slecht, met een combinatie van stop-motion-animatie en een meer platte tekenstijl, bijna alsof het om een prentenboek gaat. Deze vormgeving doet denken aan het grafische design in Steve Zissou waarin het schip in sommige scènes in een dwarsdoorsnede in beeld komt. De personages lijken dan even gemaakt van bordkarton, maar op de een of andere manier zijn ze dat allerminst. Want Anderson werkt altijd met zware thema’s: familie of gezinnen, zowel echt als symbolisch, met gekke vaderfiguren, nuchtere moeders en buitenissige kinderen die complexe relaties met elkaar onderhouden.
Neem Mevrouw Vos. Zij weet gewoon dat ze nooit met Meneer Vos had moeten trouwen. Toch houdt ze van hem, ook nu hij door een crisis gaat. Namelijk: de noodzaak zichzelf te zijn, een wild dier, een jager van kippen en kalkoenen. Maar tegelijkertijd moet hij ook vader en echtgenoot zijn. Andersons film zit dankzij het intelligente script vol met dit soort dubbele betekenissen, die samen het 'melancholieke spel’ opmaken waarover Lane in The New Yorker schrijft. Maar soms is het spel helder. Zoals onder de grond, de gevaarlijke machines van de heersende ideologie razend op de oppervlakte, en Mol (Bill Murray) die Meneer Vos van 'double talk’ beschuldigt, en moeder die de ruzie sust met een politiek statement: 'We zijn allemaal anders. Maar dat is juist fantastisch.’

Te zien vanaf 29 april