Mens, aap en samenleving

‘Mens-zijn, wat is dat?’

Het recht van de sterkste is achterhaald, vindt primatoloog Frans de Waal. En Darwin wordt verkeerd begrepen. ‘De natuur is niet noodzakelijkerwijs competitief.’ Maar er vindt een herwaardering plaats van het verband tussen mens en dier.

Medium 04294834

NIEMAND IN Atlanta weet in de verste verte waar het Yerkes National Primate Research Center ligt. En op de homepage van Emory University staat geen adres vermeld. Een tocht van een uur in een Dodge met Vietnamveteraan Chuck door een subtropisch glooiend landschap, deep down south - waterlopen, hoge bomen, veel witte huizen met veranda’s, met op die veranda’s grote zwarte gezinnen. Chuck rijdt eerst pal voorbij de toegangsweg van het veldstation, want er staat geen bord.

‘Dierenactivisten zijn luie mensen, dus die komen niet helemaal naar hier’, verklaart Frans de Waal de geheimzinnigheid, 'maar better safe than sorry’. Hij verontschuldigt zich voor zijn Nederlands - 'ik woon al bijna dertig jaar in Amerika, ik schrijf en denk in het Engels’ - maar het is exact en foutloos.

In een houten keet hangen portretten van apen. Portretten, niet zozeer foto’s. Hij maakt ze zelf, en het valt op: geen twee apen zijn hetzelfde. Iedere aap heeft een naam, en, zo vindt De Waal, heeft zonneklaar een eigen persoonlijkheid. Is ook een persoon. Met eigen voorkeuren, antipathieën, met nukken en met luimen. Is in staat tot jaloezie en ook tot genereuze daden. Sommige apen zijn aardig, andere niet. Niets menselijks is de aap vreemd, stelt De Waal (’s-Hertogenbosch, 1948) in zijn vele boeken die 'in een dozijn talen worden vertaald’. Hij schenkt zichzelf koffie in, vergeet z'n gast want duikt direct op de computer met de laatste data, en laat zich door zijn PhD-studenten bijpraten over hoe de chimps het het afgelopen etmaal maakten. Dat aap Georgia voedsel deelde met aap Peony. Dat aap Missy in een hoekje zat te mokken.

Nu we hier toch zijn: zijn wij apen?
'Ja. We zijn primaten, dat is zeker. We vallen onder de primatenorde. En de primatenorde is in feite zo genoemd omdat wij mensen erin zaten - als primus inter pares om het zo te zeggen. Toen Linnaeus ons bij de primaten stopte, had hij ons eigenlijk bij de chimpansee willen stoppen, in hetzelfde genus, dezelfde subcategorie, maar daar heeft-ie van afgezien omdat hij problemen verwachtte met het Vaticaan. Vandaag de dag zijn er heel veel wetenschappers die vinden dat we tot hetzelfde genus behoren, maar dat gaat niet gebeuren, want de mens wil een apart genus hebben voor zichzelf. Dus zitten we in het genus Homo en niet in het genus Pan. Ikzelf ben er persoonlijk trouwens niet van overtuigd dat we tot hetzelfde genus behoren als de chimpansee, want ik vind toch dat de mens met z'n naaktheid en met z'n tweebenige gang anatomisch genoeg verschillend is om z'n eigen groep te hebben. Het is niet alsof je ons zou verwarren met een chimpansee of zo. Maar laten we naar de apen gaan.’

Hij zet z'n rieten hoed op. In grote omheinde buitenruimtes doen twee groepen chimpansees hun eigen ding. Een ijzeren trap leidt naar een uitkijkpost van twee bij twee met perspex vensters, waar De Waal urenlang zit om te observeren. 'Pas op met je recorder: als hij valt, ben je ’m kwijt.’ Acht apen hebben lol met kartonnen dozen.

Hij bestudeert primaten. 'Eigenlijk zijn wij tweevoetige mensapen.’ En langzaamaan, in 25 jaar, is zijn focus verschoven en verbreed - van het dier naar de mens. Van Chimpanseepolitiek: Macht en seks bij mensapen, het boek dat hem in 1982 beroemd maakte, tot De aap in ons uit 2005. En dus is bioloog De Waal thans hoogleraar psychologie aan Emory University. Want, vindt hij, 'onze menselijke natuur is geheel aan herziening toe’.

Dat is nogal wat…
'Ik ben bioloog. Ik bestudeer dieren. Psychologie, de wetenschap die zich bezighoudt met het innerlijk leven en het gedrag van de mens, is afgeleid van ____, de ziel. De psychologie komt uit de filosofie en de westerse filosofie komt, deels, uit de theologie. De psychologen denken nog steeds dat de mens iets heel aparts is - zoals zeker de theologie denkt. De biologie komt voort uit de aristotelische wetenschap; heeft dus helemaal niets te maken gehad met religie en is ongevoelig voor dat mens/dier-verschil. Ik ben een bioloog in hart en nieren in de zin dat ik geloof dat alles heel geleidelijk is ontstaan en dat er een continuïteit is tussen alles, inclusief de mens, maar ik maak uitstapjes in de filosofie en in de psychologie. Ik zou waarschijnlijk heel blij geweest zijn om met vissen te werken of met vogels, want ik houd van alle dieren, maar zo gauw je met mensapen werkt, ligt het voor de hand vergelijkingen met mensen te trekken - dus die vergelijkingen trek ik voortdurend. 25 jaar geleden bestond daar weerstand tegen. Toen ik wegging uit Nederland woedde de affaire-Buikhuisen. Nederland was op dat moment uiterst vijandig jegens biologische benaderingen van gedrag. Je werd uitgemaakt voor fascist. Ik droeg in die tijd het haar tot op mijn schouders en was links, maar ik zat in een “agressieclub” waar we discussies hadden tussen biologen, psychiaters en criminologen zoals Buikhuisen - en ik wist wel beter. Nederland was destijds totaal niet ontvankelijk voor de darwinistische visie op de mens en Amerika was al een eindje verder.’

Had de affaire-Buikhuisen te maken met een uit de hand gelopen linkse babyboomersfrustratie?
'Ja. Nederland was natuurlijk sowieso veel linkser dan Amerika. Voor de linkse ideologie is biologie een beetje vijandig. De feministen hadden hetzelfde probleem: als je wilt geloven dat je de maatschappij kunt veranderen, de positie van vrouwen in de maatschappij kunt verbeteren, dan is biologie niet zo handig. Want de biologie vertelt jou: mannen zijn anders dan vrouwen. En als je liever wilt horen: mannen zijn eigenlijk hetzelfde als vrouwen, dus je kunt met je rolverdeling alle kanten op, alles is maakbaar, dan heb je met de biologie een probleem. De tabula rasa van de mens valt goed bij linkse mensen, want linkse mensen willen de maatschappij veranderen. Inmiddels is Nederland een heel biologievriendelijk land. De evolutietheorie, die hier in Amerika nog steeds problematisch is in bepaalde kringen, is in Nederland nooit een issue geweest. Zo min als in Engeland, waar Darwin vandaan komt. Darwin was beïnvloed door Smith en Hume, de grote Schotse filosofen, en hij was beïnvloed door het denken over kapitalisme, dat in die tijd op gang kwam. Dat hele idee van “concurrentie is goed” is herkenbaar bij Darwin - en is herkenbaar in de bakermat van de industriële revolutie. Een rationele en ook zeer protestantse visie. Die ons ver gebracht heeft. Maar die naar mijn mening niet in alle opzichten juist is en waar ik in mijn recente boek Een tijd voor empathie ook deels tegenin ga. Het hele idee dat alles op concurrentie is gebaseerd is nogal kleindenkend, want de mens is natuurlijk veel meer dan een concurrentiemachine.’

Medium 20 me 2bmacs 5b1 5d

De apen in uw boeken lijken inderdaad weinig op machines. Ze onderhandelen en paaien, laten soms de kost voor de baat uitgaan, delen voedsel met hun vrienden. Ze zijn gierig of zijn genereus, troosten en laten zich troosten, tonen mededogen met een hulpeloze soortgenoot, doen soms goed om-niet. Zo de aap, zo ook de mens?
'Zeker. Er is in de geschiedenis van de biologie iets gebeurd waardoor de laatste dertig jaar de mens is afgeschilderd als een volkomen zelfzuchtig wezen. Darwin zag een continuïteit tussen de dierlijke sociale instincten en de menselijke moraliteit. Volgelingen als Richard Dawkins proberen een onverbiddelijke scheidslijn te trekken tussen die twee. Dat was niet de visie van Darwin en ook niet de mijne. Als je zegt: een hond voelt je aan, een hond kan zich inleven, een hond heeft empathie, dan zal iedereen die een hond heeft dat kunnen beamen.
Je hebt twee soorten mensen: je hebt mensen die het absoluut geen probleem vinden als je ze vergelijkt met dieren. Die zeggen: ja, mijn hond doet dat ook. Mensen zijn jaloers, dieren zijn jaloers, dat is voor hen zeer vergelijkbaar. En je hebt de andere helft van de mensen, die voelt zich beledigd. Die heeft zich kennelijk ingebeeld iets totaal anders te zijn dan een dier. Of ze weten niet wat een dier is. Die groep wordt volgens mij kleiner. Het is overigens een verschil dat je nooit ziet bij kinderen; ik heb nog nooit een klein kind gezien dat niet vergeleken wil worden met een hond of weet ik wat. Voor een deel is de plaats van mens en dier beïnvloed door de wetenschap. Psychologiestudenten worden gedrild in het wij-zijn-anders, hoewel de meeste van de verschillen die genoemd worden in mijn opinie fictief zijn.’

Ik proef wrevel.
'Het ergert me inderdaad als wetenschappers dingen aannemen in plaats van ze te onderzoeken. Het is niet enkel dat ze dieren niet hoog genoeg inschatten wat betreft hun intellectuele leven, maar het is óók dat ze de mens zien als een puur rationeel wezen. De mens is naar mijn mening deels rationeel, maar wordt vooral gedreven door emoties. Hume heeft ooit gezegd - en Damasio heeft dat recentelijk herhaald - dat je eigenlijk helemaal niet kunt denken zonder emoties. Zonder de emotionele investering in een probleem zou een probleem helemaal niet interessant zijn. Zoals Hume het stelde: de ratio is de slaaf van de emoties. Tot nog niet zo heel lang geleden was de behavioristische school dominant: ieder antropomorfisme was fout, emoties bij dieren, daar kun je maar beter niet over spreken, mentale processen bij dieren hebben we helemaal niet nodig om hun gedrag te begrijpen et cetera. De founding fathers van het behaviorisme, Skinner en Watson, vonden dat conditionering - pavloviaanse processen dus - de basis is van alle gedrag. Watson geloofde dat dat ook voor mensen gold, en dat is de reden waarom hij bijvoorbeeld niet hield van moederlijke emoties, want hij wist niet wat je daarmee aanmoest. Gewoon belonen en straffen en that’s it.
In de jaren vijftig en zestig is dat hele behaviorisme voor de mens dus ingestort. De cognitieve psychologie kwam op en niemand zal meer zeggen: alles wat de mens doet is gebaseerd op conditionering. Maar voor het dier is het oude beeld nog min of meer gehandhaafd. Het behaviorisme heeft zich om zo te zeggen teruggetrokken naar het dier. Maar er vindt op dit moment een kentering plaats. Een herwaardering van het verband tussen mens en dier, mede onder invloed van de neurowetenschappen. Die kijken naar de hersenen van een mens en naar de hersenen van een aap en zien dat er geen enkel onderdeel in de mensenhersenen zit dat ook niet in de apenhersenen zit.’

Geen enkel?
'Geen enkel. Ze hebben onlangs de neuronen geteld in de hersenen van mensen en van apen en het menselijk brein is niet onderscheidbaar van een groot apenbrein. Moderne neurowetenschappers doen experimenten bij ratten op het gebied van angst, liefde, affectie en agressie en trekken dan conclusies over hoe processen van angst en liefde werken bij de mens. Ze trekken de hele dag door allerlei lijnen tussen dierlijke hersendelen en menselijke hersendelen en hebben geen enkele moeite met het idee dat misschien bepaalde emoties bij dieren voorkomen. Er is eerder dit jaar een paper uitgekomen over empathie bij muizen - en empathie bij muizen is een groot onderwerp aan het worden. Al het tegenweer tegen dierlijke emoties is in rap tempo aan het verdwijnen.’
In 2006 leverde u het wetenschappelijke bewijs dat olifanten, net als mensapen en dolfijnen, zelfbewustzijn bezitten. Maar empathie bij muizen? Ik dacht dat empathie stopte bij apen?
'Nee nee! Empathie is een multi-layered fenomeen. De meest basale empathie vind je bij alle zoogdieren en waarschijnlijk zelfs ook bij vogels. De meer geavanceerde empathie, daar waar je het perspectief van iemand anders neemt, is waarschijnlijk beperkt tot laten we zeggen olifanten, dolfijnen, mensapen en de mens - maar ik weet niet of je een scherpe lijn moet trekken.’

Waar blijft in uw biologie het mens-zijn?
'Mens-zijn, wat is dat? (stilte) Wat betreft moraliteit zie ik continuïteit tussen apengedrag en menselijk gedrag. Ik weet niet wat mens-zijn betekent. Dat woord is eigenlijk een typisch Nederlands woord; mens-zijn. We hebben niet paard-zijn. Dat bestaat toch niet: paard-zijn?’

Nee.
'Dan weet ik niet wat het is. Mens-zijn betekent dat je een mens bent? Nou voilà, waarvan akte.’

U zegt: het is een typisch Nederlands woord?
'Ik ken het begrip niet in het Engels. Humanness?’

Nou ja: je hebt 'humanism’…
'Humanism is heel interessant. Ik heb in 2009 een eredoctoraat gehad van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. En ik vond dat een opmerkelijke connectie, want daar had ik nooit goed over nagedacht: humanisme en de biologische benadering van de mens. Speciaal mijn benadering, die uiteindelijk een optimistische visie heeft - het goede in de mens komt ook bij dieren voor en is dus niet slechts een dun laagje menselijk vernis waaronder een woedende aap schuilt - is dus heel compatibel met humanisme.’

Want u geeft een verklaring.
'Ja. Het humanisme heeft zich natuurlijk altijd gedefinieerd ten opzichte van de religie. Misschien staan ze nu open voor een ander perspectief op zichzelf.’

Medium lana 5b1 5d

'KIJK!’ ROEPT De Waal ineens, 'a hawk! Hoe noemen ze dat ook alweer in Nederland? Geen buizerd, maar een havik.’ Ik zie niets. 'Ik ben een geboren waarnemer.’
Als zijn vrouw een nieuw boek in de boekenkast heeft gezet of een pot jam in de ijskast, ontgaat het hem niet. Daarom doet hij keer op keer ontdekkingen die andere biologen ontgingen. Dringt hij diep tot de dieren door. 'Ik houd van dieren en respecteer ze, en ik geloof dat dat me een betere onderzoeker maakt.’ Reden voor de majesteit om hem dit jaar de hoge onderscheiding van Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw toe te kennen. En het tijdschrift Time nam hem op in de lijst van honderd meest invloedrijke personen. Zijn boek over chimpanseepolitiek, zoveel is bekend, circuleerde op grote schaal in het Witte Huis en in het State Department.

'Nee, ik geloof niet dat ik rechtstreeks het regeringsbeleid beïnvloed. Maar mijn werk wordt natuurlijk gelezen buiten de biologie en buiten de psychologie. Het wordt gelezen door filosofen en door theologen, door psychiaters, en vooral door heel veel economen - dus het druppelt vér buiten mijn eigen kleine vakgebiedje. Dat is waarschijnlijk wat ze bedoelen met invloedrijk. Daar streef ik natuurlijk ook naar, anders zou ik niet hoeven te populariseren. De helft van mijn werk bestaat uit wetenschappelijke artikelen. Maar als je een wetenschappelijk artikel schrijft, zelfs al komt het uit in het beste blad en krijg je media-aandacht; een week later weet niemand meer wat je ook al weer precies zei. Chimpanseepolitiek, over macht en coalitievorming bij mensapen, is al 25 jaar in druk en heeft inderdaad ook politici bereikt.
Soms word ik uitgenodigd door beleidsmakers, door het Pentagon en dat soort clubs. Die zetten “denktanks” op, hun favoriete woord, en dan nodigen ze een antropoloog uit of een econoom en in mijn geval een primatoloog. De Pentagon-bijeenkomst vlak na de val van de Berlijnse Muur was wel komisch. Die ging erover hoe de wereld eruit zou zien als we maar één supermacht hadden - zijzelf natuurlijk. Mijn commentaar was dat als je een supermacht hebt in een grote groep, je automatisch een coalitie krijgt daartegen, want je hebt balance of power-theorieën, en die gelden zowel op het internationale vlak als voor het gedrag van chimpansees. Maar dat was iets wat het Pentagon helemaal niet wilde horen, dat een supermacht tegenwicht zou krijgen. Gelukkig was er een politieke wetenschapper die hetzelfde zei over internationale relaties, want van mij wilden ze het niet aannemen. En dat is precies wat er met de Irakoorlog ook gebeurde. Ik zag een foto in The New York Times van de Russische, Chinese, Duitse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken glimlachend lopend naar een bijeenkomst waar ze de plannen van George Bush gingen torpederen.’

En nu, met de Obama-regering, ziet u dat uw werk wordt opgepikt?
'Ik geloof van wel, ja. Het is heel moeilijk onderscheid te maken tussen de nieuwe regering en de nieuwe economische realiteit, maar er is de laatste tijd veel meer belangstelling voor een psychologische benadering van de markt en van de economie. De vraag die nu hardop gesteld wordt is: wat is de menselijke natuur? Want de menselijke natuur vóórdat de economie in elkaar stortte was er een van zelfzucht en dat was prima, want zelfzucht leidt tot economische groei om het zo maar te zeggen. En dat hele zaakje is in elkaar gestort. De Chicago School of Economics is nu in diskrediet; Greenspan is in diskrediet. De meeste mensen in deze samenleving kijken nu naar zelfzucht als iets wat het probleem heeft veroorzaakt.’
Hoe vertaalt zich dat politiek?

'Als je een politiek systeem helemaal baseert op het idee “concurrentie is goed” en “de vrije markt zorgt altijd voor de beste uitkomst”, dan krijg je het resultaat dat wij hier in Amerika nu hebben gehad. Je hebt hier een gezondheidssysteem dat helemaal uit elkaar aan het vallen is omdat de verzekeringsmaatschappijen veel geld willen verdienen. Zo gauw iemand ziek is, gooien ze ’m eruit, daar verdienen ze hun geld mee. Als alles gereguleerd wordt door de markt, krijg je een systeem dat deels mensvijandig wordt. Competitie is niet noodzakelijk goed voor de mens. Hier in Amerika wordt alles beslist door geld. Als je hogesnelheidstreinen wilt hebben, krijg je meteen de lobbyisten voor de olie en de lobbyisten voor de auto en de lobbyisten voor het rubber, want je gebruikt minder rubber als je in de trein stapt - en dus gebeurt het niet, al zou het voor het land en de omgeving beter zijn om treinen te hebben. Het is niet mijn taak als primatoloog om met concrete voorstellen te komen, maar ik kan wél zeggen dat over het algemeen de menselijke natuur niet puur competitief is.’

U LIJKT TE suggereren dat voor de gemeenschap als geheel - ook vanuit een utilitaristisch standpunt bezien - het profijtelijker is wanneer de sterksten niet het onderste uit de kan halen.
'Sommige Amerikanen, met name de Republikeinen, zeggen altijd: wij hebben de beste gezondheidszorg van de wereld. En dat klopt: als je rijk bent heb je hier een fabuleuze health care. Maar over het geheel genomen is de gezondheidszorg veel te duur. Zestien procent van het inkomen van dit land gaat naar de zorg, in Nederland is dat acht procent of zo. Dus: ze betalen te veel voor wat ze krijgen. Volgens hun gedachtegang zou je met een profijt-gebaseerd systeem geld uitsparen - en dat is hier dus niet het geval.
De jaren van Thatchers “there is no society” zijn voorbij. Er zijn de laatste maanden een stuk of vijf boeken verschenen over solidariteit en empathie. De propagandisten van de ongebreidelde vrije markt worden aangevallen en je kunt nu nog niet zeggen wat voor gevolgen dat heeft. Welhaast zeker is dat Obama niet gekozen zou zijn als de economie niet was ingestort. Ik had al heel lang plannen om over empathie te schrijven, maar toen mijn boek zo ongeveer in zijn laatste stadium was, oktober 2008, kwam de clash. Dat is ook de reden waarom we het The Age of Empathy hebben genoemd, want het was duidelijk dat er een enorme omslag in het denken plaatsvond. De mens is niet slechts voor andere mensen een wolf. De zelfzuchtige genen, de moordzuchtige aap, de natuur met rode kaken en klauwen, is zeker niet het hele verhaal. Niet meer. Hebzucht is uit, empathie is in.’


Onlangs verscheen van Frans de Waal De aap uit de mouw: Over dieren maar vooral over mensen, Contact, 224 blz., € 18, 95. Vorig jaar verscheen Een tijd voor empathie: Wat de natuur ons leert over een betere samenleving, Contact, 312 blz., € 24,95.
Volgende week wordt in De Groene Amsterdammer Dick Swaab geïnterviewd over darwinisme en het brein


Beeld: (1) Frans de Waal (Bert Beelen / HH). (2) Frans de Waal aan het werk (Chaterine Marin). (3) Bonobo vrowutje Lara (Frans de Waal).