Jonge schrijvers lezen Hella S. Haasse

Menschelijke domheid

Vorig jaar is een begin gemaakt met de uitgave van het verzameld werk van Hella S. Haasse. Op deze plek wordt dit heuglijke feit op de voet gevolgd door een nieuwe generatie schrijvers.

Hella S. Haasse
Fenrir (Verzameld werk)
Querido, 172 blz., € 18,95

Nabokov zei: ‘Literature was born when a boy came crying wolf, wolf and there was no wolf behind him.’ In de roman Fenrir van Hella Haasse zijn behoorlijk wat wolven te vinden, en ook personages die zich om onduidelijke redenen verwant voelen met wolven. Op de achterflap staat: ‘Op een landgoed in de Ardennen heeft de bekende pianiste Edith Waldschade een privé-wolvenkamp. De jonge journalist Matthias Crone, bezig met het samenstellen van een wolvenencyclopedie, gaat er met een oude schoolvriend op af. Tijdens hun weekend in de Ardennen ontmoeten ze ook de andere bewoners van het landgoed, die allen hun eigen geheimen met zich meedragen. Tussen hen heerst een voelbare spanning, die uiteindelijk leidt tot een moordaanslag. De ware toedracht achter dit familiedrama valt moeilijk te achterhalen. Elke betrokkene heeft een eigen interpretatie van de feiten, maar niemand kent de volle omvang ervan.’

Fenrir laat zich lezen als een redelijk spannend boek. De dramatische lijn en afgewogen zinnen nemen de lezer op sleeptouw door een onheilspellend verhaal waarin het beeld van een reeds gestorven, maar door Edith Waldschade geïdealiseerde vader steeds verder afgebroken wordt door de afgewezen halfbroer. Deze lijkt zeker te weten dat hun vader nazi-sympathieën koesterde. Een verhaal over de dreiging van nieuw opkomend rechts met verwijzingen naar oude rituelen uit de Noorse mythologie.

Haasse heeft in deze roman een ingenieus web gesponnen. Door verschillende verhaaltechnieken te gebruiken, zoals de briefvorm en de toneeltekst, ontwijkt ze de val die voor een routinier op de loer ligt. Een teveel aan vakbekwaamheid en het ontbreken van het experiment kunnen een saaiheid veroorzaken die haar weerga niet kent en bij de lezer een wanhoop teweegbrengen waarin hij of zij zich ten einde raad met het betreffende boek voor het hoofd zou slaan om in ieder geval íets van spanning op te roepen. Maar met de spanning zit het wel goed in Fenrir. Wat hier wanhoop oproept, is het ontbreken van een plot die bij de structuur en opzet van het boek past.

Misschien dat de laatste twee zinnen van de achterflap – ‘De ware toedracht achter dit familiedrama valt moeilijk te achterhalen. Elke betrokkene heeft een eigen interpretatie van de feiten, maar niemand kent de volle omvang ervan’ – het best samenvatten waarom Fenrir een boek is dat de lezer onbevredigd achterlaat. De schrijfster laat de vele vragen die ze eerder heeft opgeroepen onbeantwoord. Haasse laat de lezer achter met het gevoel dat hij een puzzel heeft gekregen waarvan hij aan het eind ontdekt dat het meest interessante deel van de plaat verborgen blijft in een handvol ontbrekende stukjes. De teleurstelling is des te groter doordat de lezer voortdurend de aangebrachte spanningsboog en dramatische lijn van het boek gevolgd heeft en nu met een bijna twintig euro kostende kubus van Rubik zit die hij het liefst gefrustreerd tegen de muur zou gooien, met een uitroep die letterlijk uit Fenrir komt: ‘Donder toch op met je dwanggedachten over ras en je insinuaties.’

Waar uiteindelijk het hele wolvengedoe om draait in dit verhaal over het nazisme en het nieuw opkomend rechts kan met het volgende citaat worden weergegeven: ‘Menschelijke domheid, wreedheid, hebzucht vormen samengebald een zwart monster, dat het licht van de rede bespringt en verslindt.’ Daar lijkt het uiteindelijk in dit boek ook om te gaan. Een ander citaat uit de roman over Fenrir zelf maakt dit des te duidelijker: ‘De verschrikkelijke oerwolf die de zon verslindt. Het begin van een lange nacht, een ijstijd. Maar niet het einde van de wereld. Er wordt een nieuwe zon geboren. Alles herleeft, mens en dier, goed en kwaad. En dus ook Fenrir. Het is een eeuwige kringloop.’ Na een oorlog volgt een periode van rust, alvorens de mens weer zonder nadenken nieuwe groepen vormt en de volgende oorlog uitbreekt.

Met de nauwkeurig uitgestippelde opbouw van de roman en een plot vol onbeantwoorde vragen lijkt Haasse haar grootste boodschap van het boek verwezenlijkt te hebben: de mens moet voor zichzelf nadenken en niet domweg de koers van anderen, in dit geval de schrijfster, volgen.

Helaas maakt deze uitleg van Fenrir nog geen goed boek. Het uitgestippelde raadsel is mooi van toon en opzet, maar de harmonie tussen wat de schrijfster weet en wat de lezer begrijpt is zoekgeraakt. De verwijzingen naar de Noorse mythologie in Fenrir zijn te verhaspeld en expliciet. Het verhaal is, afgezien van de oningevulde plot, te concreet.

De mens heeft goed en kwaad in zich, zoals de wolf symbool kan staan voor goed, zoogster van Romulus en Remus, en slecht, Fenrir. Het is een eeuwige kringloop, waarin je ook telkens dit boek opnieuw kunt lezen zonder dat de noodzaak ervan duidelijk wordt. In elk geval is Haasse’s Fenrir hetzelfde lot beschoren als mijn kubus van Rubik: een tocht naar de zolder om pas op Koninginnedag weer licht te zien vanaf een kleedje. Een eeuwige kringloop, maar wel een totaal andere dan Oeroeg en De scharlaken stad bij mij doorlopen. Die staan allebei voor altijd in de kast, om telkens koesterend opgepakt en herlezen te worden.

Aukelien Weverling (1977) is schrijfster, journalist en columnist. In 2002 verscheen haar debuutroman Liever gekust, die genomineerd werd voor de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs, en in 2006 haar roman Politiek gevangene (beide bij Meulenhoff)

voortdurend de aangebrachte spanningsboog en dramatische lijn van het boek gevolgd heeft en nu met een bijna twintig euro kostende kubus van Rubik zit die hij het liefst gefrustreerd tegen de muur zou gooien, met een uitroep die letterlijk uit Fenrir komt: ‘Donder toch op met je dwanggedachten over ras en je insinuaties.’

Waar uiteindelijk het hele wolvengedoe om draait in dit verhaal over het nazisme en het nieuw opkomend rechts kan met het volgende citaat worden weergegeven: ‘Menschelijke domheid, wreedheid, hebzucht vormen samengebald een zwart monster, dat het licht van de rede bespringt en verslindt.’ Daar lijkt het uiteindelijk in dit boek ook om te gaan. Een ander citaat uit de roman over Fenrir zelf maakt dit des te duidelijker: ‘De verschrikkelijke oerwolf die de zon verslindt. Het begin van een lange nacht, een ijstijd. Maar niet het einde van de wereld. Er wordt een nieuwe zon geboren. Alles herleeft, mens en dier, goed en kwaad. En dus ook Fenrir. Het is een eeuwige kringloop.’ Na een oorlog volgt een periode van rust, alvorens de mens weer zonder nadenken nieuwe groepen vormt en de volgende oorlog uitbreekt.

Met de nauwkeurig uitgestippelde opbouw van de roman en een plot vol onbeantwoorde vragen lijkt Haasse haar grootste boodschap van het boek verwezenlijkt te hebben: de mens moet voor zichzelf nadenken en niet domweg de koers van anderen, in dit geval de schrijfster, volgen.

Helaas maakt deze uitleg van Fenrir nog geen goed boek. Het uitgestippelde raadsel is mooi van toon en opzet, maar de harmonie tussen wat de schrijfster weet en wat de lezer begrijpt is zoekgeraakt. De verwijzingen naar de Noorse mythologie in Fenrir zijn te verhaspeld en expliciet. Het verhaal is, afgezien van de oningevulde plot, te concreet.

De mens heeft goed en kwaad in zich, zoals de wolf symbool kan staan voor goed, zoogster van Romulus en Remus, en slecht, Fenrir. Het is een eeuwige kringloop, waarin je ook telkens dit boek opnieuw kunt lezen zonder dat de noodzaak ervan duidelijk wordt. In elk geval is Haasse’s Fenrir hetzelfde lot beschoren als mijn kubus van Rubik: een tocht naar de zolder om pas op Koninginnedag weer licht te zien vanaf een kleedje. Een eeuwige kringloop, maar wel een totaal andere dan Oeroeg en De scharlaken stad bij mij doorlopen. Die staan allebei voor altijd in de kast, om telkens koesterend opgepakt en herlezen te worden.

Aukelien Weverling (1977) is schrijfster, journalist en columnist. In 2002 verscheen haar debuutroman Liever gekust, die genomineerd werd voor de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs, en in 2006 haar roman Politiek gevangene (beide bij Meulenhoff)